Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF9604

Datum uitspraak2003-04-23
Datum gepubliceerd2003-06-05
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 03/00036
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 03/00036 23 april 2003 CJIB 39634214 Gerechtshof te Leeuwarden Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank te Dordrecht van 23 oktober 2002 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 21 september 2001 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Op 21 september 2001 heeft de officier van justitie te Leeuwarden een dwangbevel jegens de betrokkene uitgevaardigd. Dit dwangbevel is op 1 oktober 2001 door de deurwaarder aan de betrokkene betekend. 3.2. Bij brief van 10 november 2001, door de deurwaarder ontvangen op 19 november 2001, heeft de betrokkene tegen voormeld dwangbevel verzet gedaan. 3.3. Ingevolge art. 26, derde lid, WAHV dient het verzetschrift te worden ingediend binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel. Het verzetschrift is derhalve niet tijdig ingediend. Niettemin heeft de kantonrechter het verzet ontvankelijk geacht, omdat uit het dwangbevel niet blijkt dat aan de betrokkene is medegedeeld dat hij het verzetschriftschrift binnen twee weken moest indienen. 3.4. Bij de gedingstukken bevindt zich een afschrift van de voorzijde van het dwangbevel. Het is het hof echter ambtshalve bekend, dat op de achterzijde van het dwangbevel uitgebreide informatie wordt gegeven over de wijze waarop verzet moet worden gedaan, waaronder de termijn voor het indienen van een verzetschrift. Op de voorzijde van het dwangbevel wordt, zoals ook in dit geval, voor verdere informatie verwezen naar de mededeling op de achterzijde van dit dwangbevel. De kantonrechter heeft derhalve miskend, dat aan de betrokkene is medegedeeld dat hij het verzetschrift binnen twee weken moest indienen. 3.5. Beoordeeld dient te worden of betrokkene ondanks de overschrijding van de termijn ontvankelijk is in het verzet. Het hof overweegt daartoe het volgende. 3.6. Ingevolge het bepaalde in het tweede lid van art. 1:4 Awb zijn de art. 6:9 en 6:11 Awb van toepassing uitgesloten. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid van verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26, derde lid, WAHV genoemde termijn. In die omstandigheden moet worden aangenomen, dat de wetgever - anders dan in het niet van toepassing zijnde art. 6:11 Awb - in beginsel niet heeft willen voorzien in de mogelijkheid van verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26, derde lid, WAHV genoemde termijn. Daarom kan slechts in bijzondere omstandigheden van klemmende aard worden aangenomen, dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift op grond daarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege dient te blijven. 3.7. De betrokkene heeft aangevoerd, dat hij een lange periode, waaronder de periode waarin hij in detentie heeft gezeten, te weten van 19 september 2000 tot september 2001, zwaar depressief is geweest en hij maar weinig kon hebben. Naar het oordeel van het hof zijn dit echter geen bijzondere omstandigheden van klemmende aard. Niet gebleken is immers, dat de betrokkene niet heeft kunnen regelen dat iemand zijn zaken waarnam. De kantonrechter had het verzet derhalve niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Het hof zal de beschikking van de kantonrechter daarom vernietigen en de betrokkene alsnog niet-ontvankelijk verklaren in het verzet. 4. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beschikking van de kantonrechter; verklaart de betrokkene alsnog niet-ontvankelijk in het verzet. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.