
Jurisprudentie
AB3142
Datum uitspraak2001-09-25
Datum gepubliceerd2001-11-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers01938/00 B
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2001-11-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers01938/00 B
Statusgepubliceerd
Conclusie anoniem
Nr. 01938/00/B
Mr Wortel
Zitting: 12 juni 2001
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij beschikking van 6 december 1999 heeft de Arrondissementsrechtbank te Haarlem een verzoekschrift op grond van art. 577b Sv, strekkende tot kwijtschelding subsidiair vermindering van een bij beslissing van 20 februari 1997 door de Politierechter in die Rechtbank krachtens art. 36e Sr opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van fl. 30.000,= subsidiair twee maanden hechtenis, afgewezen.
2. Tegen deze beschikking heeft verzoeker op 17 december 1999 een rechtsmiddel doen instellen. Door of namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
3. Ingevolge art. 445 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen beschikkingen hoger beroep en beroep in cassatie alleen open in de gevallen waarin dat in het Wetboek is bepaald.
Nu in het Wetboek van Strafvordering geen bepaling voorkomt ingevolge welke tegen een beschikking als de onderhavige beroep in cassatie openstaat, kan verzoeker in het door hem ingestelde beroep niet worden ontvangen.
Aangezien tegen zo een beschikking ook hoger beroep niet is opengesteld, kan het ingestelde rechtsmiddel evenmin als zodanig worden aangemerkt.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoeker in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Uitspraak
25 september 2001
Strafkamer
nr. 01938/00 B
nf/EDK
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 6 december 1999, nummer 15-097704/96, op een verzoek als bedoeld in art. 577b van het Wetboek van Strafvordering ingediend door:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De rechtbank heeft het verzoek tot kwijtschelding,
subsidiair vermindering afgewezen.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk zal
verklaren in het beroep.
3.Ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen hoger beroep of beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.
Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige hoger
beroep of beroep in cassatie openstaat, kan de
betrokkene in het door hem ingestelde beroep niet worden ontvangen.
4.Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren
A.M.M. Orie en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2001.

