
Jurisprudentie
AD8124
Datum uitspraak2001-09-26
Datum gepubliceerd2002-06-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 00/00398
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2002-06-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 00/00398
Statusgepubliceerd
Uitspraak
WAHV 00/00398
26 september 2001
CJIB 27653361
Gerechtshof te Leeuwarden
Beslissing
op het verzoek om een kostenveroordeling
ex artikel 13b WAHV
van
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. Het procesverloop
Op 22 mei 2000 heeft de kantonrechter te Amsterdam het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Partijen zijn opgeroepen voor de zitting van 1 juni 2001.
Bij brief van 30 mei 2001 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking van 23 juli 1999 met CJIB nummer 27653361 in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.
Bij brief van 30 mei 2001 heeft het hof de betrokkene verzocht voor 27 juni 2001 aan het hof mede te delen of het beroep wordt gehandhaafd.
Op 1 juni 2001 heeft de betrokkene telefonisch aan het hof medegedeeld de zaak schriftelijk te zullen intrekken.
Het hof heeft de zaak aangehouden tot 28 juni 2001 in afwachting van het schrijven van de betrokkene.
Bij brief van 24 juni 2001 heeft de betrokkene het beroep ingetrokken en verzocht om een kostenvergoeding.
Bij brief van 11 juli 2001 heeft de advocaat-generaal gereageerd op voormelde brief.
Op 16 juli 2001 heeft de betrokkene vervolgens een reactie gegeven op de brief van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld te reageren op het schrijven van de betrokkene van 16 juli 2001. Van deze mogelijkheid is echter geen gebruik gemaakt.
Nadien heeft de voorzitter de zaak voor behandeling verwezen naar de meervoudige kamer.
2. Beoordeling
2.1. Ingevolge art. 13b, eerste lid, eerste volzin, in samenhang met art. 20d, vierde lid, WAHV kan de advocaat-generaal in geval van intrekking van het beroep omdat de advocaat-generaal geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van art. 13a WAHV in de kosten worden veroordeeld.
2.2. De betrokkene voert de volgende kostenposten op: porto- en kopieerkosten fl 8,-, kosten foto's fl 10,-, verletkosten in verband met het bijwonen van de zitting van de kantonrechter op 22 mei 2000 fl 110,50, reiskosten in verband met de zitting van de kantonrechter van 22 mei 2000 fl 36,- en verletkosten in verband met de zitting van het hof van 1 juni 2001 fl 221,-.
2.3. Ingevolge art. 1 van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:
a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
b. kosten van een getuige of deskundige die door een partij is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,
c. reis- en verblijfkosten van een partij,
d. verletkosten van een partij, en
e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken;
f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.
2.4. Gelet op voormelde bepaling komen de door de betrokkene genoemde porto- en kopieerkosten, alsmede de kosten van foto's, niet voor vergoeding in aanmerking.
2.5. Wel komen, gelet op art. 1 van voormeld Besluit, de reiskosten die de betrokkene heeft gemaakt in verband met het bijwonen van de zitting van de kantonrechter op 22 mei 2000 voor vergoeding in aanmerking. Ingevolge art. 2, eerste lid, aanhef en onder c, van voormeld Besluit jo art. 6, eerste lid, onderdeel III, van het Besluit tarieven in strafzaken worden reiskosten berekend naar het tarief per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Het hof zal daarom ter zake van reiskosten ([traject vv]) aan de betrokkene een bedrag toekennen van fl 11,50.
2.6. Voorts komen de verletkosten in verband met het bijwonen van de zitting van de kantonrechter voor vergoeding in aanmerking. Het hof zal ter zake aan de betrokkene een bedrag van fl 110,94 toekennen.
2.7. Tenslotte heeft de betrokkene verzocht een vergoeding toe te kennen voor de kosten van het opnemen van vier vrije uren in verband met het bijwonen van de zitting van het hof op 1 juni 2001. De betrokkene voert aan dat hij het bericht van de advocaat-generaal dat hij had besloten om de inleidende beschikking in te trekken pas één dag voor de zitting heeft ontvangen en dat hij op dat moment het verlof reeds had aangevraagd. Het hof begrijpt vorenstaande aldus dat volgens de betrokkene het niet meer mogelijk was het verlof niet op te nemen. Het hof acht dit evenwel niet aannemelijk. Derhalve dient het verzoek in zoverre te worden afgewezen.
3. De beslissing
Het gerechtshof:
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van ƒ 122,44;
wijst het verzoek om een kostenveroordeling voor het overige af.
Deze beslissing is gegeven door mrs Kalsbeek, voorzitter, Vellinga en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

