Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD9433

Datum uitspraak2002-01-31
Datum gepubliceerd2002-02-20
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers20.001462.01
Statusgepubliceerd


Uitspraak

parketnummer : 20.001462.01 uitspraakdatum : 31 januari 2002 tegenspraak GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 juli 2001 in de strafzaak onder parketnummer 01/049036-01 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum], wonende te [adres] thans preventief gedetineerd in het Huis van Bewaring "De Boschpoort" te Breda. Het hoger beroep De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld. Het onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter. De tenlastelegging Het hof neemt hier uit het beroepen vonnis de weergave van de tenlastelegging over. In deze weergave van de tenlastelegging zijn de in eerste aanleg toegelaten wijzigingen begrepen. Voor zover in de tenlastelegging nog schrijffouten voorkomen, moeten die in deze weergave van de tenlastelegging geacht worden door het hof te zijn verbeterd. De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad. parketnummer : 20.001462.01 -2- datum uitspraak: 31 januari 2002 De bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij: 1. in de pleegperiode van 1 januari 2001 tot 19 maart 2001, in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, na te melden goederen verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof: 1. op 13 maart 2001 te Vlijmen, gemeente Heusden, een (grote) hoeveelheid computerprocessoren; 2. in de periode van 12 maart 2001 tot en met 18 maart 2001 te 's-Hertogenbosch, een laptopcomputer; 3. in de periode van 14 maart 2001 tot en met 18 maart 2001 te 's-Hertogenbosch, een laptopcomputer; 4. in de periode van 1 februari 2001 tot en met 18 maart 2001 te 's-Hertogenbosch, een (grote) hoeveelheid GeForce- computerkaarten; 5. in de periode van 7 maart 2001 tot en met 18 maart 2001 te 's-Hertogenbosch, 3 computers; 6. in de periode van 16 maart 2001 tot en met 18 maart 2001 te 's-Hertogenbosch, 2 computers; 8. in de periode van 16 maart 2001 tot en met 18 maart 2001 te 's-Hertogenbosch, 1 laptopcomputer; 2. in de periode van 1 januari 2001 tot en met 18 maart 2001 te 's-Hertogenbosch opzettelijk heeft geteeld een hoeveelheid van ongeveer 239 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; 3. in de periode van 1 januari 2001 tot en met 18 maart 2001 te 's-Hertogenbosch, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid electriciteit, toebehorende aan [benadeelde partij], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, te weten door het verbreken van een zegel van de electriciteitsmeter; 4. op 19 maart 2001 te 's-Hertogenbosch munitie van categorie III, te weten 12 kogelpatronen, voorhanden heeft gehad. Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 2, 3 en 4 meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. De door het hof gebruikte bewijsmiddelen PRO MEMORIE parketnummer : 20.001462.01 -3- datum uitspraak: 31 januari 2002 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. De raadsman van de verdachte heeft gesteld, dat een - in zijn visie - 'gewone' bedrijfsinbraak waarbij een zevental laptopcomputers is ontvreemd, geen misdrijf is dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Dat zich op de buitgemaakte laptops personeelsvertrouwelijke informatie bevond, doet daar, volgens de raadsman, niet aan af. De raadsman van de verdachte verbindt aan zijn stelling de conclusie, kort gezegd, dat, nu aan een van de wettelijke voorwaarden niet is voldaan, de telefoontaps onrechtmatig zijn, zodat alle naar aanleiding daarvan verkregen onderzoeksresultaten niet kunnen meewerken tot het bewijs van het tenlastegelegde en de verdachte, bij gebrek aan (overig) wettig en overtuigend bewijs, van de gehele tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. Met de eerste rechter is het hof van oordeel dat het verweer met betrekking tot de rechtmatigheid van het bewijs moet worden verworpen. Het hof overweegt daartoe het volgende. Op 30 januari 2001 werd aangifte gedaan namens het Ministerie van Defensie van een inbraak tussen 26 en 28 januari 2001 bij de Generaal Winkelmankazerne te Nunspeet, waarbij onder meer zeven laptops met vertrouwelijke, waaronder persoonsvertrouwelijke informatie, zouden zijn weggenomen. Voorts had de politie de beschikking over een proces-verbaal van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) van 6 februari 2001. In dit proces-verbaal stond onder meer weergegeven: "[verdachte] en [betrokkene 1] handelen in laptops, merk Toshiba. De laptops zouden gestolen zijn bij de Koninklijke Landmacht". Voorts hield de informatie in dat [verdachte] (verdachte) vanuit zijn woning aan de Loekemanstraat 90 te 's-Hertogenbosch handelt in nieuwe en gebruikte computers en computeronderdelen en dat hij daarbij gebruik maakt van een GSM met het nummer 06-53146876. Deze informatie was begin februari 2001 ontvangen. Een en ander is door de chef van de CIE als betrouwbaar aangemerkt. Deze gegevens leveren een voldoende sterke verdenking van betrokkenheid bij de genoemde inbraak op. Nu het gaat om de verdwijning van een aantal computers van aanzienlijke waarde met vetrouwelijke informatie inzake personeel, waardoor de bedrijfsvoering ernstig verstoord kon worden en privacy-belangen geschonden zouden kunnen worden, terwijl bovendien een diefstal in een kazerne is gepleegd (de beveiliging van een defensie-inrichting behoort gegarandeerd te zijn), is het hof van oordeel, dat het hier wel degelijk ging om een misdrijf dat gezien zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleverde. Mitsdien is voldaan aan de vereisten die gelden krachtens artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering. Het beroep op onrechtmatigheid in de bewijsverkrijging moet dan ook worden verworpen. parketnummer : 20.001462.01 -4- datum uitspraak: 31 januari 2002 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. Het onder 1 primair bewezenverklaarde is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 417 van het Wetboek van Strafrecht. Het onder 2 bewezenverklaarde is als misdrijf voorzien bij artikel 3, eerste lid aanhef en onder B, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid, van die wet. Het onder 3 bewezenverklaarde is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid aanhef en onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht, in verband met artikel 310 van dat wetboek. Het onder 4 bewezenverklaarde is als misdrijf voorzien bij artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid, van die wet. Hetgeen bewezen is verklaard moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld. De strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar. De redengeving van de op te leggen straf of maatregel Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat daarin de ernst van het onder 1 bewezenverklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt. Gebleken is dat verdachte zich stelselmatig heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk helen van door misdrijf (diefstal, verduistering in dienstbetrekking) verkregen voorwerpen. Daarbij is het hof ervan overtuigd, dat verdachte nauw betrokken was bij de diefstal van -onder meer- laptops uit geparkeerde (bedrijfs)auto's. Uit verschillende uitgeluisterde telefoongesprekken blijkt immers dat verdachte aan zijn afnemers mededeelde dat hij binnen enkele dagen weer over te verhandelen laptops zou beschikken. Zo zei verdachte bijvoorbeeld op vrijdag 16 maart 2001 tegen ene [betrokkene 2] dat hij in het weekend waarschijnlijk nog vijf laptops zal krijgen. Nog in de loop van de avond van die dag, omstreeks 22.16 uur, nam verdachte wederom contact op met deze [betrokkene 2], aan wie hij vervolgens mededeelde dat hij, verdachte, onder meer een 'Dell 366 met 128 Mb en Cd-Rom en floppy drive' had. Uit onderzoek is gebleken dat deze laptop kort daarvoor, tussen 20.45 uur en 21.15 uur, in 's-Hertogenbosch uit een bedrijfsauto van KPN was gestolen. Gelet op het tijdsverloop tussen de diefstal van deze laptop en laatstbedoeld telefoongesprek is de dief kennelijk rechtstreeks met zijn buit naar verdachte gegaan. Door het (op grote schaal) afnemen van gestolen parketnummer : 20.001462.01 -5- datum uitspraak: 31 januari 2002 waar draagt de verdachte bij aan de instandhouding van een maatschappelijk probleem. Velen worden daardoor ernstig gedupeerd. In het onderhavige geval gaat het bovendien veelal om laptops, die de gebruikers ervan beroepsmatig onder zich hadden, waardoor zij door de diefstal in hun beroepsuitoefening ernstig werden gestoord. De in de beslissing als zodanig te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen betreft die verdachte geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van het onder 1 bewezenverklaarde zijn verkregen danwel voorwerpen met behulp waarvan het onder 1 bewezenverklaarde is begaan. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De in de beslissing als zodanig te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zullen aan het verkeer onttrokken worden. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen zijn van zulke aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet dan wel voorwerpen met behulp waarvan het onder 2 bewezenverklaarde is begaan. Het hof heeft bij zijn beslissing deze voorwerpen als een gezamenlijkheid van voorwerpen opgevat, waarop het voorgaande van toepassing is. Voorts worden de in de beslissing als zodanig te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan het verkeer onttrokken, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het onder 4 bewezenverklaarde is begaan. Het hof zal voorts bepalen dat de in de beslissing nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen teruggegeven dienen te worden aan de verdachte. Ten aanzien van de overige in de beslissing als zodanig te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen - behoudens die waarop in het kader van het strafrechtelijk financieel onderzoek conservatoir beslag is gelegd - kan geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt. Ten aanzien van die voorwerpen zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten. parketnummer : 20.001462.01 datum uitspraak: 31 januari 2002 De toegepaste wettelijke voorschriften De strafoplegging is gegrond op de artikelen: 10, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57, 310, 311 en 417 van het Wetboek van Strafrecht; de artikelen 1, 3, 11 en 13 van de Opiumwet en de artikelen 2, 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie. B E S L I S S I N G: Het hof: vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht; verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart dat het bewezenverklaarde oplevert: voor wat betreft feit 1 primair: "Van het plegen van opzetheling een gewoonte maken."; voor wat betreft feit 2: "Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid onder B, van de Opiumwet gegeven verbod."; voor wat betreft feit 3: "Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking."; voor wat betreft feit 4: "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie." verklaart de verdachte deswege strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van vierentwintig maanden; beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf daarop geheel in mindering zal worden gebracht; verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, voor zover: - op de aan dit arrest gehechte lijst A vermeld onder de nummers 02, 06 tot en met 11, 13 tot en met 18, 22 tot en met 31, 36, 37, 39, 40, 42, 43 tot en met 68, 70 tot en met 72 en 74 tot en met 76; - op de aan dit arrest gehechte lijst B vermeld onder de nummers 1, 2 en 4 tot en met 7; - op de aan dit arrest gehechte lijst C vermeld onder de nummers 1 tot en met 15; - op de aan dit arrest gehechte lijst D vermeld onder de nummers 1 tot en met 22; - op de aan dit arrest gehechte lijst E vermeld onder de nummers 1 tot en met 7; verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, voor zover op de aan dit arrest gehechte lijst F vermeld onder de nummers 01 tot en met 37 en 42; parketnummer : 20.001462.01 datum uitspraak: 31 januari 2002 gelast de teruggave aan verdachte van de navolgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, voor zover: - op de aan dit arrest gehechte lijst A vermeld onder de nummers 48 en 73; - op de aan dit arrest gehechte lijst F vermeld onder de nummers 38 tot en met 41; gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, voor zover: - op de aan dit arrest gehechte lijst A vermeld onder de nummers 01, 03 tot en met 05, 19 tot en met 21, 32 tot en met 35, 38 en 41; - op de aan dit arrest gehechte lijst B vermeld onder nummer 3; - op de aan dit arrest gehechte lijst D vermeld onder nummer 23. parketnummer : 20.001462.01 datum uitspraak: 31 januari 2002 Dit arrest is gewezen door Mr. Koster-Vaags, als voorzitter Mrs. de Poorter en Denie, als raadsheren in tegenwoordigheid van Dhr. Koningstein, als griffier. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 januari 2002.