Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AL7656

Datum uitspraak2003-10-09
Datum gepubliceerd2003-10-09
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Leeuwarden
Zaaknummers17/085024-03vev
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte heeft twee van haar kinderen, een zeven maanden oude baby en een peuter van twee en een half jaar, zonder toezicht in een bad laten zitten. Zij wist dat de peuter in staat was de kraan open te draaien en de stop in de afvoer te stoppen. Zij heeft ook gehoord dat de kraan open is gedraaid. Toen zij na ongeveer 10 minuten bij de kinderen terugkwam bleek de baby te zijn verdronken. De rechtbank is van oordeel dat met het opleggen van een straf geen strafdoel meer wordt bereikt. De rechtbank verklaart verdachte daarom schuldig zonder oplegging van straf of maatregel.


Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden Sector strafrecht VERKORT VONNIS Uitspraak: 9 oktober 2003 Parketnummer: 17/085024-03 VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]. De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 25 september 2003. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. Anker, advocaat te Leeuwarden. TELASTELEGGING Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen. In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in haar belangen geschaad. BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht het telastegelegde bewezen, met dien verstande dat: zij op 14 februari 2001 te Leeuwarden, in een woning gelegen aldaar aan de [straat] grovelijk onvoorzichtig en onachtzaam en nalatig het kind [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]) (op het moment dat [ander kind] (geboren op [geboortedatum]) zich in het bad bevond) in een badkuip heeft gezet en water in het bad heeft laten stromen en vervolgens de stop uit de afvoer van het bad heeft gehaald en de stop op het randje van het bad heeft gelegd en de kraan van het bad heeft uitgedraaid en vervolgens de badkamer heeft verlaten en de kinderen zonder toezicht in het bad heeft achtergelaten en is verdachte vervolgens naar de benedenverdieping van de woning gelopen en heeft zij gedurende ongeveer 10 minuten het toilet bezocht en een telefoongesprek gevoerd en is verdachte niet naar boven gelopen, zulks terwijl zij hoorde dat de kraan van het bad meermalen open werd gedraaid en bij de laatste keer dat de kraan van het bad open werd gedraaid hoorde dat deze niet weer werd dichtgedraaid en aldus [slachtoffer] (en [ander kind]) gedurende enige tijd zonder toezicht in een badkuip heeft laten zitten waarin zich water bevond, waardoor het aan haar schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zodanig letsel, te weten verdrinkingsletsel, heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden. De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. KWALIFICATIE Het bewezene levert op het misdrijf: Aan haar schuld de dood van een ander te wijten zijn. STRAFBAARHEID VERDACHTE De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. STRAFMOTIVERING De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking: - de aard en de ernst van het gepleegde feit; - de omstandigheden waaronder dit is begaan; - de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister; - de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het telastegelegde tot schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Verdachte heeft twee van haar kinderen, een zeven maanden oude baby en een peuter van twee en een half jaar, gedurende enige tijd zonder toezicht in een bad laten zitten. Wetende dat het oudste kind in staat was de stop in het bad te doen en de kraan open te zetten, is zij bij de kinderen weggegaan en naar de benedenverdieping gelopen. Terwijl zij daar verbleef heeft zij gehoord dat de kraan tot twee keer toe werd opengedraaid en -na de laatste keer- niet werd dichtgedraaid. Desalniettemin is zij niet meteen naar boven gegaan, maar is zij pas na een periode van, naar eigen zeggen, 10 tot 12 minuten weer naar de badkamer gegaan. Daar trof zij de baby voorover liggend aan in een laagje badwater van naar schatting 10 centimeter. De baby bleek te zijn verdronken. Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan, terwijl zij had moeten en kunnen weten dat een zeer jong kind -ook als dit kind zichzelf al kan oprichten- in een klein laagje water kan verdrinken, is het aan haar schuld te wijten dat de baby is overleden. Met dit gegeven en met het verlies van haar kind moet verdachte verder door het leven. Onder die omstandigheden en mede in aanmerking nemend de publieke verantwoording die verdachte thans voor haar handelen heeft moeten afleggen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet gezegd worden dat met een op te leggen straf nog enig strafdoel wordt bereikt. Evenals de officier van justitie is de rechtbank dan ook van oordeel dat geen straf of maatregel dient te worden opgelegd. TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9a en 307 van het Wetboek van Strafrecht. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT RECHTDOENDE: Verklaart het telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar. Bepaalt dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Dölle, voorzitter, mr. M.R. de Vries en mr. H.R. Bax, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 oktober 2003. Mr. Bax is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Rechtbank Leeuwarden Sector strafrecht VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING Parketnummer: 17/085024-03 Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 25 september 2003. Tegenwoordig: mr. I.M. Dölle, voorzitter, mr. M.R. de Vries en mr. H.R. Bax, rechters, mr. J.T.D. Stoffels, officier van justitie en D.P. Postma-Westerhof, griffier. De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen. De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]. Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J. Anker, advocaat te Leeuwarden. De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 9 oktober 2003 te 13:30 uur. Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.