
Jurisprudentie
AD8542
Datum uitspraak2001-11-14
Datum gepubliceerd2002-06-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00284
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2002-06-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00284
Statusgepubliceerd
Uitspraak
WAHV 01/00284
14 november 2001
CJIB 25181888
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Winschoten
van 24 januari 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 5 januari 2000 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet, omdat het verzetschrift niet tijdig is ingediend.
3.2. Beoordeeld dient te worden of de kantonrechter het verzet terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof overweegt daartoe het volgende.
3.3. Ingevolge art. 26, derde lid, WAHV wordt het verzetschrift binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel ingediend bij het kantongerecht binnen het rechtsgebied waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. Bij het verzetschrift worden het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel overgelegd.
3.4. Blijkens de gedingstukken is het ongedateerde verzetschrift op 18 juli 2000 ter griffie van het kantongerecht te Winschoten ontvangen. Nu het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel zich niet bij de stukken bevinden, zal het hof gelet op het bepaalde in art. 26, vijfde lid, WAHV de betrokkene de gelegenheid bieden tot herstel van het verzuim met betrekking tot deze over te leggen stukken.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
stelt de betrokkene in de gelegenheid het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel over te leggen;
bepaalt dat deze stukken binnen twee weken na verzending van deze beschikking ter griffie van het gerechtshof dienen te zijn binnengekomen.
Deze beschikking is gegeven mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

