
Jurisprudentie
AD8704
Datum uitspraak2001-11-21
Datum gepubliceerd2002-06-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00461
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2002-06-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00461
Statusgepubliceerd
Uitspraak
WAHV 01/00461
21 november 2001
CJIB 38236552
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Delft
van 8 augustus 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 13 oktober 2000, om 17.22 uur, op de Van Saenredamstraat in de gemeente [woonplaats]
3.2. De betrokkene voert aan, dat hij geen APK-bewijs voor zijn auto behoefde te hebben, omdat hij geen gebruik maakte van de weg en het kentekenbewijs daarom geschorst was.
3.3. Het proces-verbaal, nr. PL1581/2000/24431 - 7, van de politie District Delft/Pijnacker/Nootdorp, d.d. 2 mei 2001, op ambtsbelofte opgemaakt door I.N. Klooster, verbalisant, houdt in, zakelijk weergegeven, dat het voertuig met kenteken [kenteken] op 13 oktober 2000 geparkeerd stond in een parkeervak op de openbare weg. Het door de betrokkene bij de kantonrechter bij zijn beroepschrift overgelegde kopie van zijn kentekenbewijs houdt in, dat de geldigheid van zijn kentekenbewijs op 13 oktober 2000 om 10.01 uur geschorst was tot en met 13 oktober 2001.
3.4. Op grond van art. 68 WVW, eerste lid, aanhef en onder d, eindigt de schorsing van de geldigheid van het kentekenbewijs zodra met het voertuig van de weg gebruik gemaakt wordt. Nu de betrokkene niet ontkent van zijn auto gebruik te hebben gemaakt op de openbare weg op 13 oktober 2000 om 17.22 uur, was de schorsing van de geldigheid van het kentekenbewijs op 13 oktober 2000, 10.10 uur, in ieder geval op die dag om 17.22 geƫindigd. Naar de overtuiging van het hof is derhalve komen vast te staan dat de betrokkene de gedraging heeft verricht.
Aangezien het door de betrokkene bij zijn beroepschrift bij de officier van justitie overgelegde kopie van kentekenbewijs inhoudt, dat de geldigheid van zijn kentekenbewijs tot en met 9 oktober 2000 ook geschorst was en het als bijlage bij het proces-verbaal van I.N. Klooster overgelegde mutatieformulier inhoudt, dat de auto volgens buurtbewoners al een tijdje op de plaats stond waar de gedraging is verricht, kan het feit dat de geldigheid van het kentekenbewijs net de dag van de gedraging was geschorst en het daarom sneu voor de betrokkene zou zijn meteen die dag een administratieve boete te krijgen, niet tot matiging van de opgelegde sanctie leiden, omdat de betrokkene blijkbaar wel vaker met zijn auto van de openbare weg gebruik heeft gemaakt, terwijl de geldigheid van het kentekenbewijs geschorst was.
3.5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, Huisman en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

