Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BG4648

Datum uitspraak2008-11-18
Datum gepubliceerd2008-11-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers08/710510-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Rechtbak veroordeelt TBSer opnieuw tot de maatregel van TBS.


Uitspraak

RECHTBANK ALMELO Parketnummer: 08/710510-08 STRAFVONNIS Uitspraak: 18 november 2008. De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1970], wonende te [woonplaats], thans verblijvende in het huis van bewaring De Karelskamp te Almelo terechtstaande terzake dat: 1. hij op of omstreeks 26 juli 2008 te Enschede meermalen althans eenmaal (telkens) (slachtoffer 1) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 1) gezegd: "Je wilt mij kapot maken hè, maar ik maak jou kapot. Ik schiet je hartstikke dood. Twee jaar verlenging heb je me gegeven vorig jaar oktober en nu naai je me weer" en/of "nu naai ik jou" en/of "ik pak je" en/of "Kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) een slaande beweging in haar richting gemaakt althans gedaan heeft alsof hij die (slachtoffer 1) sloeg en/of op de televisie van die (slachtoffer 1) de tekst "Kill" te schrijven (met vloeistof en/of door met een scherp voorwerp in die tv te krassen/kerven); art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 26 juli 2008 te Enschede opzettelijk en wederrechtelijk de inventaris van een woning in gebruik bij (slachtoffer 1)., en/in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 1). en/of (slachtoffer 2), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt (door toen daar onder meer - stroomkabels en/of stekkers en/of planten af- en/of door te knippen en/of snijden en/of - meubels en/of muren en/of de vloer met etenswaren, zoals ketchup, limonade, mayonaise, slagroom, eieren, te besmeuren en/of - diverse zaken kapot te breken en/of gooien en/of trappen en/of (anderszins) kapot te maken, zoals een stereotoren en/of een laptop en/of een tv en/of (een) camera('s) en/of (een) schilderij(en) en/of cd's en/of een klok en/of meubels en/of luxaflex en/of laminaat); art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3. hij op of omstreeks 26 juli 2008 te Enschede (slachtoffer 3) en/of (slachtoffer 4) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk zich onder valse voorwendselen de toegang tot het flatgebouw waarin die (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) wonen laten verstrekken en/of tegen (een van) hen gezegd: "Ik kom jullie even melden dat ik jullie dochter vanavond ga vermoorden, maar voordat dat gebeurt pak ik eerst het liefste wat zij bezit af. Beneden staan twee mannetjes, killers, wij zullen jullie afmaken " en/of dat hij een wapen bij zich had en hen dood zou schieten maar dat hij hen ook wel met de handen kon wurgen en/of/althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht 4. hij op of omstreeks 26 juli 2008 te Enschede opzettelijk (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) (zijnde respectievelijk de vader en moeder/ (en dus) de ouders van (slachtoffer 1) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij hen met dat opzet in hun woning laten blijven althans belet hun woning en/of/ althans het gebouw waarin die woning is gelegen te verlaten immers heeft hij (op agressieve toon/wijze) - tegen die (slachtoffer 4) gezegd "Hup, naar boven" en daarbij een gebiedend gebaar gemaakt dat zij naar boven moest gaan en/of - tegen (een van) hen gezegd dat hij nu de baas was en/of dat hij nu de regie had en/of "zitten" en/of "je moet gaan zitten oma" en/of dat ze naar hem moesten luisteren en/of - met een tas en/of telefoon gegooid en/of - die (slachtoffer 4) verboden het balkon op te gaan en/of de telefoon op te nemen en/of - die (slachtoffer 3) en/of die (slachtoffer 4) geslagen en/of (al dan niet van achteren) (bij het hoofd en/of de nek en/of het bovenlichaam en/of het shirt/de kleding) vastgepakt en/of -door zijn postuur en/of opgefokte houding en/of het feit dat zij wisten dat hij TBS gesteld is en/of dat hij in het verleden geweldadig is geweest jegens genoemde (slachtoffer 1) en/of het feit dat hij kennelijk alcohol had gedronken en/of het verschil in leeftijd en/of lichamelijke conditie overwicht uitgeoefend op die (slachtoffer 3) en/of (slachtoffer 4); art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht 5. hij op of omstreeks 26 juli 2008 te Enschede opzettelijk (slachtoffer 5). wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, die (slachtoffer 5) met dat opzet in diens woning laten blijven althans belet die woning te verlaten, immers heeft/is hij - een (groot) mes op die (slachtoffer 5) gericht en/of tegen de borst van die (slachtoffer 5) gezet en/of - tegen die (slachtoffer 5) gezegd dat hij, (slachtoffer 5), niet weg mocht gaan en/of "de politie zoekt mij" en/of "als je wat zegt tegen iemand dan maak ik je dood", en/of (althans) gevraagd of de politie er nog was en/of (herhaaldelijk) gekeken of de politie er nog was en/of - gezegd dat ze naar de woonkamer gingen en/of naar de woonkamer gegaan en/of - die (slachtoffer 5)) opdracht gegeven de gordijnen dicht te doen en/of - de gordijnen en/of deur(en) gesloten althans laten sluiten en/of - dat/een mes in zijn hand gehouden en/of op die (slachtoffer 5) gericht (gehouden) en/of - gezegd "ik zie dat je drank hebt, dat wil ik" en/of "ik wil nog meer alcohol hebben" en/of - door zijn postuur en/of houding en/of door plotseling in de woning van die (slachtoffer 5) te verschijnen en/of door die (slachtoffer 5) aanvankelijk met een mes te benaderen en/of door zich als heer en meester te gedragen in de woning van die (slachtoffer 5) en/of door het feit dat hij kennelijk alcohol had gedronken (telkens/voortdurend) overwicht uitgeoefend op die (slachtoffer 5) en/of (aldus) die (slachtoffer 5) in diens woning laten blijven; art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht 6. hij op of omstreeks 26 juli 2008 te Enschede (slachtoffer 5) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 5) gezegd: "de politie zoekt mij, als je wat zegt tegen iemand dan maak ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) een (groot) mes op die (slachtoffer 5) gericht en/of tegen de borst van die (slachtoffer 5) gezet en/of gehouden; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht Gezien de stukken; Gelet op het onderzoek ter terechtzitting; Gehoord de vordering van de officier van justitie; Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd; De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring. Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 5 en sub 6 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het sub 5 tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat met name niet bewezen kan worden dat verdachte de opzet had (slachtoffer 5) van zijn vrijheid te beroven en/of beroofd te houden nu er naar het oordeel van de rechtbank niet is komen vast te staan dat verdachte hem het verlaten van de woning heeft belet. Ten aanzien van het sub 6 tenlastegelegde is de rechtbank van mening dat er hier sprake is van een zogenaamde “één op één verklaring”, zodat voor dit feit eveneens vrijspraak behoort te volgen De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen, -welke in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in aan dit vonnis aan te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 26 juli 2008 te Enschede meermalen (slachtoffer 1) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 1) gezegd: "Je wilt mij kapot maken hè, maar ik maak jou kapot. Ik schiet je hartstikke dood. Twee jaar verlenging heb je me gegeven vorig jaar oktober en nu naai je me weer" en "nu naai ik jou" en "ik pak je" en (daarbij) een slaande beweging in haar richting gemaakt en op de televisie van die (slachtoffer 1) de tekst "Kill" geschreven; 2. hij op 26 juli 2008 te Enschede opzettelijk en wederrechtelijk de inventaris van een woning in gebruik bij (slachtoofer 1), toebehorende aan (slachtoffer 1 en/of (slachtoffer 2), heeft vernield en/of beschadigd door toen daar onder meer - stroomkabels en planten af- en/of door te knippen en/of snijden en - meubels en muren en de vloer met etenswaren, zoals ketchup, limonade, mayonaise, slagroom, eieren, te besmeuren en - diverse zaken kapot te breken en/of gooien en/of trappen en/of (anderszins) kapot te maken, zoals een stereotoren en een laptop en een tv en camera's en schilderijen en cd's en een klok en meubels en luxaflex en laminaat; 3. hij op 26 juli 2008 te Enschede (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk zich onder valse voorwendselen de toegang tot het flatgebouw waarin die (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) wonen laten verstrekken en tegen (een van) hen gezegd: "Ik kom jullie even melden dat ik jullie dochter vanavond ga vermoorden, maar voordat dat gebeurt pak ik eerst het liefste wat zij bezit af. Beneden staan twee mannetjes, killers, wij zullen jullie afmaken " en dat hij een wapen bij zich had en hen dood zou schieten maar dat hij hen ook wel met de handen kon wurgen; 4. hij op 26 juli 2008 te Enschede opzettelijk (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) (zijnde respectievelijk de vader en moeder van slachtoffer 1.) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij hen met dat opzet in hun woning laten blijven immers heeft hij (op agressieve toon/wijze) - tegen die (slachtoffer 4) gezegd "Hup, naar boven" en daarbij een gebiedend gebaar gemaakt dat zij naar boven moest gaan en - tegen (een van) hen gezegd dat hij nu de baas was en dat hij nu de regie had en "zitten" en "je moet gaan zitten oma" en dat ze naar hem moesten luisteren en - met een tas gegooid en - die )slachtoffer 4) verboden het balkon op te gaan en de telefoon op te nemen en - die (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) geslagen en (al dan niet van achteren) (bij het hoofd en/of de nek en de kleding) vastgepakt en - door zijn postuur en opgefokte houding en het feit dat zij wisten dat hij TBS gesteld is en dat hij in het verleden geweldadig is geweest jegens genoemde (slachtoffer 1) en het feit dat hij kennelijk alcohol had gedronken en het verschil in leeftijd en lichamelijke conditie overwicht uitgeoefend op die (slachtoffer 3 en slachtoffer 4); Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde levert op: wat betreft sub 1 en sub 3, telkens het misdrijf: "Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht", meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht; wat betreft sub 2, het misdrijf: "Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen", en het misdrijf: “Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen”, telkens strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht; en wat betreft sub 4, het misdrijf: “Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden”, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1, sub 2, sub 3, sub 4, sub 5 en sub 6 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de maatregel van TBS met dwangverpleging. Toewijzing van de civiele vorderingen van (slachtoffer 1) van een bedrag groot € 500; (slachtoffer 3) van een bedrag groot € 400,= en (slachtoffer 3 en 4) van een bedrag groot € 1300,= , alsmede telkens de wettelijke rente vanaf het moment van het veroorzaken van de schade en telkens oplegging van de zogenaamde Terwee-maatregel. Teruggave mes aan (slachtoffer 5). De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen: Verdachte heeft zich tijdens zijn proefverlof als TBS-er schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van zijn vriendin Diana E. door haar opzettelijk dreigend te zeggen: “Je wilt mij kapot maken hè, maar ik maak jou kapot. Ik schiet je hartstikke dood. Twee jaar verlenging heb je me gegeven vorig jaar oktober en nu naai je me weer. Nu naai ik jou en ik pak je”. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan vernieling en beschadiging van goederen in de woning van zijn vriendin door als een wervelstorm huis te houden in haar woning. Daarnaast heeft hij de ouders van (slachtoffer 1). bedreigd met de dood en heeft hij ze van de vrijheid beroofd en beroofd gehouden in hun eigen huis. Voorafgaand aan zijn proefverlof hebben medewerkers van de kliniek Oldenkotte met verdachte afgesproken dat hij tijdens zijn verlof geen alcohol zou drinken. Ondanks die afspraak heeft hij toch een grote hoeveelheid alcohol gebruikt. Al deze, door verdachte erkende, bewezenverklaarde feiten houden een ingrijpende aantasting in van de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers, in de vorm van gevoelens van onzekerheid en onveiligheid. Uit de verklaringen van de slachtoffers blijkt ondermeer dat de (slachtoffer 4) doodsangst heeft gehad tijdens het gebeuren. Ook heeft het gebeuren op (slachtoffer 3) een grote impact heeft gehad. Zij heeft slaapproblemen en dacht dat haar laatste uur was geslagen. Zowel de (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) hebben zich lange tijd onveilig gevoeld in hun eigen woning. (slachtoffer 3) staat vanwege haar psychische klachten nog steeds onder behandeling van een psycholoog. Het slachtoffer (slachtoffer 1) heeft ter terechtzitting ondermeer verklaard: “Dit gebeuren zal mij mijn hele leven blijven achtervolgen. Een hel, een nachtmerrie waaruit ik na deze rechtszaak langzaam maar zeker hoop te ontwaken”. Blijkens het uittreksel justitiële documentatie is verdachte eerder terzake geweld veroordeeld waarvoor hem ondermeer de maatregel van tebeschikkingstelling met bevel tot verpleging werd opgelegd. Dit heeft hem er niet van weerhouden, ondanks de opvang die hij kreeg van (slachtoffer 1). en haar ouders, deze ernstige delicten te plegen. Gelet op de ernst van de feiten en ter norminprenting en normhandhaving, en gelet op de recidive van verdachte, is naar het oordeel van de rechtbank, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur thans de meest passende straf. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte behoort te worden veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf onvoorwaardelijk en zij acht oplegging van een, hernieuwde, terbeschikkingstelling met dwangverpleging, zoals hierna zal worden overwogen op zijn plaats. De rechtbank overweegt voor wat de strafbaarheid van verdachte betreft als volgt: Het d.d. 20 september 2008 door (gedragsdeskundige 1) uitgebrachte rapport, houdt zakelijk weergegeven, onder meer in: Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens als combinatie (co-morbiditeit) van ernstige persoonlijkheidspathologie met ADHD effecten en alcohol/middelenverslaving die in de voormalige TBS behandeling nog onvoldoende definitief is behandeld. Al deze factoren/aandoeningen waren aanwezig en in onderling verband werkzaam. In sterke mate beïnvloedde de ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens onderzochtes gedragskeuzes, c.q. gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. De onderliggende –vooral borderlinetypische- persoonlijkheidsstoornis leverde in zijn samenhang met impulsiviteit (ook door ADHD) en door de situatie bepaalde relationele stressoren een combinatie van spanning, zelfcontroleproblematiek, verlangen naar alcohol, toegenomen prikkelbaarheid en wantrouwen naar behandelaars en slachtoffer op van waaruit betrokkene tot zijn delicten gekomen is. Hij was/is niet volledig in staat te achten om zijn wil t.a.v. deze factoren in voldoende vrijheid t.o.v. normaal te kunnen bepalen, waar chronische beperkingen (Asl en 2 stoornissen) t.a.v. zelfcontrole en zelfbepaling hem extra kwetsbaar maakten voor de verstorende en stressvolle invloeden van zijn moeizame relatie en gespannen handel-verhoudingen met de TBS kliniek. Hij wordt aan het tenlastegelegde als verminderd toerekeningsvatbaar gekwalificeerd, althans vanuit psychiatrisch-gedragskundig oogpunt. Er is een sterke onderlinge verwevenheid tussen factoren als (relationele)stress, recidief/terugval in onbeheerst alcoholgebruik, impulsiviteit en neiging tot wantrouwen en agressief gedrag, zoals voorkomend uit frustratie (over relatie en behandelbeleid) en chronisch geworden gevoelens van woede, gekrenkt-zijn en verontwaardiging. De aanleiding tot deze gevoelens ligt deels in het gevoel van ten onrechte teruggezet zijn in zijn verworven vrijheden en verloven, waarbij hij naar zijn ervaren ook (itt voorheen) plotseling niet(s) meer mocht drinken, en dit als inconsequent en ongemotiveerd heeft beleefd. Maar de dieperliggende oorzaak lijkt daarbij toch het gebrek aan overzicht, zelf-management en psychische stabiliteit die betrokkene ttv de stressvolle omstandigheden van relatie, transmuraal TBS verlof en komende toetsingen van zijn gedrag en vorderingen heeft getoond c.q. ondergaan. Dit agv voortbestaan van persoonlijkheidsstoornissen en verslaving aan (tenminste) alcohol, terwijl ook de tevoren vastgestelde ADHD kennelijk niet afdoende bleek te kunnen worden behandeld. Daarbij wordt nog eens gewezen op de HCR/HKT risico-taxatie vanuit de –nog beïnvloedbare- niet historische factoren (klinische en hanteringsaspecten ) die beide een hoog risico voor toekomstig gewelddadig gedrag laten zien. Echter tegen de achtergrond van een hernieuwde, geïntensiveerde behandeling kunnen die factoren wellicht nog verbeteren. (bijv. t.a.v middelengebruik, impulsiviteit en negatieve behandelattitude). Hernieuwde aandacht voor/behandeling van borderline pathologie, alcoholverslaafdheid en evt. ADHD is nodig om –vanuit de ervaring van hoe het thans misgegaan is- opnieuw een behandelbeleid voor (en met) betrokkene op te zetten dat op termijn kansen biedt op gecontroleerde resocialisatie en verlofmogelijkheden. Betrokkene was immers toch al “een heel eind op weg” toen hij door een combinatie van factoren uit zijn evenwicht en motivatie gehaald werd. Dat daarbij ook de kliniek/behandelaars een aandeel gehad hebben in een uiteindelijk toch te riskant scenario aanleiding is tot de navolgende advisering: Naar de mening van de rapporteur dient betrokkene opnieuw TBS opgelegd te krijgen voor tenminste 2 jaar te effectueren in een andere TBS kliniek dan de huidige. Tot slot wordt opgemerkt dat in een hernieuwd-hervatte intramurale TBS behandeling allereerst nadruk gelegd moet worden op de chronische alcoholverslaving van betrokkene, gecompliceerd door tot op heden onvoldoende stevig gestuurde borderline-begeleiding/therapie. En dat dit onderdeel beter uitbesteed kan worden aan de gespecialiseerde justitiële klinische verslavingszorg bijvoorbeeld de Piet Roorda kliniek in Apeldoorn, als TBS behandelfase voorafgaand aan hernieuwde vervolgbehandeling, resocialisatie en (transmuraal) verlof. Het op 23 oktober 2008 door (gedragskundige 2) uitgebrachte rapport, houdt zakelijk weergegeven, onder meer in: Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis in de zin van misbruik van alcohol. Tevens is sprake van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis (psychopathie) en een borderline persoonlijkheidstoornis. Deze problematiek was aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. De ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling beïnvloedden onderzochtes gedragskeuzes, c.q. gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde zodanig dat het tenlastegelegde daaruit mede verklaard kan worden. Samengevat kan worden gesteld dat betrokkene zich voorafgaande aan het tenlastegelegde onder druk voelde, welke druk verder toenam toen hij zich door het huilen en het appèl dat zijn partner daarmee op hem deed gefrustreerd voelde. Terzijde moet worden opgemerkt dat betrokkene de spanning die partnerrelaties met zich mee kunnen brengen niet kan verdragen, maar er desondanks en ondanks eerdere negatieve ervaringen binnen relaties toch steeds weer op gericht is. De spanning zette zich vrijwel onmiddellijk om in impulsiviteit en agressiviteit. Betrokkene kent vanuit zijn persoonlijkheidsstructuur nauwelijks gezonde mechanismen om spanningen op een sociaal aanvaardbare wijze af te kunnen laten vloeien. Nadat hij daarbij alcohol tot zich nam trad de pathologie op het niveau van zijn persoonlijkheid verder op de voorgrond, tot uitdrukking komend in de bedreigingen en mishandelingen die hem tenlaste worden gelegd. Op grond hiervan wordt ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten een verminderde toerekeningsvatbaarheid geadviseerd. Bij de beantwoording van de vraag welke factoren, voortkomend uit de stoornis van betrokkene, van belang kunnen zijn voor de kans op recidive is mede gebruik gemaakt van de criteria van de HCR-20, een risicotaxatie-instrument voor toekomstig delictgedrag. Factoren die bij betrokkene de kans op recidive hoog maken zijn (1) zijn justitiële voorgeschiedenis waarin hij eerder veroordeeld is voor een vergelijkbaar geweldsdelict, (2) de structurele aard van bovenbeschreven persoonlijkheidspathologie, (3) het gebrek aan inzicht, inlevingsvermogen en gewetensfuncties als onderdeel daarvan, (4) de beperkte behandelmogelijkheden bij beschreven persoonlijkheidspathologie (vooral) voor wat betreft de antisociale persoonlijkheidsproblematiek, (5) de aanwezige alcoholproblematiek, (6) de impulsiviteit, (7) het feit dat behandeling tot nu toe weinig soelaas lijkt te hebben geboden en (8) dat hij eerder afspraken heeft geschonden. Een relativerende opmerking zou kunnen zijn dat betrokkene niet voornemens is deze relatie voort te zetten, maar daar staat tegenover (9) dat hij eerder mishandelend is geweest binnen relaties en dat hem er niet van heeft weerhouden opnieuw relaties aan te gaan. De behandeling van deze problematiek vergt het dwingende karakter van een TBS waarbij de verslavingsproblematiek een centrale plaats in de behandeling dient te krijgen. Uit de behandelervaring tot op heden is gebleken dat alleen een dergelijk strikt behandelregiem noodzakelijk is omdat hij zich makkelijk blijkt te onttrekken aan behandelafspraken (denk aan geschonden afspraak rond alcoholmisbruik). De motivatie is gebrekkig en zal binnen een verplichtend kader therapeutisch bewerkt dienen te worden. De kans op recidive van een vergelijkbaar ernstig en gevaarlijk delict is zoals aangegeven hoog. Wegens de behandelgeschiedenis bij Oldenkotte wordt geadviseerd betrokkene in een andere kliniek te plaatsen. De rechtbank overweegt dat uit deze rapporten, waarvan de gehele inhoud als hier ingelast moet worden beschouwd en waarbij de rechtbank de conclusies overneemt en tot de hare maakt, blijkt dat bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Verder betreffen de door verdachte begane feiten misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. De rechtbank is van mening dat TBS met dwangverpleging dient te worden opgelegd, nu naar het oordeel van de rechtbank de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen alsmede het recidivegevaar deze verpleging vereist en het misdrijven betreffen die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte gevaarlijk in de zin van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat voortzetting van de “oude” TBS in het belang van verdachte is en dat naar zijn oordeel geen ”nieuwe” TBS moet worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat een hernieuwde terbeschikkingstelling met dwangverpleging op zijn plaats is, hetgeen ondermeer blijkt uit de rapportages van de (gedragsdeskundige 1 en gedragsdeskundige 2) omtrent verdachte, meer in het bijzonder omdat de nadruk van de behandeling op andere punten (problematiek) dan tot nu toe zal dienen te komen liggen. De rechtbank onderschrijft het advies om de hernieuwde TBS niet te laten ondergaan in de klniek Oldenkotte, nu verdachte’s behandeling aldaar niet goed uit de verf is gekomen. Gelet op de bewezenverklaring en de strafmaat komt de rechtbank op een hogere straf dan door de officier van justitie geëist. De rechtbank komt hiertoe gelet op de ernst van de feiten, die zij in de eis van de officier van justitie onvoldoende tot uiting vindt gebracht. Civiele vordering De rechtbank overweegt verder, dat (slachtoffer 1), terzake van feit 1 en 2 alsmede (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) ter zake van feit 3 en 4, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partijen hebben gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partijen, tot een totaalbedrag van respectievelijk € 500,= , € 400,= en € 1300,=. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze niet door verdachte betwiste, vorderingen van de benadeelde partijen geheel gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade is toegebracht. De rechtbank zal hierbij niet de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, nu verdachte naar het oordeel van de rechtbank geruime tijd niet die financiële armslag zal hebben om aan die maatregel te voldoen. De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 27, 36f, 37a, 37b en 57 van het Wetboek van Strafrecht. R E C H T D O E N D E: Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 5 en sub 6 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij. Verklaart bewezen, dat het sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan. Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld. Verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van twee jaar. Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Gelast dat de verdachte terbeschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd. Veroordeelt verdachte, terzake van de bewezen feiten sub 1 en 2 tot betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 1)van een bedrag groot: € 500,= en terzake de bewezen feiten sub 3 en 4 tot betaling aan de benadeelde partijen (slachtoffer 3 en slachtoffer 4) tot een totaalbedrag van € 1700,=, (te weten ten behoeve van slachtoffer 3) € 1300,= en ten behoeve van (slachtoffer 4) telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden telkens begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering. Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; Gelast de teruggave van het inbeslaggenomen vleesmes, (slachtoffer 4) Aldus gewezen door mr. Bordenga, voorzitter, mrs. Stam en De Wit, rechters, in tegenwoordigheid van Van Putten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 november 2008. Zijnde mr. De Wit buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.