Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD7677

Datum uitspraak2001-09-05
Datum gepubliceerd2002-06-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00033
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 01/00033 5 september 2001 CJIB 32398665 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Sneek van 22 november 2000 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats]. 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 300,- opgelegd ter zake van "op autosnelweg achteruitrijden ", welke gedraging zou zijn verricht op 10 maart 2000 op de Rijksweg A7 Afsluitdijk nabij Kornwerderzand in de gemeente Wûnseradiel. De officier van justitie heeft deze sanctie gematigd tot fl 180,- . 3.2. De betrokkene stelt dat de bestreden beslissing onder meer inhoudt dat de betrokkene niet is verschenen, terwijl hij wel degelijk ter zitting is verschenen. 3.3. Het hof overweegt dat er sprake is van een kennelijke schrijffout, omdat uit het proces-verbaal van de zitting van 10 november 2000 blijkt dat de betrokkene wel is verschenen. De betrokkene heeft niet gesteld, noch is gebleken dat hij in zijn belangen is geschaad door voormelde kennelijke schrijffout, zodat dit geen reden is om de bestreden beslissing te vernietigen. 3.4. De betrokkene erkent de bestreden gedraging te hebben verricht. Hij voert echter aan, dat hij niet wilde invoegen, omdat hij dan een doorgetrokken streep had moeten overschrijden en dat achteruitrijden veiligheidshalve de beste oplossing was. Voorts voert hij aan dat de gedraging geen irritatie opleverde voor de medeweggebruiker en dat hij door achteruit te rijden geen onveilige situatie veroorzaakte. 3.5. Het hof overweegt met betrekking tot het door de betrokkene aangevoerde het volgende. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden zijn naar het oordeel van het hof niet van dien aard dat zij het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken noch van dien aard dat de sanctie verder gematigd zou moeten worden. In aanmerking genomen dat de betrokkene in de door hem beschreven situatie terecht is gekomen doordat hij is gaan rijden op een rijstrook, waarvan het berijden door middel van een boven die rijstrook aangebracht rood kruis was verboden, verminderen de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden niet het verwijt dat de betrokkene wordt gemaakt, te weten overtreding van een voorschrift dat strekt tot het bevorderen van de verkeersveiligheid. 3.6. Het hof verklaart het beroep van de betrokkene dan ook ongegrond. 4. De beslissing Het gerechtshof: verklaart het beroep ongegrond. Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.