Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF5812

Datum uitspraak2003-02-03
Datum gepubliceerd2003-03-14
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers98/03977
Statusgepubliceerd


Uitspraak

BELASTINGKAMER Nr. 98/03977 HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH U I T S P R A A K Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, eerste meervoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid registratie en successie te Y van de rijksbelastingdienst op het bezwaarschrift betreffende de haar opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting, aanslagnummer 0000. De mondelinge behandeling De mondelinge behandeling van de zaak heeft niet plaatsgehad. Partijen zijn tezamen opgeroepen tot het verstrekken van inlichtingen tegenover een uit het midden van bovenvermelde kamer aangewezen raadsheer-commissaris. De zitting heeft in raadkamer plaatsgehad op 31 oktober 2001 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede het Hoofd van de eenheid grote ondernemingen A, thans de bevoegde inspecteur. De gronden voor de beslissing Partijen zijn ter zitting nader tot overeenstemming gekomen in die zin dat, nu de belasting betaald is vóór dat de onderhavige naheffingsaanslag was opgelegd, de naheffingsaanslag moet worden vernietigd. Partijen zijn voorts overeengekomen dat de Inspecteur alsnog uitspraak zal doen op belanghebbendes bezwaar tegen de voldoening op aangifte en dat de beslissing omtrent de proceskosten zal worden genomen in de beroepszaak betreffende die laatstgenoemde uitspraak. Partijen hebben tenslotte verklaard af te zien van een nadere mondelinge behandeling zowel in de onderhavige zaak als in de corresponderende zaak, inmiddels geregistreerd onder kenmerk 02/00415. De beslissing Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak alsmede de naheffingsaanslag en gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht ten bedrage van € 36,30 (ƒ 80,--). Aldus vastgesteld op 3 februari 2003 door G.J. van Muijen, voorzitter, J.W.J. Huige en T. Blokland, in tegenwoordigheid van C.A.F.M. Stassen, griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken. Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 3 februari 2003 Het aanwenden van een rechtsmiddel: Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen: 1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch). 2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd. 3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.