
Jurisprudentie
AF8494
Datum uitspraak2003-04-23
Datum gepubliceerd2003-05-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 03/00133
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2003-05-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 03/00133
Statusgepubliceerd
Uitspraak
WAHV 03/00133
23 april 2003
CJIB 38920735
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage
van 16 oktober 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft - nadat het hof de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij brief d.d. 10 maart 2003, ingekomen ter griffie op 11 maart 2003, heeft de betrokkene het beroepschrift aangevuld met de gronden van het hoger beroep.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie. De betrokkene voert aan dat de mededelingen omtrent de zekerheidstelling niet voldoen aan de wettelijke eis dat de verzenddatum van de brieven wordt vermeld. Bovendien is de tweede mededeling verstuurd voordat de termijn, binnen welke ingevolge de eerste brief zekerheid diende te worden gesteld, afgelopen was.
3.2. Bij de stukken van het geding bevinden zich de in de bestreden beslissing bedoelde mededelingen omtrent de zekerheidstelling, te weten brieven van 10 juli 2002 en 31 juli 2002 van de griffier van de rechtbank aan de betrokkene. De brief van 10 juli 2002 geeft de betrokkene gedurende vier weken de gelegenheid alsnog te voldoen aan de verplichting tot zekerheidstelling. Reeds daarom kan niet worden gezegd, dat de brief niet voldoet aan de minimumeisen, die daaraan op grond van de wet moeten worden gesteld. De brief van 31 juli 2002 is onverplicht nu noch uit art. 6:6 Awb, noch uit het arrest van het hof in deze zaak gewezen op 1 juli 2002 (WAHV 02/00155) volgt, dat - indien de betrokkene in overeenstemming met hetgeen in dat arrest is bepaald alsnog in de gelegenheid is gesteld zijn verzuim te herstellen en daaraan niet heeft voldaan - hij nogmaals daartoe zou moeten worden uitgenodigd.
3.3. Waar de brief van 10 juli 2002 ook overigens voldoet aan de daaraan te stellen eisen, heeft de kantonrechter terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. De overige, tegen oplegging van de sanctie gerichte bezwaren van de betrokkene kunnen daarom niet aan de orde komen. De beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

