Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP2194

Datum uitspraak2004-03-30
Datum gepubliceerd2004-06-21
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers110714
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Afwijzing vordering tot afgifte paardenpaspoort en KWPN-registratiebewijs. Onduidelijk of en wanneer overdracht van het paard aan eiseres heeft plaatsgevonden, of er sprake was, zoals kennelijk tussen partijen niet ongebruikelijk, van een recht van terugkoop en of gedaagde daar een beroep op heeft gedaan.


Uitspraak

Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 110174 / KG ZA 04-125 Datum vonnis: 30 maart 2004 Vonnis in kort geding in de zaak van de vennootschap onder firma VAN GEEL HORSES V.O.F., gevestigd te Erica, eiseres, procureur mr. J.M.J. Huver, advocaat mr. J. Knotter te Emmen, tegen X, wonende te A, gemeente B, gedaagde, in persoon verschenen Het verloop van de procedure Eiseres heeft gedaagde ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. De advocaat van eiseres en gedaagde hebben de zaak bepleit, eerstgenoemde overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotitie. Ten slotte is vonnis bepaald. De vordering Eiseres vordert primair een gebod om het paardenpaspoort van Rozelina en het KWPN-registratiebewijs en het paardenpaspoort van Simple Mind aan eiseres af te geven, subsidiair, kort gezegd, een gebod om deze stukken ten name van eiseres te doen stellen. De beoordeling van de vordering Partijen handelen in paarden. In de afgelopen jaren hebben zij zoveel zaken met elkaar gedaan, dat zij duidelijk het overzicht enigszins verloren hebben. Zo stelt eiseres in de dagvaarding Rozelina op 31 oktober 2000 te hebben gekocht, onder verwijzing naar een door haar overgelegde akte van 31 oktober 2002, die een overeenkomst tot verpanding van Rozelina inhoudt met de bepaling dat als er op 15 november 2002 niet € 12.490,- door gedaagde aan eiseres is terugbetaald, de eigendom van dit paard op eiseres overgaat. Bij nadere uitleg ter zitting bleek dat partijen hebben besloten de termijn voor terugbetaling van dit bedrag te verlengen en onderhandeld hebben over een nieuwe datum. Niet is gebleken dat er een nieuwe datum is vastgesteld. Onder deze omstandigheden kan eiseres toch niet in gemoede betogen dat Rozelina aan haar verkocht is en dat de voorzieningenrechter nu nodig is om haar de bij dit paard behorende stukken te laten geworden. Ook de door haar gestelde koop op 6 maart 2003 van Simple Mind, wiens naam ook als Simpelmind of Simpel Mind wordt gespeld, blijkt niet zo simpel te zijn als de dagvaarding wil doen voorkomen. Zo is onduidelijk of en wanneer overdracht van het paard aan eiseres heeft plaatsgevonden, of er sprake was, zoals kennelijk tussen partijen niet ongebruikelijk, van een recht van terugkoop en of gedaagde daar een beroep op heeft gedaan. Het opschortingsrecht waarop gedaagde zich beroept, mag geen hout snijden omdat de feitelijke onderbouwing ervan onbegrijpelijk is, maar de onderbouwing van eiseres laat al zoveel te wensen over, dat reeds daarom de vordering ook ten aanzien van dit paard moet worden afgewezen. In het feit dat beide partijen hun zaken niet in orde blijken te hebben ziet de voorzieningenrechter aanleiding de kosten te compenseren. Tenslotte en geheel ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat het didactisch weinig doordacht lijkt van het kantoor Homveld Heuzeveldt Van Roosmalen, om de jongste kantoorgenoot een zo slecht gedocumenteerde en voorbereide zaak op een zitting te laten bepleiten. De beslissing De voorzieningenrechter weigert de gevorderde voorziening, compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt, Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.S.M. Daamen op 30 maart 2004. de griffier de rechter