Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF6432

Datum uitspraak2002-10-11
Datum gepubliceerd2003-03-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Breda
Zaaknummers240988/AZ/02-678
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Uitspraak

Zaaknr. 240988/AZ/02-678 RECHTBANK BREDA Sector kanton - locatie Bergen op Zoom Beschikking in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALBRACHT DM & FS B.V., gevestigd te Etten-Leur, verzoekster, hierna te noemen Albracht, gemachtigde mr. H.B.J. de Boer, advocaat te 's-Hertogenbosch, tegen Verweerder, wonende te [woonplaats], verweerder, hierna te noemen [verweerder], gemachtigde mr. T. Stevovic, jurist bij DAS Rechtsbijstand te Amsterdam. 1. Procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit: a. het verzoekschrift met productie; b. het verweerschrift; c. de mondelinge behandeling van het verzoek ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2002 in aanwezigheid van mr. De Boer en mr. Stevovic vergezeld van [verweerder]. De inhoud van voormelde stukken en van de ter zitting door mr. De Boer overgelegde pleitnotities geldt hier als ingelast. Op die inhoud en hetgeen partijen overigens ter zitting hebben aangevoerd, wordt, voor zoveel nodig, hierna teruggekomen. 2. Inleiding Het verzoekschrift strekt ertoe dat de kantonrechter Albracht toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verweerder] op te zeggen, kosten rechtens. In het verweerschrift verzoekt [verweerder] de kantonrechter de door Albracht verzochte toestemming te onthouden, met veroordeling van Albracht in de kosten van de procedure. 3. Beoordeling Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, het volgende vast: - [verweerder] is sinds 27 februari 2000 arbeidsongeschikt; - [verweerder] maakte bij Albracht deel uit van de Ondernemingsraad; - Albracht heeft zich tot het CWI gewend met het verzoek haar toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te beeïndigen op de grond dat [verweerder] 2 jaar arbeidsongeschikt was; - op 2 september 2002 heeft het CWI Albracht de verzocht toestemming verleend; -de door het CWI verleende toestemming is gelding tot 28 oktober 2002. Albracht heeft zich thans ex artikel 7:670a BW tot de kantonrechter gewend met het verzoek toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen. [verweerder] is van mening dat de kantonrechter die toestemming aan Albracht moet onthouden omdat - kort samengevat - Albracht hem wat betreft functie en salaris is gaan tegenwerken omdat hij als spreekbuis van de Ondernemingsraad was opgetreden in een conflict tussen de Ondernemingsraad en de directie van Albracht. Als gevolg van daaruit voortgevloeide spanningen stelt [verweerder] arbeidsongeschikt te zijn geworden en gebleven. Het CWI heeft het voorgenomen ontslag redelijk geacht en heeft Albracht toestemming verleend de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te beëindigen. Het inhoudelijk verweer van [verweerder] is voor het CWI geen aanleiding geweest haar toestemming te onthouden. Van de zijde van [verweerder] wordt thans gesteld dat bij het CWI slechts sprake is geweest van een formeel verweer. De kantonrechter heeft thans te beoordelen of er een verband bestaat tussen het lidmaatschap van [verweerder] van de Ondernemingsraad van Albracht en het verzoek tot beëindiging van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter is van het door [verweerder] gestelde verband niet dan wel onvoldoende gebleken. Door [verweerder] wordt het gestelde verband op geen enkele wijze met stukken nader onderbouwd. Er is blijkbaar wel een discussie geweest over de functie van [verweerder] bij Albracht, maar of die discussie is ontstaan vanwege het lidmaatschap van [verweerder] van de Ondernemingsraad is op geen enkele wijze aangetoond. 4. Proceskosten Als in de ongelijk gestelde partij zal [verweerder] de kosten van deze procedure hebben te dragen. 5. Beslissing De kantonrechter: verleent Albracht zijn toestemming om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen; veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure aan de zijde Albracht gevallen, begroot op Eur. 578,00, waarvan Eur. 360,00 voor gemachtigdensalaris. Aldus gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.