Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF8911

Datum uitspraak2003-04-02
Datum gepubliceerd2003-05-20
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 02/01377
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 02/01377 2 april 2003 CJIB 29050733827 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage van 18 november 2002 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd van €Euro 115,-- ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn gepleegd op de Rijksstraatweg te Wassenaar op 28 maart 2002. 3.2. De betrokkene ontkent niet als bestuurder van het op zijn naam staande motorvoertuig ten tijde van de gedraging ter plaatse te zijn geweest, doch hij stelt dat hij de maximumsnelheid niet heeft overschreden. Daartoe voert de betrokkene thans onder meer aan -zakelijk weergegeven-, dat de auto die op de foto op de linkerrijbaan zichtbaar is, direct achter zijn auto vandaan is gekomen tijdens het passeren van de detectie, om betrokkene met een vrij hoge snelheid in te halen. Hierbij werd deze auto geflitst, waarna hij snel vaart verminderde. Het verwisselen van rijstrook heeft hierbij plaats gevonden in de tijd tussen het moment van detectie en het moment waarop de foto is gemaakt. 3.3. Blijkens de gedingstukken is de gedraging geconstateerd met behulp van een radarsnelheidscontrolemeter en is deze vastgelegd op enige foto's. Op deze foto's kan worden waargenomen, dat op 28 maart 2002 ter plaatse is gereden met het motorrijtuig met het kenteken [kenteken], dat de gemeten snelheid 81 km/u is, dat deze foto's zijn gemaakt met apparatuur die verbonden is met lussen in het wegdek en dat deze lussen zijn gelegen in de rijstrook waarop voormeld voertuig zich bevindt. In het inspiegelbeeld op de beide foto's is als 'lusafstand' vermeld 250 cm en is tevens aangeduid dat de meting is verricht op rijstrook 2, zijnde de rijstrook waarop voormeld voertuig is afgebeeld. 3.4. In zijn verweerschrift stelt de advocaat-generaal met betrekking tot de werking van het lusdetectorsysteem onder meer: Het principe van het systeem is dat meerdere metingen worden verricht terwijl het voertuig over de eerste lus rijdt. Deze metingen vormen tezamen het zogenaamde profiel van het voertuig. Op het moment dat het voertuig over de tweede lus rijdt worden dezelfde metingen uitgevoerd. Dit tweede profiel wordt dan vergeleken met het eerste profiel. Indien de twee profielen gelijk zijn maakt het systeem een snelheidsvergelijking tussen identieke punten van de twee lusmetingen. Als de twee profielen niet gelijk zijn wordt er door het systeem geen snelheidsvergelijking gemaakt en worden de metingen genegeerd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer een voertuig van rijstrook wisselt. 3.5. Door de betrokkene is hierop niet meer gereageerd. 3.6. Op grond van het voorgaande verwerpt het hof het verweer van de betrokkene dat de onderhavige meting zou zijn verricht door toedoen van een ander motorvoertuig dan dat van betrokkene, zijnde dit verweer niet aannemelijk geworden. 3.7. Naar het oordeel van het hof kan op grond van de stukken als vaststaand worden aangenomen dat de gedraging door betrokkene is verricht. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene derhalve terecht ongegrond verklaard, zodat de beslissing van de kantonrechter kan worden bevestigd. 4. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Van Dijk, in tegenwoordigheid van Meester als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.