Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF1066

Datum uitspraak2002-11-20
Datum gepubliceerd2002-11-26
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 02/00659
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 02/00659 20 november 2002 CJIB 39233947 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem van 25 januari 2002 betreffende [betrokkene]. (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [plaatsnaam] voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 220,-- (= Euro€ 99,83) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel) meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 21 december 2000 op de Rijksweg A12 te Arnhem. 3.2. Namens de betrokkene wordt betwist dat de verbalisant in staat kan zijn geweest de snelheid van de auto van de betrokkene te meten op de wijze als in het zaakoverzicht staat vermeld. Daartoe wordt aangevoerd, dat de snelheid van het voertuig gemeten zou zijn op de Rijksweg A-12 met behulp van de geijkte snelheidsmeter van het dienstvoertuig door over een afstand van 1500 meter met een gelijkblijvende tussenafstand van 100 meter de auto van de betrokkene te volgen. Voorts zou op kenteken zijn bekeurd, in verband met staandehouding van een ander voertuig. De gemachtigde van de betrokkene, die als bestuurder van het motorvoertuig optrad, stelt dat hij vanaf de A-50 de A-12 opreed, dat een surveillancevoertuig hem van achteren is genaderd, voorbijgereden en daarna een Mercedes, die ca 100 meter voor de gemachtigde van de betrokkene reed met behulp van signalen naar de uitvoegstrook van het daar gesitueerde Shell-station gedirigeerd. Het betreffende stuk van de A-12 van de A-50 tot aan het Shell-station is 1400 meter. 3.3. De betrokken verbalisant, als getuige ter zitting door de kantonrechter gehoord, verklaart dat hetgeen door de gemachtigde van de betrokkene omtrent de afstand van de aansluiting van de A-50 tot aan het Shell-station klopt. De meting zal derhalve op een ander traject geschied moeten zijn. Hij verklaart, wel te weten dat er een Mercedes is aangehouden, maar niet of dat bij het Shell-station is geweest. 3.4. Noch de inleidende beschikking, noch het zaakoverzicht geven een nadere plaatsaanduiding waar de overtreding zou zijn geconstateerd. Hoewel aan de advocaat-generaal kan worden toegegeven dat voor een betrouwbare snelheidsmeting met behulp van de geijkte snelheidsmeter van een surveillancevoertuig de afstand van 1500 meter niet bepalend is voor de vraag of een betrouwbare meting is verricht, blijft in casu te veel twijfel bestaan aan de feitelijke grondslag van de gedraging. Immers, tegenover de gedetailleerde verklaring van de gemachtigde van de betrokkene dat op de plaats waar volgens hem de gedraging is geconstateerd de constatering van de verbalisant niet kan kloppen (zoals ook door de verbalisant wordt onderschreven wanneer zou worden uitgegaan van de juistheid van die gegevens), wordt van de zijde van het openbaar ministerie niet méér gesteld, dan hetgeen de verbalisant ter zitting van de kantonrechter heeft verklaard, zoals hierboven onder 3.3. zakelijk weergegeven. 3.5. Nu noch ten aanzien van het eventuele traject, waar wel gemeten zou zijn, noch ten aanzien van de eventuele andere plaats waar de Mercedes zou zijn aangehouden nadere informatie is verschaft, rijst zoveel twijfel aan de juistheid van de inleidende beschikking, dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. 3.6. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen. 3.7. De gemachtigde van de betrokkene is ter zitting van de kantonrechter verschenen op 31 augustus 2001 en op 25 januari 2002. Aangezien in het onderhavige geval de gemachtigde ook uit eigen hoofde in beroep had kunnen komen (vgl. Hof Leeuwarden 3 oktober 2001, WAHV 01/00227, NJ 2001,679, VR 2002,10) zal het hof de gemachtigde als partij beschouwen in de zin van art. 13a WAHV. Nu de betrokkene in het gelijk wordt gesteld is er reden de advocaat-generaal te veroordelen in de reiskosten die door de gemachtigde zijn gemaakt. Gelet op art. 2, eerste lid, aanhef en onder c van het Besluit proceskosten bestuursrecht, in verbinding met art. 6, eerste lid, onderdeel III van het Besluit tarieven in strafzaken worden deze berekend naar het tarief per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Het hof zal derhalve ter zake van reiskosten (tweemaal Diepenheim - Arnhem v.v.) aan de betrokkene een bedrag toekennen van €Euro 28,20. 4. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 12 april 2001, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 39233947 de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat een bedrag van € 99,83 door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd, welk bedrag overeenkomt met een bedrag van f 220,-- dat door hem op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de gemachtigde van de betrokkene ter hoogte van Euro€ 28,20. Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Van Dijk en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.