Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF6159

Datum uitspraak2001-05-21
Datum gepubliceerd2003-03-24
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200102190/2
Statusgepubliceerd


Uitspraak

Raad van State 200102190/2. Datum uitspraak: 21 mei 2001 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 2 mei 2001 in het geding tussen: appellant, en de Staatssecretaris van Justitie. 1. Procesverloop Bij besluit van 13 april 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de Staatssecretaris) een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Bij uitspraak van 2 mei 2001 heeft de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle (hierna: de rechtbank), het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 7 mei 2001, bij de Raad van State binnengekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. 2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bevat het beroepschrift de gronden van het hoger beroep. In aanvulling hierop is in artikel 85, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) bepaald dat het beroepschrift één of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank bevat. In artikel 85, tweede lid, van de Vw 2000 is bepaald dat een grief het onderdeel van de uitspraak omschrijft waarmee de indiener zich niet kan verenigen alsmede de gronden waarop de indiener zich daarmee niet kan verenigen. Ingevolge artikel 85, derde lid, van de Vw 2000 wordt, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vw 2000, het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. 2.2. Het beroepschrift bevat geen grieven in de zin van voormeld artikel 85, tweede lid, van de Vw 2000. Daarom is niet voldaan aan het bepaalde in het eerste lid van dat artikel. 2.3. Het hoger beroep is dientengevolge kennelijk niet-ontvankelijk. 2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, ambtenaar van Staat. w.g. Loeb w.g. Groeneweg Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2001 32-319. Verzonden: Voor eensluidend afschrift de Secretaris van de Raad van State voor deze,