
Jurisprudentie
AD7744
Datum uitspraak2001-09-13
Datum gepubliceerd2002-06-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00214
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2002-06-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00214
Statusgepubliceerd
Uitspraak
WAHV 01/00214
13 september 2001
CJIB 31882727
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Rotterdam
van 23 maart 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 30 augustus 2001. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mw mr T.H. Pitstra. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 17 januari 2000 op de Maasboulevard in de gemeente Rotterdam.
3.2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent niet dat de betrokkene de gedraging heeft verricht, maar stelt dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken. Hij voert daartoe aan, dat de betrokkene, die al 14 jaar besmet is met het HIV- virus, op de ochtend dat de gedraging is verricht een chemotherapie in het ziekenhuis heeft moeten ondergaan, dat deze therapie langer heeft geduurd dan aanvankelijk was verwacht, dat de betrokkene te snel naar huis is gereden, omdat hij - zoals ook blijkt uit de overgelegde medische verklaring - volgens een strikt op te volgen innameschema gekoelde medicijnen in moet nemen en anders niet op tijd thuis zou zijn geweest om dit tijdig te doen en dat hij de medicijnen niet mee had kunnen nemen omdat ze gekoeld moeten blijven.
3.3. Vast is komen te staan, dat de gedraging door de betrokkene is verricht. Het hof is voorts van oordeel, dat - wanneer de betrokkene aan het verkeer deelneemt - zich ook andere omstandigheden kunnen voordoen, zoals bijvoorbeeld een file of een ongeval, die tot gevolg kunnen hebben dat de betrokkene niet op tijd thuis is om zijn medicijnen volgens het strikt te volgen innameschema in te nemen. Het hof is dan ook van oordeel, dat van de betrokkene mag worden verwacht dat hij maatregelen treft, zoals het meenemen van zijn medicijnen in een koeltas, om te voorkomen dat hij slechts door het overtreden van verkeersvoorschriften op tijd thuis is om zijn medicijnen te kunnen innemen.
3.4. Het hof overweegt dat, gelet op de omstandigheden van het geval, er geen aanleiding is de sanctie geheel achterwege te laten, maar wel om deze te matigen. Het hof matigt de aan de betrokkene opgelegde sanctie tot f 120,-.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij het bedrag van de sanctie in stand is gelaten en verklaart het beroep in zoverre gegrond;
wijzigt het bedrag van de administratieve sanctie in fl 120,--;
bepaalt dat van hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld een bedrag van fl 120,-- aan deze door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr Huisman, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

