Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD4783

Datum uitspraak2008-06-18
Datum gepubliceerd2008-06-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/801155-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

Een groep van vier verdachten hebben rond de oudejaarswisseling 2006 onder meer brand gesticht en carbid geschoten op straat. Er zijn geldboetes en voorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd. Deze verdachte is veroordeeld voor medeplegen van brandstichting met gevaar voor andere goederen, vernieling en verbranden van (oude) autobanden. Hij krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, proeftijd van twee jaar en geldboete van 250 euro. Zie LJNummers BD4775, BD4776 en BD4778 voor de andere uitspraken.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/801155-07 Uitspraak d.d.: 18 juni 2008 tegenspraak/ dip/onip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte D], geboren te [plaats, 1982], wonende te [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 november 2007 en 4 juni 2008. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 december 2006 tot en met 31 december 2006 te 't Harde, gemeente Elburg, opzettelijk en wederrechtelijk een autoruit en/of een linkerbuitenspegel (van een auto), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 31 december 2006 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht op/aan een plantsoen/grasveldje en/of een boom en/of in/aan een woning (staande aan en/of gelegen aan [adres]), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk, -bij een autosloperij en/of een autorecyclingsbedrijf ongeveer 20 á 30 autobanden opgehaald met een (bestel)auto en/of -(vervolgens) deze banden opgestapeld op het plantsoen/veldje aan [adres] voornoemd en/of -(vervolgens) die autobanden met benzine, althans een (zeer) brandbare (vloei)stof overgoten en/of besprenkeld en/of -(vervolgens) de vlam van een aansteker en/of een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die autobanden en/of de benzine, althans de (zeer) brandbare (vloei)stof, in elk geval met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan dat plantsoen/grasveldje en/of die boom en/of die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat plansoen/grasveldje en/of die boom en/of die woning en/of (een) aan die woning grenzende woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van die woning en/of de bewoners van (een) aan die woning grenzende woning(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was; art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 3. hij op of omstreeks 31 december 2006 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten ongeveer 20 á 30 (oude) autobanden heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden; art 10.2 lid 1 Wet milieubeheer Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsmotivering (eindnoot 1) A. Standpunt van het openbaar ministerie en de verdediging 1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde, met dien verstande dat ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard dat de autospiegel door verdachte is vernield. 2. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij slechts de achterruit van de auto van aangever [slachtoffer 1] heeft vernield. B. Beoordeling van de standpunten 3. De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen is dat verdachte de autospiegel van aangever [slachtoffer 1] heeft vernield. Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij met een kleine veldkei de achterruit van de auto van aangever [slachtoffer 1] heeft ingegooid en dat hij verder niets aan de auto heeft vernield. Van het onderdeel “ een linkerbuitenspiegel” zal verdachte worden vrijgesproken. C. bewijsmiddelen 4. De hierna opgenomen bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en de aangifte van [slachtoffer 1] (eindnoot 2) . 5. De hierna opgenomen bewezenverklaring van het onder 2 en 3 tenlastegelegde is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte tegenover de politie (eindnoot 3) en ter terechtzitting, de aangiftes door [slachtoffer 1] (eindnoot 4) en [slachtoffer 2] (eindnoot 5) en het rapport incident-operationeel van de brandweer (eindnoot 6) . Bewezenverklaring 6. Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in de periode van 15 december 2006 tot en met 31 december 2006 te 't Harde, gemeente Elburg, opzettelijk en wederrechtelijk een autoruit van een auto, toebehorende aan [slachtoffer 1], heeft vernield; 2. hij op 31 december 2006 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht op een grasveldje en een boom staande aan of gelegen aan [adres], immers hebben verdachte en zijn mededaders toen aldaar opzettelijk, -bij een autosloperij of een autorecyclingsbedrijf ongeveer 20 autobanden opgehaald met een bestelauto en -vervolgens deze banden opgestapeld op het veldje aan [adres] voornoemd en -vervolgens die autobanden met benzine besprenkeld en -vervolgens de vlam van een aansteker of een fakkel in aanraking gebracht met die autobanden en de benzine, ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat grasveldje en die boom te duchten was; 3. hij op 31 december 2006 te 't Harde, gemeente Elburg, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten ongeveer 20 oude autobanden heeft ontdaan door deze te verbranden. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde 7. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde 8. Het bewezene levert op de misdrijven: Feit 1: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen; Feit 2: Medeplegen van: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; Feit 3: Medeplegen van: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten. Strafbaarheid van de verdachte 9. Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel 10. De officier van justitie heeft gevorderd een geldboete van € 300,--, subsidiair 6 dagen vervangende hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren. 11. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. 12. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte en de medeverdachten bij de bewezen verklaarde feiten als een collectief hebben gehandeld en dat zij voor veel overlast hebben gezorgd. De rechtbank hecht belang aan een strafoplegging die niet te veel afwijkt van de straf die zijn medeverdachten hebben opgelegd gekregen. In de onderhavige zaak ziet de rechtbank aanleiding om een lagere voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, nu verdachte als enige van de groep minder feiten op de tenlastelegging heeft staan. De eis van de officier van justitie doet grotendeels recht aan de ernst van de strafbare feiten en de rechtbank kan de gedachte achter de eis wel volgen. De rechtbank zal echter opleggen een geldboete van € 250,--, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in verzekering is doorgebracht. Daarnaast zal een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren worden opgelegd. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds, door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte, het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan. Ter terechtzitting is gebleken dat de oudejaarsavond van 2007 rustig is verlopen; niet gebleken is dat verdachte overlast heeft veroorzaakt, zodat de rechtbank hierin mede aanleiding heeft gezien een lagere voorwaardelijke gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd op te leggen. Verdachte lijkt immers lering te hebben getrokken uit de gevolgen van zijn handelen. Vordering van de benadeelde partijen 13. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de benadeelde partij [slachtoffer 1] zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 460,99 (€ 60,99 materiële schade en € 400,-- immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces. 14. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] niet toewijsbaar is. 15. De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van vernieling van de autospiegel. Voor het overige is de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op: Wetboek van Strafrecht: artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 47, 57, 91, 157 en 350; Wet op de economische delicten: artikelen 1a, 2, 6 en 39; Wet milieubeheer: artikel 10.2. Beslissing De rechtbank beslist als volgt. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken. Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 250,-- (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis. Bepaalt, dat de tijd door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht volgens de maatstaf van € 50,-- per dag. Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, Kleinrensink en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 juni 2008. 1) Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0617/07-200628, Regiopolitie Noord- West Veluwe, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 29 maart 2007. 2) Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], dossierpagina’s 360-363. 3) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, dossierpagina’s 185 en 186. 4) Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], dossierpagina’s 103 en 104. 5) Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], dossierpagina’s 232-233. 6) Rapport Incident-Operationeel Brandweer, dossierpagina 397.