Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF3152

Datum uitspraak2003-01-22
Datum gepubliceerd2003-01-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200206240/1
Statusgepubliceerd


Uitspraak

200206240/1. Datum uitspraak: 22 januari 2003 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en de Kiesraad, verweerder. 1. Procesverloop Bij brief van 25 november 2002 heeft verweerder (hierna: de Kiesraad) aan appellant medegedeeld dat de Kieswet geen mogelijkheid biedt tot het verlenen van een ontheffing van het betalen van de waarborgsom, bedoeld in artikel H12 van de Kieswet. Tegen deze brief heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 november 2002, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 december 2002, waar appellant in persoon en de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. J.S. Clarisse, gemachtigde, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Ingevolge de Kieswet, noch enige andere wettelijke regeling, staat tegen een beslissing op een verzoek, als het onderhavige, rechtstreeks beroep op de Afdeling open. De Afdeling is dan ook niet bevoegd van het ingestelde beroep kennis te nemen. 2.2. De Kieswet schrijft uitdrukkelijk voor in welke gevallen in het kader van de inlevering van de kandidatenlijsten een waarborgsom moet worden betaald en welk bedrag het betreft. De Kiesraad is niet bevoegd om vrijstelling van de verplichting tot het betalen van de waarborgsom te verlenen dan wel de waarborgsom op een lager bedrag vast te stellen. De reactie op het verzoek van appellant is dan ook geen besluit maar louter een mededeling van informatieve aard. Aangezien ingevolge de artikelen 7:1, eerste lid en 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht krachtens die wet uitsluitend tegen besluiten rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, bestaat voor het doorzenden van het beroepschrift ter behandeling als bezwaarschrift geen grond. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat. w.g. Van der Meer w.g. Van Loon Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2003 284.