
Jurisprudentie
AB2381
Datum uitspraak2001-03-30
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers98/01213
Statusgepubliceerd
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers98/01213
Statusgepubliceerd
Uitspraak
BELASTINGKAMER
Nr. 98/01213
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
U I T S P R A A K
Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, derde meervoudige Belastingkamer, op het beroep X te Z tegen de door belanghebbende als uitspraak aangemerkte brief van 20 januari 1998, van het hoofd van de eenheid Registratie en successie te Y van de rijksbelastingdienst betreffende het bezwaarschrift tegen de aangifte kapitaalsbelasting voor het jaar 1993, van oktober 1993.
De mondelinge behandeling
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 15 november 2000 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede het hoofd van de eenheid Grote Ondernemingen te A van de rijksbelastingdienst, thans de bevoegde Inspecteur.
De gronden voor de beslissing
Ter zitting hebben partijen verklaard het erover eens te zijn dat het onderhavige beroepschrift gericht is tegen een niet voor bezwaar en beroep vatbare beslissing.
De proceskosten
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
De beslissing
Het Hof verklaart belanghebbende niet ontvankelijk in het beroep.
Aldus vastgesteld op 30 maart 2001 door P.J.M. Bongaarts, voorzitter van voormelde kamer, en R.J. Koopman en M.J.W.M. Ellis, in tegenwoordigheid van M.J.G. Letschert, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.
Het door belanghebbende gestorte griffierecht zal na het onherroepelijk worden van deze uitspraak door de griffier van het Hof aan belanghebbende worden teruggegeven.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden
op: 30 maart 2001
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een
beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ
's-Hertogenbosch).
2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak
overgelegd.
3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie
is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.
Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

