Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF5818

Datum uitspraak2003-02-26
Datum gepubliceerd2003-03-14
RechtsgebiedFaillissement
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummersinsolventie 01/54 R
Statusgepubliceerd


Uitspraak

definitieve toepassing schuldsanering insolventienummer: 01/54 R nummer verklaring: ZWD0120100142 uitspraakdatum: 26 februari 2003 RECHTBANK DORDRECHT, ENKELVOUDIGE KAMER De rechtbank heeft bij beslissing van heden de toepassing van de op 2 mei 2001 uitgesproken schuldsaneringsregeling ten aanzien van schuldenaar, wonende te adres woonplaats, beƫindigd omdat ex-echtgenote, met wie schuldenaar tot 20 mei 2002 was gehuwd, op 29 januari 2003 is gefailleerd, zodat de tussen hen voorheen bestaande huwelijksgoederengemeenschap in dat faillissement dient te worden afgewikkeld. De schuldenaar heeft verzocht ten aanzien van hem opnieuw de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. Dat verzoek dient te worden toegewezen nu de beƫindiging van de op 2 mei 2001 uitgesproken regeling niet aan enig handelen van schuldenaar te wijten is geweest. BESLISSING De rechtbank: - spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: schuldenaar geboren op geboortedatum te geboorteplaats, wonende te adres, woonplaats, -benoemt tot rechter-commissaris mr. P.W. van Baal, en tot bewindvoerder C.J. van der Linden, gevestigd te Ophemertstraat 69 3089 JD Rotterdam; - geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen; - bepaalt: a. als dag waarop uiterlijk de schuldvorderingen bij de bewindvoerder moeten worden ingediend 7 mei 2003; b. als dag, uur en plaats, waarop de verificatievergadering gehouden zal worden: woensdag 28 mei 2003 te 15.30 uur in het gebouw van de rechtbank aan de Steegoversloot 36 te Dordrecht. In deze vergadering wordt tevens behandeld het ontwerp van het saneringsplan en/of het ontwerp van een akkoord. Gewezen door mr. P.G.J. de Heij, lid van de eerste enkelvoudige kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.