bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD9725

Datum uitspraak2002-02-22
Datum gepubliceerd2002-03-01
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09-037898-01
Statusgepubliceerd


Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE, SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE KAMER (VERKORT VONNIS) parketnummer 09-037898-01 rolnummer 0002 's-Gravenhage, 22 februari 2002 De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: Sheldon Melangelo Obispo GIRIGORI, geboren op 9 mei 1974 te Curaçao (Nederlandse Antillen), wonende te Witte de Withstraat 5, 2518 CN 's-Gravenhage, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting HvB Noordsingel te Rotterdam. De terechtzitting. Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 8 februari 2002. De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr A.M. Seebregts, is verschenen en gehoord. De officier van justitie mr Steen heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De telastlegging. Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A. De bewijsmiddelen. P.M. De bewezenverklaring. Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 primair vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte. Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert. Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden. Strafmotivering. Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte heeft geprobeerd een overval te plegen in een snackbar, door de vrouw die op dat moment in die snackbar werkte met een nepvuurwapen te bedreigen. Hij deed daarbij alsof hij het wapen doorlaadde, waarna hij het wapen op de vrouw richtte, en heeft haar vervolgens in de richting van de kassa geduwd, daarbij roepende "Kassa!". Dat verdachte niet in zijn voornemen is geslaagd is niet aan hem, maar aan het kordate optreden van de aangeefster te danken. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij niet heeft stilgestaan bij de traumatische gevolgen die een dergelijke gebeurtenis kan hebben voor het slachtoffer. Het kan zelfs, zo leert de ervaring, tot gevolg hebben dat mensen niet meer in een openbare gelegenheid durven te werken. Verder is verdachte diezelfde avond naar een persoon toegegaan die hij in een steegje zag lopen en heeft hij deze persoon, bij wijze van "grap" zoals hij zelf heeft verklaard, met een neppistool bedreigd. Het slachtoffer heeft hierdoor doodsangsten uitgestaan en dacht daadwerkelijk door verdachte te worden neergeschoten. Verdachte heeft daarna het slachtoffer tegen de schouder geduwd en heeft hem met het wapen op zijn gezicht geslagen. Het letsel dat het slachtoffer hierdoor heeft opgelopen is weliswaar niet ernstig, maar het is goed mogelijk dat het voorval gevolgen zal hebben, in die zin dat het slachtoffer zich wellicht niet meer 's avonds op straat zal durven te begeven. Tenslotte heeft verdachte samen met een ander uit diverse winkels kledingstukken, ondergoed en een fotoboek gestolen. Dergelijke winkeldiefstallen berokkenen de gedupeerden veel schade en overlast. De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 19 november 2001 al vele malen, ook ter zake van geweldsdelicten, veroordeeld is geweest. Al het hiervoor overwogene brengt de rechtbank ertoe aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen van na te noemen duur. De toepasselijke wetsartikelen. De artikelen: - 45, 57, 285, 300, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing. De rechtbank, verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 primair telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt: Ten aanzien van feit 1: Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken; Ten aanzien van feit 2: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; Ten aanzien van feit 3: Mishandeling; Ten aanzien van feit 4 primair: Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd; verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar; veroordeelt verdachte te dier zake tot: gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren; bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; t.a.v. feit 1: in verzekering gesteld op :16 november 2001, in voorlopige hechtenis gesteld op :19 november 2001; t.a.v. feit 4: in verzekering gesteld op :6 november 2001, in vrijheid gesteld op :7 november 2001; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mrs Donker, voorzitter, Valk en Schaffels, rechters, in tegenwoordigheid van mr Japenga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 februari 2002.