Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AL9074

Datum uitspraak2003-10-06
Datum gepubliceerd2003-10-15
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
ZaaknummersEA 03-5780
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een verzoek als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek


Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM sector kanton - locatie Amsterdam kenmerk: EA 03-5780 6 oktober 2003 166 Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een verzoek als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek, ingediend door: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster] gevestigd te Amsterdam verzoekster gemachtigde: M.M. Hoogenhout, LTB Accountants te Aalsmeer t e g e n [verweerder] wonende te Amsterdam verweerder gemachtigde: mr. P.J.M.H. van der Vugt, FNV te Amsterdam VERLOOP VAN DE PROCEDURE Verzoekster heeft op 11 augustus 2003 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Verweerder heeft op 4 september 2003 een verweerschrift ingediend. Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 9 september 2003. Verzoekster is verschenen bij [verzoekster], directeur en haar gemachtigde. Verweerder is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. BEOORDELING VAN HET VERZOEK Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast: Verweerder, thans 36 jaar oud, is sedert 19 mei 1998 in dienst van verzoekster laatstelijk als productiemedewerker. Het brutosalaris bedraagt EUR 1.692,72 per maand exclusief vakantietoeslag. in 1998 is verweerder 8 dagen arbeidsongeschikt geweest, in 1999 17 dagen, 2000 8 dagen, 2001 25 dagen. In november 2002 heeft verweerder zich ziekgemeld ten gevolge van een val met zijn brommer waardoor hij twee gescheurde vingers had opgelopen. Hij is tot 10 februari 2003 arbeidsongeschikt geweest. Bij brief van 28 januari 2003 heeft verzoekster aan verweerder meegedeeld dat zij had vernomen dat verweerder ingaande 27 januari 2003 voor 50% het werk kon hervatten en met ingang van 10 februari 2003 weer volledig. In deze brief wordt een geschil aangekaart over de invulling van de 50%: verzoekster stelt zich op het standpunt dat dit niet is 50% van de tijd maar een loonkundige prestatie van 50%, hetgeen meebracht dat verweerder meer uren dan 50% diende te draaien en dat verweerder had geweigerd meer dan 4 uur per dag te werken. Aldus was verweerder bezig de arbeidsverhouding te verstoren aldus de brief. In een brief van 3 februari 2003 wordt door verzoekster hetzelfde thema aangesneden. Op 18 februari 2003 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen verzoekster en verweerder waarbij de gemachtigde van verweerder, ook als vertegenwoordiger van zijn vakbond, aanwezig was. In een brief van 24 februari 2003 heeft verzoekster de inhoud van dat gesprek weergegeven. Gerefereerd wordt aan discussie over de invulling van het begrip 50%. De omstandigheid dat verweerder in zijn standpunt volhard heeft, levert een negatieve uitstraling en als partijen zouden blijven verschillen van inzicht, zou verzoekster de arbeidsovereenkomst laten ontbinden volgens de brief. In een brief van 25 maart 2003 wordt gemeld dat verzoekster heeft geconstateerd dat het werktempo van verweerder laag is en dat hij met tegenzin werkt. Dat wordt bewust provocerend genoemd. In een brief van 9 april 2003 wordt verweerder gewaarschuwd voor het feit dat hij op het werk langdurige telefoongesprekken voert en dat verweerder als excuus had aangevoerd dat hij bereikbaar moest zijn voor zijn zieke vrouw. De discussie wordt door verzoekster aangemerkt als bewust bezig zijn de arbeidsverhouding te verstoren. In een brief van 29 april 2003 heeft de gemachtigde van verweer-der bezwaar gemaakt en meegedeeld dat naar het inzicht van verweerder hij zijn werkzaamheden altijd naar behoren uitvoert. Tengevolge van de verwonding uit november 2002 kan verweerder nog steeds niet zijn hand volledig gebruiken, om welke reden de gemachtigde er op wijst dat het beter zou zijn hem geen werk met een heggenschaar op te dragen. Ook maakt de gemachtigde er bezwaar tegen dat verweerder door verzoekster buiten de groep wordt geplaatst door zijn arbeidstijden te veranderen en tegen het verbod om een mobiele telefoon bij zich te dragen. In de brief wordt onderkend dat verzoekster bezig lijkt te zijn met 'het op-bouwen van een dossier, teneinde verweerder te kunnen ontslaan'. In een brief van 6 mei 2003 heeft de gemachtigde van verzoekster meegedeeld dat het duidelijk verweerder was die de arbeidsverhouding aan het verstoren is. Hij werd door de bedrijfsarts volledig arbeidsgeschikt geacht. In een brief van 4 juni 2003 heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen de beschuldiging door verweerder van beschadiging van zijn auto en in een brief van 5 augustus 2003 heeft verzoekster verweerder op non actief gesteld in afwachting van de behandeling van een ontbindingsverzoek. Als reden wordt aangegeven dat de houding en het gedrag van verweerder tijdens het werk verstorend is voor de arbeidsrelatie. Goede communicatie is allang niet meer mogelijk. Verzoekster verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen. Daartoe stelt verzoekster - kort gezegd - dat verweerder sedert februari 2003 op geen enkele wijze zijn goede wil wil tonen, zoals blijkt uit de omstandigheid dat hij , 50% arbeidsongeschikt zijnde, niet meer dan de helft van de arbeidsuren wil werken. Verweerder blijft sedertdien provoceren door een laag arbeidstempo te hanteren, en allerlei discussies met verzoekster aan te gaan over de kleinste dingen. Verweerder bleef langdurig telefoneren op zijn mobiele telefoon. Hij weigerde constructief mee te werken en liet zijn ontevredenheid blijken. Verzoekster was genoodzaakt om verweerder niet meer met zijn collega's te laten samenwerken en verweerder heeft zijn onvrede hierover laten blijken door de vakbond in te schakelen. De beschuldiging van beschadiging van de auto was kwetsend, mede omdat het ver-zoekster er alles aan gelegen was om op een plezierige wijze te kunnen blijven samenwerken. De situatie werd onhoudbaar en zodanig gespannen en verstoord dat er escalatie dreigt. Verweerder betwist dat er gewichtige redenen voor ontbinding zijn in de door verzoekster bedoelde zin en verzet zich tegen de door verzoekster gevorderde ontbinding. Verweerder verzoekt voor het geval de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zal ontbinden om een vergoeding van EUR 18.323,69 ten laste van verzoekster toe te kennen. Verweerder voert ter ondersteuning van zijn stellingen - kort gezegd - aan dat de ziekmeldingen in het verleden reëel zijn geweest en niet buitensporig. Over de 50% arbeidsongeschiktheid ontstond een discussie waarin verzoekster een onredelijke eis stelde. Het eenvoudig te honoreren verzoek om een stofkapje te mogen dragen, gaf allerlei problemen. Verweerder stelt naar beste kunnen te werken. Hij geeft toe dat hij bij zwaar knipwerk met de heggenschaar nog pijn aan zijn hand ondervindt en dat hij daardoor in zijn werk belemmerd wordt. Verweerder erkent één maal onder werktijd met zijn zwangere echtgenote te hebben gebeld, Dat hield verband met haar ziekte. Aan het verzoek om niet meer onder werktijd te bellen heeft verweerder verder voldaan. Toch werd hem verboden een mobiele telefoon bij zich te dragen, terwijl de collega's hem wel bij zich mogen hebben en overigens ook privé mogen bellen. De wijziging van de werktijd was alleen maar bedoeld om verweerder van de collega's af te zonderen en onder de duim te krijgen. Verweerder heeft geklaagd over het feit dat zijn auto op het bedrijfsterrein beschadigd is geraakt. Hij heeft niemand beschuldigd ook al omdat hij niet weet wie het heeft gedaan. Verweerder is van mening dat hij geen goed meer kan doen. Verzoekster heeft geen enkel ernstig verwijt jegens verweerder aan-nemelijk kunnen maken. Alle brieven die verzoekster aan verweerder heeft verzonden ademen een sfeer van opblazen van - zoals ook verzoekster zegt - de kleinste dingen. De discussie is gestart naar aanleiding van een debat over de betekenis van het begrip 50% arbeidsgeschikt, waarin van het standpunt van verzoekster tenminste gezegd kan worden dat dit dubieus is en bovendien een medisch oordeel inhoudt voor het geven waarvan ver-zoekster de nodige deskundigheid mist. De maatregelen van verzoekster jegens verweerder met betrekking tot het vaststellen van een gewijzigd aanvangsmoment voor de arbeid en ten aanzien van de mobiele telefoon lijken slechts ingegeven door de wens om de verhoudingen zo ziek mogelijk te maken. Ook de op non actief stelling ontbeert in feite enige grond. Het heeft er alle schijn van dat de vakbond van verweerder in de brief van 29 april 2003 alle gelijk van de wereld had, toen zij verzoekster verweet bezig te zijn met het opbouwen van een dossier teneinde verweerder te kunnen ontslaan. Daar komt bij dat het ver-zoekster zelf is geweest die in de aanvang een en ander in de sleutel van de toepassing van de Wet Poortwachter heeft gezet. Ter terechtzitting heeft verweerder desgevraagd meegedeeld niet te weten of terugkeer op de arbeid succesvol zou kunnen zijn. De kantonrechter heeft ter terechtzitting uit de opstelling van de directeur van verzoekster moeten opmaken dat zulks bij een ongewijzigde opstelling van verzoekster niet tot de reële mogelijkheden behoort en van verweerder niet is te verlangen. Op grond van het bovenstaande wordt vastgesteld dat de goede verstandhouding, noodzakelijk voor een verdere samen-werking tussen partijen, blijvend is komen te ontbreken. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden. Op gronden van billijkheid komt aan verweerder ten laste van verzoekster een vergoe-ding toe, te stellen op het hieronder toe te kennen bedrag, dat mede is bepaald aan de hand van hetgeen reeds is overwogen ten aanzien van de wijziging in de omstandigheden en de beoordeling van de wederzijdse verwijten. Voorts hebben bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding meegewo-gen de duur van het dienstverband, de leeftijd van verweerder en de hoogte van zijn loon. Nu aan verweerder een vergoeding wordt toegekend, moet aan verzoekster de gelegenheid worden geboden haar verzoek in te trekken. Er zijn termen de proceskosten te compenseren, behoudens in het geval dat verzoekster het verzoek intrekt, in welk geval verzoekster in de kosten aan de zijde van verweerder wordt veroordeeld. BESLISSING De kantonrechter: ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 6 november 2003; kent aan verweerder een vergoeding toe ten laste van verzoekster ter hoogte van EUR 18.000,- bruto, een en ander strekkende tot aanvulling van door verweerder te ontvangen uitkeringen dan wel elders verdiend loon; veroordeelt verzoekster tot betaling van deze vergoeding en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. bepaalt dat het onder I t/m III gestelde rechtskracht ontbeert, indien het verzoek door verzoekster uiterlijk op 30 oktober 2003 wordt ingetrokken; wijst het meer of anders verzochte af; bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen, behoudens in het geval verzoekster het verzoek zal intrekken, in welk geval verzoekster wordt veroor-- deeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van verweerder, die tot op heden worden begroot op EUR 545,- voor salaris van zijn gemachtigde, voorzover verschuldigd, inclusief BTW; Aldus gegeven door mr. J. Westhoff, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2003 in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter