Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD9164

Datum uitspraak2002-01-09
Datum gepubliceerd2002-06-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00488
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 01/00488 9 januari 2002 CJIB 30272840 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Harderwijk van 16 juli 2001 betreffende [betrokkene] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,- opgelegd ter zake van "als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 27 juli 1999 op de Elspeterweg in de gemeente Nunspeet. 3.2. Het proces-verbaal, mutatienr. PL273F/00-005247, van de Koninklijke marechaussee District GOF Brigade 't Harde/Afdeling Politiedienst, d.d. 3 februari 2000, op ambtbelofte opgemaakt door J.M. van Zanten, verbalisant, houdt in, zakelijk weergegeven, dat de auto van de betrokkene, een witte Mercedes, voor de auto van de verbalisant reed, dat deze auto ging inhalen, dat dit voertuig over het verdrijvingsvlak heen reed. 3.3. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij voert hiertoe aan, dat de verbalisant 600 meter achter hem, de betrokkene, reed en dat tussen de auto van de betrokkene en de auto van de verbalisant een auto reed, waardoor de verbalisant de gedraging niet goed heeft kunnen waarnemen, dat de verbalisant de betrokkene aanvankelijk ook een beschikking wilde geven voor te hard rijden, maar dat de verbalisant niet juist had waargenomen dat de betrokkene te hard had gereden waardoor hij de beschikking introk en dat de verbalisant dan ook niet heeft kunnen waarnemen, dat de betrokkene de onderhavige gedraging heeft verricht. 3.4. Naar de overtuiging van het hof is niet komen vast te staan dat de bestreden gedraging is verricht. Het hof acht in dit verband met name van belang, dat de betrokkene deugdelijk gemotiveerd aangeeft dat hij de gedraging niet heeft verricht en dat er van de zijde van het openbaar ministerie in het geheel niets is gesteld of overgelegd, waaruit kan worden afgeleid, dat hetgeen de betrokkene ter onderbouwing van zijn beroep stelt niet juist is. 3.5. Het hof zal dan ook de beslissing van de kantonrechter vernietigen. 4. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter. vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 12 augustus 2000, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 30272840 de administratieve sanctie is opgelegd; Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.