Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF1199

Datum uitspraak2002-11-27
Datum gepubliceerd2002-11-27
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummersparketnummer 09/754049-01
Statusgepubliceerd


Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE KAMER (VERKORT VONNIS) parketnummer 09/754049-01 rolnummer 0003 's-Gravenhage, 27 november 2002. De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren op 18 november 1954 te Barranquilla (Colombia), [adres] De terechtzitting. Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 13 november 2002. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie mr Van Boetzelaer heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren. De telastlegging. Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A. De bewijsmiddelen. P.M. De bewezenverklaring. Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding vermelde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte. Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf oplevert. Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden. Strafmotivering. Na te melden straf is straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte heeft zich in de periode van 1 februari 2001 tot en met 19 december 2001 samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer in Nederland van een grote hoeveelheid cocaïne, te weten 312 kilogram. Verdachte en zijn mededaders hebben gedurende een lange periode deze import tot in detail voorbereid waarbij zij zelfs meerdere keren testcontainers met dekladingen naar Nederland hebben verstuurd alvorens zij overgingen tot het daadwerkelijke transport van de cocaïne welke verstopt was in blikken met palmharten. Verdachte heeft een centrale rol vervuld in een drugsorganisatie die professioneel was opgezet en waarin hij één van de aanbieders was van de cocaïne. Verdachte heeft gehandeld uit puur winstbejag, waarbij hij zijn eigen materiële gewin heeft laten prevaleren boven de gezondheid van anderen. Cocaïne is immers voor de gezondheid van gebruikers een zeer schadelijke stof en het gebruik daarvan is ook bezwaarlijk voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande door verslaafden gepleegde vormen van criminaliteit. De rechtbank kan derhalve niet voorbijgaan aan het feit dat de aard van de strafbare feiten waaraan verdachte zich heeft schuldig gemaakt, weer andere vormen van criminaliteit uitlokt en bevordert. Handelingen die tot doel hebben deze stof in te voeren en in omloop te brengen dienen dan ook krachtig te worden bestreden. Op grond van het vooroverwogene, alsmede in aanmerking genomen de strafoplegging in soortgelijke gevallen van invoer van een dergelijke hoeveelheid cocaïne is de rechtbank van oordeel dat na te melden straf passend en geboden is. De toepasselijke wetsartikelen. De artikelen: - 47 van het Wetboek van Strafrecht; - 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende Lijst I. Beslissing. De rechtbank, verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod; verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar; veroordeelt verdachte te dier zake tot: gevangenisstraf voor de duur van 9 JAAR; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mrs Donker, voorzitter, Raeijmaekers en Oskam, rechters, in tegenwoordigheid van mr Van der Steen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 november 2002.