bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AA1044

Datum uitspraak1999-05-19
RechtsgebiedFaillissement
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers99/4 R
Statusgepubliceerd


Uitspraak

beëindiging schuldsanering insolventienummer: 99/4 R uitspraakdatum: 19 mei 1999 ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ALMELO ENKELVOUDIGE KAMER Bij vonnis van deze rechtbank en kamer van 13 januari 1999 is het (op 7 augustus 1996 uitgesproken) faillissement van hierna genoemde [schuldenares] beëindigd en gelijktijdig de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [Schuldenares] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonadres], Op 19 maart 1999 is ten overstaan van de rechter-commissaris in deze schuldsanering een verificatievergadering gehouden. Tijdens die vergadering zijn de ingediende vorderingen geveri-fieerd en is het door [schuldenares], voornoemd, ingediende ont-werp sanerinsplan besproken. Bij vonnis van 31 maart 1999 heeft de rechtbank bepaald dat de schuldsanering wordt voortgezet, het saneringsplan vastge-steld en bepaald dat de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsanering van kracht is wordt vastgesteld op 18 weken te rekenen vanaf de uitspraak tot toepassing van de schuldsane-ringsregeling, derhalve tot 19 mei 1999. De reguliere duur van de toepassing van een wettelijke schuld-sanering is drie jaren. Gelet op de omstandigheid dat [schuldenares] een inkomen ingevolge de Algemene Bijstandswet ontvangt kan van haar, gelet op het bepaalde in artikel 295 Fw verwacht worden dat zij gedurende drie jaar f. 2.115,00 spaart ten behoeve van haar gezamenlijke schuldeisers. Direct voorafgaand aan deze schuldsanering heeft [schuldena-res] echter (sedert 7 augustus 1996) in staat van faillisse-ment verkeerd. Ook gedurende haar faillissement was zij aange-wezen op een uitkering ingevolge de Algemene Bijstandwet. Gedurende dat faillissement heeft zij al, geheel vrijwillig, van deze inkomsten in totaal f. 10.000,00 in de faillisse-mentsboedel gelaten ten behoeve van haar gezamenlijke schuld-eisers. De rechtbank is van oordeel dat de inspanningen die de schul-denares ten behoeve van haar schuldeisers heeft verricht in afwachting van de invoering en toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, dienen te worden meegewogen bij de beoordeling van de aansluitend uitgesproken toepassing van de wettelijke schuldsanering. Gelet op het voorafgaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenares niet in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplich-tingen is tekort geschoten en zelfs ruimschoots heeft voldaan aan haar uit de wet voortvloeiende inspanningsplicht jegens haar gezamenlijke schuldeisers om boedelactief te verwerven. Daarom dient de toepassing van deze schuldsanering op kortere termijn dan de reguliere drie jaar te eindigen. Deze toepas-sing van de schuldsanering zal van rechtswege zijn beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Door die beëindiging is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsa-nering werkt, voorzover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar, onverschillig of de schuldeiser in de schuldsanering is opgekomen en onverschillig of de vordering is geverifieerd. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. BESLISSING De rechtbank: -stelt vast dat de schuldenaar: niet in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten; -stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op f 200,= (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dat bedrag ten laste van de schuldenares; -stelt het bedrag van de publicatiekosten vast op f. 937,23 en brengt dat bedrag ten laste van de schulde-na-res; Gewezen door mr A.R. VAN DER WINKEL, lid van genoem-de kamer, en uitgesproken ter open-bare terechtzitting van 19 mei 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.