Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BG8141

Datum uitspraak2008-12-19
Datum gepubliceerd2008-12-23
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureRaadkamer
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers08/162
Statusgepubliceerd


Indicatie

Klager heeft verzocht fiscaal beslag op te heffen van in 1993 inbeslaggenomen goud en platina armband. Raadkamer is van oordeel dat, nu een vervolging voor een 'zaak betreffende fiscale delicten' niet is ingesteld, het klaagschrift uiterlijk drie jaren na de inbeslagneming had moeten worden ingediend. Klager wordt niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van die termijn.


Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT Registratienummer: 08/162 Beschikking van de raadkamer bij de rechtbank Dordrecht op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager], geboren in 1941. De procedure Ter griffie van deze rechtbank is op 9 juli 2008 een klaagschrift ingediend. De raadkamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - het ingediende klaagschrift met daarbij gevoegde producties (4) - brief raadsvrouw d.d. 25 augustus 2008 met daarbij gevoegde producties (7) - proces-verbaal Belastingdienst d.d. 14 april 1993, dossiernummer 93.0004, met bijlagen - vonnis rechtbank ’s-Gravenhage d.d. 17 juli 1996, inzake [klager]/Staat der Nederlanden - memorie van grieven d.d. 18 juni 1998, inzake [klager]/Staat der Nederlanden - arrest hof ’s-Gravenhage d.d. 20 januari 2000, inzake [klager]/Staat der Nederlanden - arrest Hoge Raad d.d. 18 januari 2002, inzake [klager]/Staat der Nederlanden - aantekeningen van de officier van justitie d.d. 11 september 2008, met bijlage - memo Belastingdienst d.d. 11 september 2008, met bijlagen - pleitnotities raadsvrouw d.d. 11 september 2008, met productie. Bij beschikking van 9 oktober 2008 heeft de raadkamer het gesloten onderzoek heropend. De raadkamer heeft de inhoudelijke behandeling van het klaagschrift voortgezet op 8 december 2008. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. In raadkamer zijn klagers raadsvrouw en de officier van justitie gehoord. Voorts zijn vertegenwoordigers van het bestuur van ’s rijks belastingen gehoord. De raadkamer heeft tevens kennisgenomen van de tijdens en voor de voortgezette behandeling van het klaagschrift overgelegde stukken: - brief van de officier van justitie d.d. 21 november 2008, met bijlage - aantekeningen van de officier van justitie d.d. 8 december 2008 - pleitnotities raadsvrouw d.d. 8 december 2008, met producties (3). Inhoud van het beklag Op 6 november 1992 is in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek tegen derden huis-zoeking verricht te Amsterdam, ter gelegenheid waarvan in beslag is genomen: - 126 baren goud van elk 1 kilogram - 3 baren goud van elk 100 gram - 1 platina armband. Op 12 januari 1993 is naast genoemd strafrechtelijk beslag tevens fiscaal beslag gelegd. Op 12 juli 1994 is het strafrechtelijk beslag opgeheven. Klager verzoekt het gelegde fiscale beslag op te heffen en de teruggave c.q. afgifte aan hem te gelasten van het inbeslaggenomene. Oordeel van de raadkamer 1. Ten tijde van de inbeslagneming luidde artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering - zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang -: dat indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld, het klaagschrift zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie jaren na de inbeslagneming wordt ingediend ter griffie van de recht-bank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming is geschied. Bij latere wetswijzigingen is dit artikel veranderd, waarbij in het bijzonder de termijn voor het indienen van een klaagschrift tot twee jaren is bekort. De raadkamer zal, als de voor klager meest gunstige bepaling, de termijn van drie jaren toepassing blijven geven. 2. Bij beschikking van heden, in het kader van een verzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Strafvordering, is de raadkamer tot het oordeel gekomen: - dat klager is vervolgd ter zake vermoedelijk handel in drugs en deelname aan een criminele organisatie en dat aan de vervolging in die strafzaak een einde is gekomen door de kennisgeving niet verdere vervolging van 14 juli 1994; - dat niet is gebleken, noch aannemelijk geworden dat die vervolging tevens zag op fiscale delicten en - dat ten aanzien van klager en los staande van de bedoelde strafzaak geen ‘zaak betreffende fiscale delicten’ voor de rechtbank Dordrecht is vervolgd. 3. Nu een vervolging voor een ‘zaak betreffende fiscale delicten’ niet is ingesteld had het klaagschrift, uiterlijk voor het einde van de termijn van drie jaren na de fiscale inbeslagneming van de voorwerpen op 12 januari 1993, moeten worden ingediend. 4. De overschrijding van genoemde termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van klager. BESLISSING: De raadkamer: - verklaart klager niet ontvankelijk in zijn beklag. Deze beschikking is gewezen door mrs. A.P. Hameete, voorzitter, H. Harmsen en B.M.R.M. Edelhauser-van Vlijmen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier D.J. Boogert, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2008.