
Jurisprudentie
AF0956
Datum uitspraak2002-11-12
Datum gepubliceerd2002-11-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 02/308 WAO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2002-11-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 02/308 WAO
Statusgepubliceerd
Uitspraak
Rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
eerste afdeling, enkelvoudige kamer
Reg.nr. AWB 02/308 WAO
UITSPRAAK
als bedoeld in artikel 8:54
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitspraak in het geding tussen
de minister van Justitie, eiser,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als rechtsopvolger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder.
Ontstaan en loop van het geding
Bij brief van 17 januari 2002, bij de rechtbank ingekomen op 18 januari 2002, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 23 november 2001. Eiser heeft hierbij aangegeven dat hij bij brief van 20 december 2001 abusievelijk het beroepschrift heeft ingediend bij verweerder.
Op verzoek van de rechtbank om aan te geven of en zo ja, waarom het bij verweerder ingediende beroepschrift niet is doorgezonden aan de rechtbank, heeft verweerder schriftelijk gereageerd, met overlegging van twee uitspraken van de rechtbank Dordrecht.
Motivering
Blijkens de stukken heeft verweerder het beroepschrift doorgezonden aan de rechtbank Dordrecht. Deze heeft, met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, bij uitspraak van 31 mei 2002 het beroep niet-ontvankelijk verklaard en bij uitspraak van 6 september 2002 het hiertegen door eiser gedane verzet ongegrond verklaard. Daarmee is onherroepelijk op het beroep beslist.
Op hetzelfde beroep van dezelfde eiser tegen hetzelfde besluit kan niet voor een tweede keer door een met dezelfde absolute bevoegdheid belaste rechter worden beslist. De rechtbank is derhalve kennelijk onbevoegd van het beroep kennis te nemen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Rechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.
Aldus gegeven door mr D.A. Verburg en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2002, in tegenwoordigheid van de griffier T.N.F. van der Gaarden.
Voor eensluidend afschrift,
de griffier van de Rechtbank 's-Gravenhage,
Verzonden op:

