Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF4717

Datum uitspraak2003-02-19
Datum gepubliceerd2003-02-19
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200204779/1
Statusgepubliceerd


Uitspraak

200204779/1. Datum uitspraak:19 februari 2003 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 juli 2002 in het geding tussen: appellante en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (thans de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer). 1. Procesverloop Bij besluit van 12 november 1996 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Staatssecretaris) de aan appellante toegekende huursubsidie over de tijdvakken 1 juli 1992 - 1 juli 1993, 1 juli 1993 - 1 juli 1994, 1 juli 1994 - 1 juli 1995 en 1 juli 1995 - 1 juli 1996 ingetrokken. Bij besluit van 14 november 2001 heeft de Staatssecretaris het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 juli 2002, verzonden op 23 juli 2002, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 29 augustus 2002, bij de Raad van State ingekomen op 30 augustus 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. Bij brief van 22 oktober 2002 heeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) een memorie van antwoord ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 januari 2003, waar appellante in persoon, bijgestaan door mr. M.H.J. Toxopeus, advocaat te Zoetermeer, en de Minister, vertegenwoordigd door mr. R.F. Thunnissen, advocaat te Den Haag, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Bij brief van 22 januari 1997 heeft de Staatssecretaris het eerder geretourneerde besluit van 12 november 1996 aan appellante ook op haar bij de gemeentelijke basisadministratie (GBA) bekend staande adres verzonden. Gelet op alle in het dossier aanwezige geretourneerde post en op de omstandigheid, dat zoals ter zitting is gebleken al deze stukken, met uitzondering van de brief van 22 januari 1997, geretourneerd zijn met de mededeling dat het adres [locatie] moet zijn “p/a” [locatie], is de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat het bezwaarschrift van appellante ruim na ommekomst van de bezwaartermijn bij de Staatssecretaris is ingediend. Verweerder heeft appellante dan ook op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaarschrift. Het oordeel van de rechtbank dat het beroep van appellante ongegrond is, is dan ook juist. 2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat. w.g. Bijloos w.g. Schortinghuis Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2003 66-420.