Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AN9598

Datum uitspraak2003-11-21
Datum gepubliceerd2004-08-16
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers38717
Statusgepubliceerd


Indicatie

Nr. 38.717 21 november 2003 BK gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 juli 2002, nr. BK-01/00153, betreffende na te melden voorlopige aanslag in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. 1. Voorlopige aanslag, bezwaar en geding voor het Hof...


Uitspraak

Nr. 38.717 21 november 2003 BK gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 juli 2002, nr. BK-01/00153, betreffende na te melden voorlopige aanslag in de premie ingevolge de Ziekenfondswet. 1. Voorlopige aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 2000 een voorlopige aanslag in de premie ingevolge de Ziekenfondswet opgelegd naar een premie-inkomen van ƒ 41.200, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. 3. Beoordeling van de klacht De klacht kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 21 februari 2003, nr. 36558, BNB 2003/247). 4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 5. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren A.R. Leemreis en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2003.