Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP2632

Datum uitspraak2004-06-09
Datum gepubliceerd2004-06-21
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers02/1080 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Schending beginsel hoor en wederhoor. Telefonische oproep door de rechtbank.


Uitspraak

02/1080 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: de Staatssecretaris van Financiën, appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Appellant is op bij aanvullend beroepschrift van 22 maart 2002 aangevoerde gronden bij de Raad in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank 's-Gravenhage onder dagtekening 14 januari 2002, nummer 00/1618, tussen partijen gewezen uitspraak, waarbij het door appellant ingestelde beroep tegen het bestreden besluit van 11 januari 2000, ongegrond is verklaard. Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 28 april 2004, waar namens appellant is verschenen mr. B.A. Frijlink, werkzaam bij het Ministerie van Financiën, en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. D.E.C. Veugen, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING De Raad ziet aanleiding om eerst in te gaan op hetgeen appellant naar voren heeft gebracht met betrekking tot de procedure bij de rechtbank. Daartoe is gesteld dat appellant niet ter zitting is verschenen naar aanleiding van de eerdere mededeling van gedaagde niet te zullen verschijnen. Betoogd is dat gehandeld is in strijd met de beginselen van de goede procesorde, nu appellant gebleken is dat gedaagde zich op telefonisch verzoek van de rechtbank alsnog ter zitting heeft doen vertegenwoordigen en appellant hiervan niet op de hoogte is gesteld. De Raad begrijpt appellant aldus, dat hij betoogt dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. De Raad kan appellant hierin volgen en overweegt daartoe als volgt. Gedaagde heeft de rechtbank schriftelijk medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen. Naar aanleiding van deze mededeling heeft de griffier van de rechtbank met gedaagde telefonisch contact opgenomen. Gedaagde is hierbij dringend verzocht zich ter zitting te laten vertegenwoordigen in verband met het geven van inlichtingen, en heeft hieraan gehoor gegeven. Appellant is van deze telefonische oproep door de rechtbank niet in kennis gesteld. De Raad stelt vast dat appellant door de rechtbank niet in staat is gesteld zijn belangen in gelijke mate ter zitting te behartigen als gedaagde. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank hiermee het recht op hoor en wederhoor geschonden en is derhalve sprake van een inbreuk op de uit artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voortvloeiende elementaire eisen van een eerlijk proces. Reeds op grond van het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. De Raad ziet hierin aanleiding hetgeen overigens door appellant is aangevoerd buiten beschouwing te laten. De Raad acht termen aanwezig om het geding met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet terug te verwijzen naar de rechtbank. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Wijst de zaak terug naar de rechtbank 's-Gravenhage. Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel als voorzitter en mr. R.C. Stam en mr. K.J. Kraan als leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2004. (get.) G. van der Wiel (get.) A. Kovács