Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD7674

Datum uitspraak2001-09-05
Datum gepubliceerd2002-06-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00105
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 01/00105 5 september 2001 CJIB 19868658 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Groningen van 8 januari 2001 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats]. 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 300,-- opgelegd ter zake van "als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 7 februari 1998 op de Bosweg in de gemeente Leek. 3.2. De betrokkene stelt, dat hij het kenteken wel op de voorgeschreven wijze heeft gebruikt, omdat op voormelde plaats en tijd met het voertuig, waarop het handelaarskenteken was aangebracht, een proefrit werd gemaakt. 3.3. Art. 44, eerste lid, van het Kentekenreglement luidt: Een handelaarskenteken mag uitsluitend worden gebruikt indien met het voertuig als bedoeld in het tweede en derde lid gebruik van de weg wordt gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het erkende bedrijf of de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie het handelaarskenteken is opgegeven. 3.4. Het ter zake van de onderhavige gedraging op ambtseed opgemaakte proces-verbaal, zoals dat is opgenomen in het zaakoverzicht, houdt - voor zover van belang - in: Vrouw met kind en boodschappen, geparkeerd op de parkeerplaats aan de Bosweg te Leek. Bestuurster verklaarde dat de auto werd gebruikt als "leenauto". 3.5. Wordt een voertuig, waarop een handelaarskenteken is aangebracht, gebruikt als "leenauto", dan wordt niet gebruik van de weg gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het erkende bedrijf of de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie het handelaarskenteken is opgegeven. 3.6. De betrokkene bestrijdt de juistheid van het relaas van het hiervoor weergegeven relaas van verbalisant. Volgens de betrokkene lagen de boodschappen al een tijdje in de auto, is het kind op dezelfde plaats uitgestapt als het is ingestapt en stond de auto geparkeerd wegens pech. Bovendien zou de verbalisant de personalia van de bestuurster niet hebben opgenomen. 3.7. De betrokkene staaft zijn betoog niet met een verklaring van de bestuurster. Dat wekt verbazing, omdat hij kennelijk wel op de hoogte is van de juiste personalia van de bestuurster. Voorts valt niet in te zien hoe de omstandigheid, dat het zoontje van de bestuurster op voormelde plaats is ingestapt en ook is uitgestapt, het betoog van de betrokkene zou kunnen versterken. En dat nog los van de vraag hoe valt te verklaren dat het zoontje van de bestuurster op een kennelijk niet tevoren afgesproken, immers door pech bepaalde plaats zou zijn in- en uitgestapt en al reeds moet zijn ingestapt toen de verbalisant de gedraging constateerde, terwijl er volgens de betrokkene niet veel tijd is verstreken tussen het moment waarop het onderhavige voertuig het liet afweten en het moment waarop de gedraging werd geconstateerd. 3.8. Het betoog van de betrokkene roept aldus zoveel vragen op, dat aan de bewering van de betrokkene, dat de bestuurster niet van een leenauto zou hebben gesproken maar zou hebben gezegd dat zij de auto had geleend, waaronder volgens de betrokkene moet worden verstaan "geleend voor een proefrit" kan worden voorbijgegaan. Er is derhalve geen reden aan de juistheid van het relaas van de verbalisant te twijfelen. 3.9. Het vorenoverwogene brengt mee, dat de bestreden beslissing dient te worden bevestigd en dat het verzoek tot vergoeding van proceskosten moet worden afgewezen. 4. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.