Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF5763

Datum uitspraak2003-03-12
Datum gepubliceerd2003-03-13
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19/830342-02
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan het medeplegen van een gewapende overval op een coffeeshop.


Uitspraak

RECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT ASSEN STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats en -datum verdachte], wonende [adres verdachte] Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2003. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.J. Skála, advocaat te Haren. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. de Vries. De vordering houdt in: 36 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar (met aftrek van preventieve hechtenis) met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering hetgeen behandeling in de FPK kan inhouden. Voorts teruggave aan verdachte van het in beslag genomen geld (€ 20,--). TENLASTELEGGING De verdachte is bij dagvaarding ten laste gelegd, dat 1. hij op of omstreeks 28 november 2002 te Emmen, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een pand aan de [adres], acht, althans een aantal, enveloppen, inhoudende, in totaal, ongeveer 7035 Euro, in elk geval enig goed of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer] en/of de/een andere in en/of bij dat pand aanwezige personen/persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte of (een van) zijn mededader(s) [naam slachtoffer], met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd heeft geslagen en vervolgens, [naam slachtoffer], deze bij diens haar vasthoudend, onder bedreiging met dat pistool, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gedwongen de rolluiken van het pand te sluiten en de in dat pand aanwezige kluis te openen en/of dat verdachte of (een van) zijn mededader(s) de/een andere in dat pand aanwezige personen, onder bedreiging met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gedwongen op de grond te gaan knielen en/of zitten en/of liggen en/of dat verdachte of (een van) zijn mededader(s) (een) buiten dat pand aanwezige perso(o)n(en) onder bedreiging met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gesommeerd binnen te komen; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij op of omstreeks 28 november 2002 te Emmen, gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van acht, althans een aantal, enveloppen, inhoudende, in totaal, ongeveer 7035 Euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte of een van zijn mededaders [naam slachtoffer], met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd heeft geslagen en vervolgens, [naam slachtoffer], deze bij diens haar vasthoudend, onder bedreiging met dat pistool, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gedwongen de rolluiken van het pand te sluiten en de in dat pand aanwezige kluis te openen en/of dat verdachte of (een van) zijn mededader(s) de/een andere in dat pand aanwezige personen, onder bedreiging met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft gedwongen op de grond te gaan knielen en/of zitten en/of liggen en/of dat verdachte of (een van) zijn mededader(s) (een) buiten dat pand aanwezige perso(o)n(en) onder bedreiging met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft gesommeerd binnen te komen; althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat [namen medeverdachten] op of omstreeks 28 november 2002 te Emmen, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening hebben/heeft weggenomen uit een pand aan de [adres], acht, althans een aantal, enveloppen, inhoudende, in totaal, ongeveer 7035 Euro, in elk geval enig goed of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of [namen medeverdachten], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer] en/of de/een andere in en/of bij dat pand aanwezige personen/persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [naam medeverdachte] [naam slachtoffer], met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd heeft geslagen en vervolgens, [naam slachtoffer], deze bij diens haar vasthoudend, onder bedreiging met dat pistool, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gedwongen de rolluiken van het pand te sluiten en de in dat pand aanwezige kluis te openen en/of dat [naam medeverdachte] de/een andere in dat pand aanwezige personen, onder bedreiging met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gedwongen op de grond te gaan knielen en/of zitten en/of liggen en/of dat [naam medeverdachte] (een) buiten dat pand aanwezige perso(o)n(en) onder bedreiging met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gesommeerd binnen te komen, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 28 november 2002 te Emmen, in de gemeente Emmen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door genoemde [namen medeverdachten] inlichtingen te verschaffen omtrent de situatie en/of de gang van zaken op de plaats van het misdrijf en/of door genoemde [namen medev erdachten] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te verstrekken/verschaffen en/of door genoemde [namen medeverdachten] met een door hem, verdachte, bestuurde auto te vervoeren naar de (omgeving van) de plaats van het misdrijf; althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat [namen medeverdachten] op of omstreeks 28 november 2002 te Emmen, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] hebben/heeft gedwongen tot de afgifte van acht, althans een aantal, enveloppen, inhoudende, in totaal, ongeveer 7035 Euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of [namen medeverdachten], welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [naam medeverdachte] [naam slachtoffer], met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd heeft geslagen en vervolgens, [naam slachtoffer], deze bij diens haar vasthoudend, onder bedreiging met dat pistool, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gedwongen de rolluiken van het pand te sluiten en de in dat pand aanwezige kluis te openen en/of dat [naam medeverdachte] de/een andere in dat pand aanwezige personen, onder bedreiging met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gedwongen op de grond te gaan knielen en/of zitten en/of liggen en/of dat [naam medeverdachte] (een) buiten dat pand aanwezige perso(o)n(en) onder bedreiging met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gesommeerd binnen te komen, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 28 november 2002 te Emmen, in de gemeente Emmen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door genoemde [namen medeverdachten] inlichtingen te verschaffen omtrent de situatie en/of de gang van zaken op de plaats van het misdrijf en/of door genoemde [namen medeverdachten] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te verstrekken/verschaffen en/of door genoemde [namen medeverdachten] met een door hem, verdachte, bestuurde auto te vervoeren naar de (omgeving van) de plaats van het misdrijf; 2. hij op of omstreeks 28 november 2002 in de gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een of meer vuurwapens van categorie III, te weten een pistool, merk Marakov, type Walther PPK, voorzien van een geluiddemper en/of een pistool, merk CZ, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen; Indien de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten bevat, worden deze geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor blijkens het onderzoek ter terechtzitting niet geschaad in de verdediging. BEWIJSMIDDELEN Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie. BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht door de inhoud van deze bewijsmiddelen, waarop de hierna te vermelden beslissing steunt, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, telkens slechts is gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft, wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen, dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat 1. hij op 28 november 2002 te Emmen, gemeente Emmen tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een pand aan de [adres] een aantal enveloppen, inhoudende geld, toebehorende aan [naam benadeelde], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer] en andere in en bij dat pand aanwezige personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat een van zijn mededaders [naam slachtoffer] met een pistool tegen het hoofd heeft geslagen en vervolgens [naam slachtoffer], deze bij diens haar vasthoudend, onder bedreiging met dat pistool, heeft gedwongen de rolluiken van het pand te sluiten en de in dat pand aanwezige kluis te openen en dat een van zijn mededaders de andere in dat pand aanwezige personen, onder bedreiging met een pistool, heeft gedwongen op de grond te gaan zitten en/of liggen en dat een van zijn mededaders een buiten dat pand aanwezige persoon onder bedreiging met een pistool heeft gesommeerd binnen te komen; 2. hij op 28 november 2002 in de gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met anderen vuurwapens van categorie III, te weten een pistool, merk Marakov, type Walther PPK, voorzien van een geluiddemper en een pistool, merk CZ, voorhanden heeft gehad; De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. De verdachte zal van het onder 1 primair en 2 meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht. KWALIFICATIES Het bewezene levert respectievelijk op: - onder 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht; - onder 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55, derde lid onder a van de Wet wapens en munitie. STRAFBAARHEID Bij de stukken zijn aanwezig een psychiatrisch rapport d.d. 13 januari 2003 opgemaakt door R. Vriesema en een psychologisch rapport d.d. 12 februari 2003, opgemaakt door G. de Jong. Deze rapporten houden onder meer in als conclusie dat verdachte volledig verantwoordelijk kan worden geacht voor de hem ten laste gelegde feiten. De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de gebleken toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusies en maakt die tot de hare. De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen geachte volledig aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank acht de verdachte deswege strafbaar en komt tot de hierna te vermelden strafoplegging. STRAFMOTIVERING De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: - de aard en de ernst van de gepleegde feiten; - de omstandigheden waaronder deze zijn begaan; - hetgeen de rechtbank is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; - de eis van de officier van justitie; - de inhoud van het verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 3 december 2002, waaruit blijkt dat verdachte eerder wegens misdrijf is veroordeeld. Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan het medeplegen van een gewapende overval op een coffeeshop. Dit feit is zo ernstig en voor de direct betrokkenen en de samenleving zo verontrustend dat naar het oordeel van de rechtbank alleen een vrijheidsbenemende straf in aanmerking komt. De rechtbank acht bij de strafbepaling met name van belang dat het een goed voorbereide en zeer gewelddadige overval betreft. Een en ander blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden: - het overleg tussen verdachte en de twee medeverdachten voorafgaand aan de overval, waarbij verdachte informatie gaf over de te verwachten buit, de plaats waar zich de kassa bevond en het feit dat de shop 's avonds werd afgesloten met rolluiken; - het vergaren van de benodigdheden om de overval te doen slagen, waaronder twee pistolen (één met geluidsdemper), een aantal tie-rips, bivakmutsen en reservekleding om de herkenning achteraf te bemoeilijken; - het maken van een onderlinge taakverdeling, waarbij verdachte voorafgaand aan en na de overval als chauffeur fungeerde; - de keuze voor de coffeeshop, waar verdachte zelf regelmatig klant was; - het geweld dat op de bedrijfsleider is uitgeoefend, waarbij hij bij zijn haren door de coffeeshop werd getrokken en met een pistool in het gezicht werd geslagen; - de bedreiging met geweld jegens de bedrijfsleider, op wie een pistool gericht werd gehouden en jegens de bezoekers van de shop, die onder bedreiging van het pistool met geluidsdemper op de grond moesten gaan zitten. Aangenomen kan worden dat de in en bij de coffeeshop aanwezige personen als gevolg van het gewelddadige optreden van de daders, ernstig door het gebeuren zijn geschokt. Hoewel verdachte zelf geen van de genoemde gewelddadige handelingen heeft verricht, acht de rechtbank hem mede verantwoordelijk en strafrechtelijk aansprakelijk voor de gewelddadige overval. Verdachte was er immers bij toen zijn kompanen bij hem thuis de plannen smeedden; verdachte informeerde hen over de coffeeshop; verdachte had in zijn huis de beide vuurwapens voorhanden; verdachte parkeerde de auto waarin hij en de medeverdachten reden op een plek nabij de coffeeshop; verdachte zat achter het stuur van de vluchtauto. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij niet al het mogelijke heeft gedaan om te trachten de overval te voorkomen, zich er niet aan heeft onttrokken, noch de politie heeft gewaarschuwd toen hij doorkreeg dat het zijn broeders in het kwaad menens was. De rechtbank is op grond van genoemde feiten en omstandigheden van oordeel, dat in dit geval niet kan worden volstaan met een andere straf dan gevangenisstraf van de hierna te vermelden duur. TERUGGAVE BESLAG De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het in beslag genomen geld, zijnde een geldbedrag van € 20,--. TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING VAN DE RECHTBANK Verklaart bewezen, dat het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde, zoals hierboven is omschreven, door verdachte is begaan. Stelt vast, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld. Verklaart verdachte deswege strafbaar. Veroordeelt verdachte te dier zake tot een gevangenisstraf voor de tijd van zesendertig maanden. Beveelt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, hetgeen mede kan inhouden, dat verdachte een behandeling ondergaat in een Forensisch psychiatrische kliniek, indien de reclassering zulks nodig zal achten, voor de periode van twaalf maanden of zoveel korter als de reclassering -in overleg met de behandelaar- wenselijk acht, met opdracht aan de reclassering ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht. Beveelt, dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag van € 20,--. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. J.E. Münzebrock en mr. J.H. de Wildt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van den Oever, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 12 maart 2003, zijnde mr. Münzebrock buiten staat deze beslissing binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.