Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF3767

Datum uitspraak2002-04-29
Datum gepubliceerd2004-10-13
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers20.000060.01
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren en betaling van een schadevergoeding aan de benadeelde partij.
Veroordeling vindt plaats op grond van: poging tot moord", "medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd", "poging tot doodslag", "verkrachting", "verkrachting, meermalen gepleegd", "medeplegen van handelen in strijd met art. 26 WWM."
Verwerping verweer tot NO o.g.v. procedure sluiting GVO.


Uitspraak

parketnummer : 20.000060.01 uitspraakdatum : 29 april 2002 tegenspraak; GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Roermond van 13 december 2000 in de strafzaak onder parketnummers 04/050346/00 en 04/051064/00 (ttzgev.) tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [datum] 1966, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Nieuw Vosseveld / Unit I "EBI" te Vught. Het hoger beroep De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld. Het onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter. De tenlasteleggingen Het hof neemt hier uit het beroepen vonnis de weergave van de tenlasteleggingen over. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in zijn strafvervolging De raadsman heeft onder meer aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard met betrekking tot feit 2 op de separate dagvaarding onder parketnummer 04/051064-00 en heeft daartoe - kort samengevat - aangevoerd dat het voorhanden hebben van een vuurwapen deel uitmaakte van het op 20 maart 2000 geopende gerechtelijk vooronderzoek. Die verdenking was niet opgenomen in het bevel bewaring en is daar ook niet later aan toegevoegd, zodat de voorlopige hechtenis niet gold ten aanzien van dit feit. Op 13 juni 2000 is het gerechtelijk vooronderzoek geeindigd en is de zaak aangebracht door middel van een pro-forma dagvaarding, ex artikel 258, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering. Het voorhanden hebben van een vuurwapen stond niet op die dagvaarding vermeld. Ter zitting van 15 september 2000 heeft de officier van justitie de dagvaarding op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering aangepast en aangekondigd verdachte te zullen vervolgen terzake de verdenking van het voorhanden hebben van een vuurwapen. In artikel 244 van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat uiterlijk binnen 2 maanden nadat het gerechtelijk onderzoek gesloten is, de officier van justitie dient aan te geven of hij de verdachte zal vervolgen voor de feiten uit dat gerechtelijk vooronderzoek. Het gerechtelijk vooronderzoek is op 13 juni 2000 beeindigd en pas op 15 september 2000 heeft de officier van justie aangekondigd verdachte te zullen vervolgen terzake het voorhanden hebben van een vuurwapen. De termijn en strekking van artikel 244 van het Wetboek van Strafvordering is derhalve geschonden. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Op 20 maart 2000 is een gerechtelijk vooronderzoek geopend waarvan het bedoelde vuurwapen deel uitmaakte. Dit feit werd niet opgenomen in het bevel bewaring en evenmin op het bevel gevangenhouding. Het gerechtelijk vooronderzoek werd op grond van artikel 258 lid 2, van het Wetboek van Strafvordering beeindigd door een kennisgeving dagvaarding aan de rechter-commissaris. Op die dagvaarding stond het voorhanden hebben van een vuurwapen evenmin vermeld. Op de terechtzitting van 15 september 2000 heeft de officier van justitie op grond van artikel 314a de dagvaarding aangepast en tegelijkertijd mondeling aangekondigd dat hij verdachte zou vervolgen terzake de verdenking van het voorhanden hebben van een vuurwapen. Een dag later, op 16 september 2000, heeft de officier van justitie een separate dagvaarding laten uitgaan met daarop als sub 2 vermeld het voorhanden hebben van bedoeld vuurwapen, welke dagvaarding op 20 september 2000 aan de verdachte in persoon is betekend. Het hof is met de raadsman van oordeel, dat de geschetste gang van zaken inderdaad niet wenselijk is. Het hof verenigt zich echter niet met de door de verdediging bepleite niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn strafvervolging terzake van dit feit. Het hof stelt vast, dat het gerechtelijk vooronderzoek betrekking heeft gehad mede op het voorhanden hebben van een vuurwapen. Dit gerechtelijk vooronderzoek is op de voet van artikel 258, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering gesloten door kennisgeving aan de rechter-commissaris van de dagvaarding. In een dergelijk geval is op grond van artikel 258, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering, laatste volzin, artikel 244 van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing. Niettemin is het hof van oordeel dat het stelsel van het Wetboek van Strafvordering met zich brengt, dat ook indien het gerechtelijk vooronderzoek op een dergelijke wijze een einde neemt, de verdachte niet langer dan onvermijdelijk is in het ongewisse mag blijven van de omvang en aard van de feiten waarvoor hij zich ter terechtzitting zal hebben te verantwoorden. Veelal zal aan deze onzekerheid een einde worden gemaakt doordat de verdachte ter zitting wordt geconfronteerd met de vordering tot nadere omschrijving van de telastelegging. In de onderhavige zaak heeft de officier van justitie een dergelijke vordering gedaan ter terechtzitting van 15 september 2000. Weliswaar was het voorhanden hebben van een vuurwapen in de nadere omschrijving niet opgenomen (kennelijk, omdat dat feit niet voorkwam in het bevel bewaring/gevangenhouding), maar op diezelfde zitting van 15 september 2000 heeft de officier van justitie aangekondigd, dat onder meer voor dat feit nog een dagvaarding zou worden uitgebracht. Gelet op de betrekkelijke eenvoud van het vuurwapendelict en de (afgezet tegen de overige delicten) geringe ernst daarvan, is het hof van oordeel, dat verdachte door de gevolgde handelwijze niet in relevante mate in zijn belangen is geschaad, nu hij inhoudelijk adequaat tijdig op de hoogte is gesteld van de omvang van de feiten waarvoor hij zich had te verantwoorden. Derhalve wordt het verweer verworpen. De bewezenverklaring Het hof acht niet wettig en overtuigen bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummet 04/050346-00, sub 3 primair te laste is gelegd, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 04/050346-00 sub 1 primair, sub 2, sub 3 subsidiair, sub 4 t/m 6 en onder parketnummer 04/051064-00 sub 1 primair en sub 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij: parketnummer: 04/050346-00: 1. op 17 maart 2000 in de gemeente Geldrop ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen een kogel op die - zich in een rijdende (personen)auto bevindende - [slachtoffer 1], heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2. op 17 maart 2000 in de gemeente Helden, tezamen en in vereniging met [medeverdachte], in een aan de [straat] gelegen woning, opzettelijk personen, genaamd [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door voornoemde personen met een vuurwapen te bedreigen en die dreiging kracht bij te zetten door schoten met dat vuurwapen te lossen en door te dreigen hen te zullen doden indien zij niet zouden gehoorzamen, alsmede door die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] te bevelen en te dwingen in een ruimte van die woning te verblijven en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] de handen achter het lichaam te binden, zulks met het oogmerk anderen te dwingen een hoeveelheid geld en een vluchtauto aan hem verdachte en zijn mededader te geven of ter beschikking te stellen. 3. op 17 maart 2000 in de gemeente Helden ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] van het leven te beroven, opzettelijk met een vuurwapen een kogel door een deur van een kamer van een aan de [straat] gelegen woning heeft geschoten, in welke kamer die [slachtoffer 2] zich bevond en in welke kamer die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 3] zich kort daarvoor bevonden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 4. op 17 maart 2000 in de gemeente Helden door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 6], immers heeft verdachte zijn penis in de mond van die [slachtoffer 6] gestoken en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld en andere feitelijkheden uit het met een vuurwapen bedreigen van die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] en die dreiging kracht bij te zetten door te dreigen hen te zullen doden indien zij niet zouden gehoorzamen, alsmede door die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] te bevelen en te dwingen in een ruimte van die woning te verblijven en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] de handen achter het lichaam te binden en het op dreigende toon tegen die [slachtoffer 6] zeggen dat zij zich uit moest kleden en die [slachtoffer 6] gewelddadig aan de haren vastpakken en aan de haren trekken. 5. op 17 maart 2002 in de gemeente Helden door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5], immers heeft verdachte zijn penis in de mond en in de vagina van die [slachtoffer 5] gestoken en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld en die andere feitelijkheden uit het met een vuurwapen bedreigen van die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 7] en die dreiging kracht bij te zetten door schoten met dat vuurwapen te lossen en door te dreigen hen te zullen doden indien zijn niet zouden gehoorzamen, alsmede door die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] te bevelen en te dwingen in een ruimte van die woning te verblijven en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] de handen achter het lichaam te binden en vervolgens het slaan van die [slachtoffer 5] en het op dreigende toon tegen die [slachtoffer 5] zeggen dat zij zich uit moest kleden en op bed moest gaan liggen. 6. op 17 maart 2000 in de gemeente Helden, meermalen door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die telkens bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 7], immers heeft verdachte meermalen zijn penis in de mond en meermalen in de vagina van die [slachtoffer 7] gestoken en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld en die andere feitelijkheden uit het met een vuurwapen bedreigen van die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en die dreiging kracht bij te zetten door schoten met dat vuurwapen te lossen en door te dreigen hen te zullen doden indien zij niet zouden gehoorzamen, alsmede door die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] te bevelen en te dwingen in een ruimte van die woning te verblijven en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] de handen achter het lichaam te binden en vervolgens uit het slaan van die [slachtoffer 7] en het gewelddadig de haren en het hoofd vastpakken en aan de haren trekken en het hoofd naar beneden trekken en het op dreigende toon tegen die [slachtoffer 7] zeggen dat zij zich uit moest kleden en op bed moest gaan liggen. Parketnummer: 04/051064-00 1. op 17 maart 2000 in de gemeente Helden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] van het leven te beroven, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, uit een raam van een kamer van een aan de [straat] gelegen woning met een vuurwapen een of meer kogels op die [slachtoffer 8] en die [slachtoffer 9] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2. op 17 maart 2000 in de gemeente Helden tezamen en in vereniging met een ander een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool (merk HS) en munitie van categorie III, te weten 7 patronen, voorhanden heeft gehad. Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 04/050346-00, sub 1 primair, sub 2, 4, 5 en 6 en onder parketnummer 04/051064-00 sub 2 meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. De door het hof gebruikte bewijsmiddelen De door het hof gebruikte bewijsmiddelen staan vermeld in de aanvulling als bedoeld in de artikelen 365a en 365b van het Wetboek van Strafvordering; deze aanvulling is aan dit arrest gehecht. De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. Namens verdachte is met betrekking tot feit 1 van de dagvaarding met parketnummer 04/051064-00 aangevoerd dat niet bewezen is dat verdachte heeft geschoten in de richting van het politievoertuig en de zich daarbij bevindende politieambtenaren [slachtoffer 8] en [slachtofer 9], zodat noch het primair noch het subsidiair telastegelegde feit is bewezen. Het hof verwerpt dit verweer. Op grond van de bewijsmiddelen acht het hof bewezen dat verdachte (tenminste eenmaal) heeft geschoten in de richting van het politievoertuig dat zich op ongeveer 60 meter afstand van de woning op de [straat] bevond nabij welk voertuig de beide politieambtenaren zich bevonden. Voor het schieten heeft verdachte de woorden "auto's weg, of er worden mensen doodgeschoten", althans woorden van die strekking geroepen. Op grond daarvan acht het hof bewezen dat verdachte het onder parketnummer 04/051064-00 sub 1 primair telastegelegde feit heeft begaan. Door op een afstand van ongeveer 60 meter gericht een kogel af te vuren in de richting van het politievoertuig en de politieambtenaren heeft verdachte bewust de aanmerkelijk kans aanvaard dat hij genoemde politieambtenaren zou doden De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit. Het bewezen verklaarde onder parketnummer 04/050346-00 sub 1 primair, is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 289, juncto 45, van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezen verklaarde onder parketnummer 04/050346-00 sub 2, is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 282a, eerste lid, van het Wetboek van Stafrecht. Het bewezen verklaarde onder parketnummer 04/050346-00 sub 3 subsidiair, is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 287, juncto 45, van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezen verklaarde onder parketnummer 04/050346-00 sub 4, 5 en 6 is als misdrijf telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezen verklaarde onder parketnummer 04/051064-00 sub 1 primair, is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 289, juncto 45, van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezen verklaarde onder parketnummer 04/051064-00 sub 2, is als misdrijf voorzien bij artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en strafbaar gesteld bij artikel 55, tweede lid, onder a, respectievelijk artikel 55, eerste lid van die Wet. Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld. De strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar. De redengeving van de op te leggen straf of maatregel Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijk strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, alsmede met de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder terzake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld, de mate waarin het bewezen verklaarde persoonlijk leed teweeg heeft gebracht en het gewelddadig karakter van het bewezen verklaarde en de ernstige maatschappelijke verontrusting die daarvan het gevolg is. Meer in het bijzonder overweegt het hof hieromtent het volgende. Verdachte heeft met zijn mededader met een doorgeladen pistool over de snelweg gereden en op de bestuurder van een willekeurige naast hem rijdende auto geschoten. De kogel is op enkele centimeters van de bestuurder van die auto ingeslagen. Vervolgens is verdachte op de vlucht geslagen en is met zijn mededader een willekeurige woning te Helden binnengedrongen. In die woning hebben zij de zes daarin verblijvende bewoners gegijzeld. Het jongste slachtoffer, een achttienjarige vrouw, is achttien uur lang gegijzeld gehouden. Verdachte en zijn mededader hebben vervolgens onder meer een miljoen gulden, een miljoen DM en een vluchtauto geeist. Gedurende de gijzeling zijn de slachtoffers geschopt, geslagen, vastgebonden en met de dood bedreigd. Verdachte heeft in de woning meerdere keren zijn pistool afgevuurd. Tijdens de onderhandelingen is verdachte aan een raam van de woning verschenen terwijl hij het jongste slachtoffer onder schot hield. Toen drie slachtoffers via een raam bezig waren uit de woning te ontsnappen heeft verdachte door de deur geschoten van de kamer waarin zij werden vastgehouden. De kogel is vlakbij het been van een van de vluchtende slachtoffers in een radiator geslagen. Gedurende de gijzeling heeft verdachte geschoten op twee bij hun dienstvoertuig staande politie-ambtenaren die zich op ongeveer zestig meter afstand van hem bevonden. Daarbij is een kogel op korte afstand van hen ingeslagen. Verdachte heeft de drie gegijzelde jonge vrouwen in hun eigen woning op brute en grove wijze gedwongen orale en/of vaginale seks met hem te hebben, van wie de jongste vrouw meerdere keren. Verdachte heeft hen daartoe gedwongen door hen niet alleen te gijzelen, maar ook te slaan, aan hun haren te trekken en met zijn pistool met de dood te bedreigen. Door verdachte, die nog maar kort geleden een gevangenisstraf van negen jaren voor soortgelijke feiten heeft ondergaan, zijn binnen een tijdsbestek van nog geen vierentwintig uur zeven uitzonderlijk gewelddadige feiten gepleegd, zonder dat de slachtoffers daartoe ook maar enige aanleiding hebben gegeven. Verdachte heeft slechts zijn eigen wensen en behoeften bevredigd en is ook maar bij het minste vermoeden van tegenwerking zonder enige schroom overgegaan tot het gebruik van excessief geweld, waarbij op geen enkele wijze het leven en de integriteit van zijn slachtoffers werden ontzien. De gegijzelden in Helden zijn in hun eigen huis slachtoffer geworden van gijzeling, poging tot doodslag en verkrachting. De gijzeling en de verkrachtingen vonden plaats onder bedreiging van een vuurwapen door verdachte. Gebleken is dat alle slachtoffers en met name de jongste vrouw die het langst gegijzeld is, zeer ernstig zijn geschokt door het gebeurde en nog voor lange tijd de psychische gevolgen met zich mee zullen dragen. Het slachtoffer in Geldrop is in zijn auto beschoten terwijl hij op weg was naar zijn werk. Hij is ernstig geschokt door het gebeurde en ondervindt daarvan nog dagelijks de gevolgen. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat indien politiemensen tijdens hun werkzaamheden worden beschoten, zij daarvan ernstige psychische schade ondervinden. Tevens heeft het hof rekening gehouden met de mate waarin de samenleving en in het bijzonder de Heldense samenleving is geschokt door de uitzonderlijk gewelddadige gebeurtenissen die zich in haar midden hebben afgespeeld. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7], wonende te [adres slachtoffer 7] heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend. De voeging duurt, voor zover de gevorderde schadevergoeding is toegewezen, van rechtswege voort in hoger beroep. De benadeelde partij heeft gepersisteerd bij vergoeding van hetgeen aan haar in eerste aanleg is toegewezen. Het hof verenigt zich met hetgeen de rechter in eerste aanleg omtrent deze vordering heeft overwogen en beslist, met dien verstande dat de vordering dient te worden verminderd met een bedrag van f. 846,- (de gemiste inkomsten uit een bijbaantje), nu de benadeelde partij dat gedeelte van haar vordering in hoger beroep heeft ingetrokken en met dien verstande dat het hof een overeenkomstig bedrag in euro's zal toewijzen. De toegepaste wettelijke voorschriften De strafoplegging is gegrond op de artikelen: 10, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 242, 282a, 287, 289 van het Wetboek van Strafrecht, 26, 55 van de Wet wapens en munitie. B E S L I S S I N G: Het hof: Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 04/050346-00 sub 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder parketnummer 04/050346-00 sub 1 primair, sub 2, sub 3 subsidiair, sub 4, 5 en 6 en onder parketnummer 04/051064-00 sub 1 primair en sub 2 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 04/050346-00 sub 1 primair, sub 2, 4, 5 en 6 en onder parketnummer 04/051064-00 sub 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert: parketnummer 04/050346-00, sub 1 primair: "Poging tot moord", sub 2: "Medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd", sub 3 subsidiar: "Poging tot doodslag", sub 4: "Verkrachting", sub 5: "Verkrachting, meermalen gepleegd", sub 6: "Verkrachting, meermalen gepleegd", parketnummer 04/051064-00, sub 1 primair: "Poging tot moord", sub 2: "Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en muntitie en het feit begaan met een vuurwapen van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55, tweede lid, onder a, van de Wet wapens en munitie, respectievelijk handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd". Verklaart de verdachte deswege strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van achttien (18) jaren. Beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf daarop geheel in mindering zal worden gebracht. Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 7], wonende te [adres slachtoffer 7], een bedrag van €. 17.429,23, met bepaling dat indien en voorzover de mededader van verdachte aan de vordering heeft voldaan, de verdachte daarvan is bevrijd. Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Wijst af het meer of anders gevorderde. Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7], wonende te [adres slachtoffer 7, te betalen een bedrag van € 17.429,23 (zegge: zeventienduizendvierhonderdnegenentwintig euro en drieentwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 158 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat de aan de verdachte opgelegde verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij vervalt, indien en voorzover door de verdachte en/of zijn mededader aan de opgelegde maatregel, inhoudende de verplichting tot betaling van voormeld bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer is voldaan. Bepaalt dat de aan de verdachte opgelegde maatregel, inhoudende de verplichting tot betaling van voormeld bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer vervalt, indien en voorzover door de verdachte en/of zijn mededader aan zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij, is voldaan. Dit arrest is gewezen door Mr. Koster-Vaags, als voorzitter Mrs. De Poorter en Denie, als raadsheren in tegenwoordigheid van Dhr. Deijkers, als griffier. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 april 2002.