Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD7809

Datum uitspraak2001-09-19
Datum gepubliceerd2002-06-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 00/00391
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 00/00391 19 september 2001 CJIB 30468264 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Amsterdam van 4 juli 2000 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats]. 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. Bij tussenarrest van 6 juni 2001 heeft het hof de advocaat-generaal opgedragen aan de verbalisant nadere informatie te vragen. Bij brief met bijlage van 9 juli 2001 heeft de advocaat-generaal de door het hof gevraagde informatie verschaft. De betrokkene heeft bij brief van 19 juli 2001 op de door de advocaat-generaal verstrekte informatie gereageerd. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,= opgelegd ter zake van "voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken) niet voor laten gaan", welke gedraging zou zijn verricht op 23 november 1999 op de Nieuwezijds Voorburgwal in de gemeente Amsterdam. 3.2. De betrokkene stelt in de eerste plaats dat hij ten onrechte niet is staande gehouden. 3.3. Art. 5 WAHV bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. 3.4. De verbalisant, R. Lasschuit, heeft in een aanvullend proces-verbaal van 27 juni 2001 op ambtsbelofte gerelateerd - zakelijk weergegeven - dat hij ten tijde van het constateren van de onderhavige gedraging te voet surveilleerde en er derhalve geen reële mogelijkheid bestond om de bestuurder staande te houden. 3.5. Het hof verenigt zich met dit oordeel. 3.6. Voorts ontkent de betrokkene niet de gedraging te hebben verricht, maar stelt hij zich op het standpunt dat hij er recht op heeft te weten waar precies de beweerdelijke gedraging zou zijn verricht, aangezien zich op de Nieuwezijds Voorburgwal diverse voetgangersoversteekplaatsen bevinden. 3.7. Het onder 3.4. genoemde proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - dat de verbalisant heeft geconstateerd dat de bestuurder van de personenauto met het kenteken [kenteken] voetgangers op een voetgangersoversteekplaats zonder verkeerslichten op de Nieuwezijds Voorburgwal ter hoogte van de Nieuwezijds Kolk niet heeft laten voorgaan. 3.8. In reactie daarop heeft de betrokkene gesteld dat er zich op de Nieuwezijds Voorburgwal ter hoogte van de Nieuwezijds Kolk twee voetgangersoversteekplaatsen zonder verkeerslichten bevinden en dat hem derhalve nog steeds niet duidelijk is op welke van die twee voetgangersoversteekplaatsen de hem verweten gedraging exact betrekking heeft. 3.9. Nu de betrokkene daaromtrent niets heeft aangevoerd, ziet het hof niet in welke belangen van de betrokkene zouden zijn geschonden doordat hem niet bekend is geworden op welke van de twee voetgangersoversteekplaatsen op de Nieuwezijds Voorburgwal ter hoogte van de Nieuwezijds Kolk de hem verweten gedraging is verricht. Het hof gaat derhalve voorbij aan hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd. 3.10. Op grond van het voorgaande zal het hof de bestreden beslissing bevestigen. 4. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.