Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP4889

Datum uitspraak2004-06-09
Datum gepubliceerd2004-06-30
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/00386
Statusgepubliceerd


Indicatie

Herziening van onherroepelijke uitspraken in WAHV niet mogelijk. Taak voor de wetgever. In het onderhavige geval is verzocht om herziening van de beslissing van de kantonrechter. Brief is aangemerkt als hoger beroep. Hoger beroep is niet-ontvankelijk, omdat het niet tijdig is ingesteld. Herzieningsverzoek wordt niet naar de kantonrechter doorgezonden, maar om proces-economische redenen door het hof zelf afgedaan. Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.


Uitspraak

WAHV 04/00386 9 juni 2004 CJIB 09052023352 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen c.q. het herzieningsverzoek inzake de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam van 20 februari 2003 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop Bij brief van 15 maart 2004, gericht aan de officier van justitie te Rotterdam heeft de betrokkene verzocht om heropening van het onderzoek "omdat door de nu losgekomen informatie ik op ongegronde feiten ben veroordeeld". De brief is doorgezonden naar de griffier van de rechtbank te Rotterdam. De griffier van de rechtbank heeft de brief van de betrokkene opgevat als een hoger beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam van 20 februari 2003, en de brief met de gedingstukken naar het gerechtshof verzonden. De griffier van het hof heeft de zaak ingeboekt als een hoger beroepszaak. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het verweerschrift. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Voor zover de betrokkene met de brief d.d. 15 maart 2004 heeft beoogd hoger beroep in te stellen, overweegt het hof het volgende. 3.2. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. 3.3. Het beroepschrift is gedateerd 15 maart 2004 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 17 maart 2004 ingekomen bij het arrondissementsparket te Rotterdam. Aangezien de bestreden beslissing blijkens een daarop gestelde aantekening en blijkens een griffier van de rechtbank op 4 maart 2003 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend. De betrokkene dient reeds op deze grond in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. 3.4. Het door de betrokkene genoemde onderwerp van de brief "Hernieuwd beroep op beschikkingsnummer 09052023352" en de gebruikte bewoordingen "Ik verzoek u met klem om de zaak weer opnieuw te heropenen omdat door de nu losgekomen informatie ik op ongegronde feiten ben veroordeeld." vormen een aanwijzing dat de brief van betrokkene opgevat kan worden als een herzieningsverzoek, op grond van na de uitspraak van de kantonrechter opgekomen nieuwe feiten. Met betrekking tot dit verzoek geldt het volgende. 3.5. De kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam heeft op 20 februari 2003 op het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie beslist. Deze beslissing is onherroepelijk geworden. Het hof zou het verzoek van de betrokkene in beginsel moeten doorzenden aan de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam. Nu het hof fungeert als hoger beroepsinstantie in WAHV-zaken en nu op na te melden grond vaststaat, dat geen andere uitspraak in deze zaak kan volgen dan dat de betrokkene in zijn herzieningsverzoek niet kan worden ontvangen, zal het hof om proceseconomische redenen in deze zaak zelf uitspraak doen. 3.6. Bij de totstandkoming van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet van 3 juli 1989, houdende administratiefrechtelijke afdoening van inbreuken op bepaalde verkeersvoorschriften (Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften; Stb 1989, 300) is de strafrechtelijke afdoening van eenvoudige verkeersovertredingen vervangen door een administratiefrechtelijke. Een en ander is tot uitdrukking gebracht in art. 2, eerste lid, laatste volzin, van de WAHV luidende: "Voorzieningen van strafrechtelijke of strafvorderlijke aard zijn uitgesloten.". Hierdoor kan een aanvraag tot herziening van arresten en vonnissen in WAHV-zaken niet worden gebaseerd op Titel VIII van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering. 3.7. In administratiefrechtelijke procedures is in hoofdstuk 8 van de Awb in Titel 8.4 (art. 8:88) voorzien in herziening voor zover het betreft een onherroepelijk geworden uitspraak in de procedure bij de rechtbank. In hoofdstuk V: "Beroep bij de kantonrechter van de rechtbank" bepaalt art. 9, eerste lid, laatste volzin, van de WAHV echter, dat hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is. 3.8. Niet uit te sluiten valt, dat aan het ontbreken van een herzieningsprocedure in WAHV-zaken geen weloverwogen oordeel van de wetgever ten grondslag ligt. Het staat de rechter echter niet vrij bij wege van analogie een (buitengewoon) rechtsmiddel, waarin de wet niet voorziet, toe te passen. De betrokkene kan derhalve in zijn herzieningsverzoek niet worden ontvangen. 3.9. Voor zover de betrokkene met zijn brief van 15 maart 2004 heeft beoogd bezwaar te maken bij de officier van justitie tegen de betalingsverplichting - gelet op het feit dat de brief is gericht aan de officier van justitie- , zal het hof deze brief doorzenden aan de advocaat-generaal van het ressortsparket te Leeuwarden, die in deze fase van de procedure als partij in de plaats treedt van de officier van justitie, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene. 4. De beslissing Het gerechtshof: verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep; verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het herzieningsverzoek; draagt de griffier op de brief van de betrokkene van 15 maart 2004 ter verdere behandeling door te zenden aan de advocaat-generaal onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene. Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.