Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP2620

Datum uitspraak2004-06-09
Datum gepubliceerd2004-06-21
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers452/2003
Statusgepubliceerd


Indicatie

Vordering van eiseres uit onrechtmatige daad (verkrachting, meermalen gepleegd) toegewezen. Immateriële schadevergadering € 10.000,-.


Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht Vonnis van 9 juni 2004 in de zaak van: rolnr: 03/452 (naam eiseres), wonende te (woonplaats), eiseres, procureur: mr. K.P.T.G. Flos, tegen: (naam gedaagde), wonende te (woonplaats), gedaagde, procureur: mr. C.E.J.E. Kouijzer. 1. Het verloop van de procedure Tussen partijen zijn de navolgende processtukken gewisseld: - inleidende dagvaarding; - conclusie van antwoord; - conclusie van repliek; - conclusie van dupliek. Beide partijen hebben producties overgelegd. Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft eiseres niet gereageerd op de bij dupliek overgelegde producties. 2. De feiten 2.1 Eiseres is de stiefdochter van gedaagde. 2.2 Gedaagde is bij vonnis van 20 maart 2002 van de Rechtbank Middelburg schuldig bevonden aan “verkrachting, meermalen gepleegd" van eiseres. Bewezen is verklaard dat deze verkrachtingen plaatsvonden in de periode van 1 januari 1992 tot 1 augustus 1996. Eiseres was in die periode 9 tot 13 jaar oud. Bij vonnis van de Rechtbank Middelburg van 31 juli 2002 is gedaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierentwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Voorts is de terbeschikkingstelling van gedaagde gelast. 2.3 Eiseres is in behandeling bij Emergis, Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg. 3. Het geschil 3.1. Eiseres vordert, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen € 25.000,-- te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag waarop de dagvaarding is uitgebracht en veroordeling van gedaagde in de proceskosten. Eiseres stelt daartoe dat gedaagde jegens haar toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld omdat hij een inbreuk heeft gemaakt op haar recht op lichamelijke integriteit, vrijheid en privacy, en omdat hij heeft gehandeld in strijd met artikel 242 Wetboek van Strafrecht. Zij heeft schade geleden en lijdt nog steeds schade. Zij is ernstig getraumatiseerd, met posttraumatische stressklachten in de vorm van nachtmerries, opdringerige gedachten, angstklachten en hyperventilatie. 3.2 Gedaagde erkent dat het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden, maar voert ter nuancering aan dat de rechtbank heeft geoordeeld dat hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar was. Hij refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het causale verband tussen zijn handelen en de schade die eiseres stelt te hebben geleden. Hij bestwist de hoogte van het gevorderde schadebedrag. Gelet op de richtlijnen van het Schadefonds Geweldmisdrijven en de jurisprudentie is een bedrag van maximaal € 4.545,45 passend, maar gelet op zijn geringe draagkracht dient dit bedrag gematigd te worden tot € 3.500,--. Gedaagde ontvangt een bijstandsuitkering en heeft schulden. Een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen. 4. De beoordeling van het geschil 4.1. Nu gedaagde strafrechtelijk veroordeeld is voor verkrachting, meermalen gepleegd, en hij de gepleegde feiten erkent, moet als vaststaand moet worden aangenomen dat gedaagde de bewezenverklaarde handelingen met eiseres gepleegd heeft. Hieruit volgt dat gedaagde gehouden is de schade die eiseres ten gevolge van deze (als onrechtmatig aan te merken) handelingen lijdt/heeft geleden aan eiseres te vergoeden. 4.2. Het is een feit van algemene bekendheid, zoals ook in het eerste strafvonnis is overwogen, dat slachtoffers van delicten als het onderhavige nog geruime tijd kunnen lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Dit geldt in het onderhavige geval temeer, nu eiseres de handelingen op jeugdige leeftijd heeft moeten ondergaan, terwijl de verkrachtingen blijkens het strafvonnis gepaard zijn gegaan met geweld en met bedreiging met de dood. Voorts blijkt uit een door eiseres overgelegde brief van haar huisarts, (naam huisarts), van 30 oktober 2002 dat zij verscheidene malen de huisarts heeft moeten consulteren in verband met klachten van psychische aard zoals slapeloosheid en hyperventilatie als gevolg van mishandeling door haar stiefvader en seksueel misbruik. Uit een brief d.d. 11 november 2002 van Emergis blijkt dat eiseres zich heeft aangemeld bij Emergis voor hulp op verwijzing van haar huisarts, en dat zij last heeft van opdringerige gedachten over gebeurtenissen uit het verleden, nachtmerries, angsten, verdriet en boosheid en dat eiseres heeft verteld over seksueel misbruik door haar stiefvader. De psychische schade is hiermee voldoende aangetoond evenals de stelling dat deze een gevolg van de door gedaagde gepleegde onrechtmatige handelingen is. Gelet op alle omstandigheden van dit geval stelt de rechtbank de schadevergoeding naar redelijkheid vast op een bedrag van € 10.000,-. De omstandigheid dat dit bedrag uitstijgt boven het bedrag dat volgens de richtlijnen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven toepasselijk wordt geacht, maakt dit niet anders. Het Schadefonds keert alleen een bedrag uit ter tegemoetkoming in de letselschade, en geeft geen richtlijnen omtrent de hoogte van die schade. De wettelijke rente is als gevorderd toewijsbaar over voornoemd bedrag vanaf 18 augustus 2003. 4.3. De geringe draagkracht van gedaagde, de schulden en het feit dat gedaagde een bijstandsuitkering geniet en kennelijk geen andere bronnen van inkomsten heeft, kunnen aan de toewijsbaarheid van de vordering van eiseres niet in de weg staan. Matiging is met name niet op zijn plaats omdat het blijkens het – in hoger beroep bekrachtigde – vonnis waarbij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen, aannemelijk is dat een aanzienlijk deel van de schulden het gevolg is van de aan gedaagde zelf toe te rekenen strafrechtelijke veroordeling. 4.4 Gedaagde dient als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij de proceskosten gevallen aan de zijde van eiseres te voldoen. 5. De beslissing De rechtbank: - veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 10.000,--, te vermeerderen met wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 augustus 2003; - veroordeelt gedaagde in de proceskosten aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 1.554,16; - bepaalt, nu eiseres met een toevoeging procedeert, dat die kostenbetaling dient te geschieden door voldoening A. aan de griffier van deze rechtbank: - wegens het in debet gestelde deel griffierecht € 382,--; - wegens procureurssalaris € 998,--; - wegens overige verschotten € 81,16; B. aan eiseres: - het voor rekening van die partij gekomen deel van het griffierecht ad € 93,--; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 juni 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.