Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP5039

Datum uitspraak2004-06-29
Datum gepubliceerd2004-06-30
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers08/000050-04
Statusgepubliceerd


Indicatie

de rechtbank verklaart bewezen dat verdachte zich in zeven gevallen heeft schuldig gemaakt aan belaging ("stalking") van hem onbekende personen die een gezinslid hadden verloren. de belaging duurde soms meerdere jaren. de rechtbank legt deze - zwakbegaafde - verdachte een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan zes voorwaardelijk. hij moet zich houden aan aanwijzingen van de reclassering. daarnaast moet hij schade vergoeden.


Uitspraak

RECHTBANK ALMELO Parketnummer: 08/000050-04 (PROMIS) STRAFVONNIS Uitspraak: 29 juni 2004 De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen: [verdachte], geboren te [plaats] op [datum] 1959, wonende te [woonplaats], thans verblijvende in de P.I. [naam P.I.] te [plaats] terechtstaande -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2000 tot en met 23 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en/of te Diepenheim, gemeente Hof van Twente en/althans (elders) in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 1] en/of diens echtgenote, met het oogmerk om die [benadeelde 1] en/of diens echtgenote te dwingen iets te doen en/of iets niet te doen en/of iets te dulden en/of om die [benadeelde 1] en/of diens echtgenote vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 1] en/of diens echtgenote, nadat zijn/haar/hun zoon in 1993 zelfmoord had gepleegd door zich voor een trein te werpen, telefonisch benaderd en daarbij telkens: - muziek met de stem van zijn/haar/hun overleden zoon laten horen, - smartlap-muziek laten horen, - piratenmuziek laten horen, - muziek laten horen die ging over zelfmoord of treinen - muziekteksten laten horen als: "Recht achter de liekwagen liep een...." en: "Hij sprong van een hotel" (Herman Brood) en: "Kedengkedeng"(Guus Meeuwis), - gelach laten horen, - geboer laten horen, - vreemde geluiden laten horen, - muziek laten horen met de tekst: "Soms zijn er mensen die zo diep in de put zitten dat ze niet meer verder kunnen", - stationsgeluiden laten horen, - kantoorgeluiden laten horen, - rouwmuziek laten horen, - een gedeelte van een kerkdienst laten horen en/of - er het zwijgen toe heeft gedaan; 2. hij in of omstreeks de periode van 28 januari 2004 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en/of te Enter, gemeente Wierden, en/althans (elders) in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 2] en/of diens echtgenote, met het oogmerk om die [benadeelde 2] en/of diens echtgenote te dwingen iets te doen en/of iets niet te doen en/of iets te dulden en/of om die [benadeelde 2] en/of diens echtgenote vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 2] en/of diens echtgenote, nadat zijn/haar/hun zoon op 24 januari 2004 met zijn auto was verongelukt, telefonisch benaderd en daarbij telkens: - droevige piratenmuziek laten horen, - muziek met de tekst: "Ik mis je zo, waarom heb je me verlaten" en: "Ik mis je zo, waarom ben je heengegaan" en: "Met de vlam in de pijp" en: "Jij bent heengegaan zonder een groet" laten horen, - vrachtauto-geluiden en/of geluiden van piepende/gierende banden van een auto laten horen, - gemeen gelach met een hoge uithaal laten horen, - snik-geluiden en huil-geluiden laten horen en/of - er het zwijgen toe heeft gedaan; 3. hij in of omstreeks de periode van 7 december 2003 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en/of te Wierden en/althans (elders) in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van mevrouw [benadeelde 3], met het oogmerk om die [benadeelde 3] te dwingen iets te doen en/of iets niet te doen en/of iets te dulden en/of om die [benadeelde 3] vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 3], nadat op 7 oktober 2003 haar echtgenoot was overleden, telefonisch benaderd en daarbij telkens: - keiharde muziek laten horen, - de tekst: "Ik wil ook dood" laten horen, - het liedje: "Huilen is voor jou te laat"laten horen, - geschaterlach laten horen, - tegen die [benadeelde 3] heeft gezegd dat hij dood wilde, - aan die [benadeelde 3] heeft gevraagd: "Hoe vindt u dit dan ?" en: "Hoe gaat het ?" en/of - er het zwijgen toe heeft gedaan; 4. hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2004 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Twenterand en/of te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, en/althans (elders) in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van mevrouw [benadeelde 4] en/of haar drie kinderen, met het oogmerk om die [benadeelde 4] en/of haar kinderen te dwingen iets te doen en/of iets niet te doen en/of iets te dulden en/of om die [benadeelde 4] en/of haar kinderen vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 4] en/of (een van) haar kinderen, nadat haar echtgenoot/hun vader was overleden, telefonisch benaderd en daarbij telkens (piraten)muziek laten horen, gemeen gelach laten horen en/of er het zwijgen toe heeft gedaan; 5. hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Twenterand en/of te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten, en/althans (elders) in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 5] en/of diens echtgenote en/of zijn/hun kinderen, met het oogmerk om die [benadeelde 5] en/of diens echtgenote en/of zijn/hun kinderen te dwingen iets te doen en/of iets niet te doen en/of iets te dulden en/of die [benadeelde 5] en/of diens echtgenote en/op diens/hun kinderen vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 5] en/althans huize [benadeelde 5] - ook 's avonds laat en 's nachts- telefonisch benaderd en daarbij telkens muziek laten horen dan wel telkens er het zwijgen toe heeft gedaan; 6. hij in of omstreeks de periode van 1 december 1997 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Twenterand en/of te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten, en/althans (elders) in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van mevrouw [benadeelde 6], met het oogmerk die [benadeelde 6] te dwingen iets te doen en/of iets niet te doen en/of iets te dulden en/of om die [benadeelde 6] vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 6], nadat haar moeder was overleden, telefonisch benaderd en daarbij telkens muziek en/of piratenmuziek en/of vrolijke muziek en/of treurige muziek laten horen en/of gelach en/of gefluit heeft laten horen dan wel er het zwijgen toe heeft gedaan; 7. hij op of omstreeks 7 maart 2004 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en/of te Eibergen en/althans (elders) in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander, te weten van mevrouw [benadeelde 7] en/of haar dochter [benadeelde 7a] en/of haar broer [benadeelde 7b], met het oogmerk die [benadeelde 7] en/of haar dochter en/of haar broer te dwingen iets te doen en/of iets niet te doen en/of iets te dulden en/of om die [benadeelde 7] en/of haar dochter en/of haar broer vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 7] en/of diens dochter en/of diens broer, nadat op 5 maart 2004 de echtgenoot van mevrouw [benadeelde 7] was overleden, telefonisch benaderd en daarbij telkens treurige muziek laten horen en/of er het zwijgen toe heeft gedaan; Gezien de stukken; Gelet op het onderzoek ter terechtzitting; Gehoord de vordering van de officier van justitie; Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd; De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring. Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad. Belaging is vanaf 12 juli 2000 strafbaar gesteld. De officier van justitie wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard in zijn vervolging met betrekking tot de bij sub 6 tenlastegelegde periode vóór genoemde datum. Voor het overige deel is de officier van justitie wel ontvankelijk in zijn vervolging. Gelet op de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring, waarin hij erkent de hem tenlastegelegde feiten te hebben gepleegd, en - het proces-verbaal van aangifte d.d. 4 februari 2004, waarin opgenomen de verklaring van [benadeelde 1] (dossierpagina’s 29 tot en met 31) - het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 maart 2004, waarin opgenomen de verklaring van [benadeelde 2] (dossierpagina’s 54 tot en met 56) - het proces-verbaal van aangifte d.d. 31 maart 2004, waarin opgenomen de verklaring van [benadeelde 3] (dossierpagina’s 66 en 67) - het proces-verbaal van aangifte d.d. 31 maart 2004, waarin opgenomen de verklaring van [benadeelde 4] (dossierpagina’s 79 en 80) - het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 april 2004, waarin opgenomen de verklaring van [benadeelde 5] (dossierpagina’s 88 en 89) - het proces-verbaal van aangifte d.d. 6 april 2004, waarin opgenomen de verklaring van [benadeelde 6] (dossierpagina’s 97 en 98) - het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 april 2004, waarin opgenomen de verklaring van [benadeelde 7] (dossierpagina’s 106 tot en met 108) is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in de periode van 12 juli 2000 tot en met 23 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en te Diepenheim, gemeente Hof van Twente en elders in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 1] en diens echtgenote, met het oogmerk om die [benadeelde 1] en diens echtgenote te dwingen iets te dulden en om die [benadeelde 1] en diens echtgenote vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 1] en diens echtgenote, nadat hun zoon in 1993 zelfmoord had gepleegd door zich voor een trein te werpen, telefonisch benaderd en daarbij: - muziek met de stem van hun overleden zoon laten horen, - smartlap-muziek laten horen, - piratenmuziek laten horen, - muziek laten horen die ging over zelfmoord of treinen - muziekteksten laten horen als: "Recht achter de liekwagen liep een...." en: "Hij sprong van een hotel" (Herman Brood) en: "Kedengkedeng"(Guus Meeuwis), - gelach laten horen, - geboer laten horen, - vreemde geluiden laten horen, - muziek laten horen met de tekst: "Soms zijn er mensen die zo diep in de put zitten dat ze niet meer verder kunnen", - stationsgeluiden laten horen, - kantoorgeluiden laten horen, - rouwmuziek laten horen, - een gedeelte van een kerkdienst laten horen en - er het zwijgen toe gedaan; 2. hij in de periode van 28 januari 2004 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en te Enter, gemeente Wierden, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 2] en diens echtgenote, met het oogmerk om die [benadeelde 2] en diens echtgenote te dwingen iets te dulden en om die [benadeelde 2] en diens echtgenote vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 2] en diens echtgenote, nadat hun zoon op 24 januari 2004 met zijn auto was verongelukt, telefonisch benaderd en daarbij: - droevige piratenmuziek laten horen, - muziek met de tekst: "Ik mis je zo, waarom heb je me verlaten" en: "Ik mis je zo, waarom ben je heengegaan" en: "Met de vlam in de pijp" en: "Jij bent heengegaan zonder een groet" laten horen, - vrachtauto-geluiden en geluiden van piepende/gierende banden van een auto laten horen, - gemeen gelach met een hoge uithaal laten horen, - snik-geluiden en huil-geluiden laten horen en - er het zwijgen toe gedaan; 3. hij in of omstreeks de periode van 7 december 2003 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en te Wierden, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van mevrouw [benadeelde 3], met het oogmerk om die [benadeelde 3] te dwingen iets te dulden en om die [benadeelde 3] vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 3], nadat op 7 oktober 2003 haar echtgenoot was overleden, telefonisch benaderd en daarbij: - keiharde muziek laten horen, - de tekst: "Ik wil ook dood" laten horen, - het liedje: "Huilen is voor jou te laat" laten horen, - geschaterlach laten horen, - tegen die [benadeelde 3] gezegd dat hij dood wilde, - aan die [benadeelde 3] gevraagd: "Hoe vindt u dit dan ?" en: "Hoe gaat het ?" en - er het zwijgen toe gedaan; 4. hij in de periode van 9 januari 2004 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van mevrouw [benadeelde 4] en haar drie kinderen, met het oogmerk om die [benadeelde 4] en haar kinderen te dwingen iets te dulden en om die [benadeelde 4] en haar kinderen vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 4] en haar kinderen, nadat haar echtgenoot/hun vader was overleden, telefonisch benaderd en daarbij (piraten)muziek laten horen, gemeen gelach laten horen en er het zwijgen toe gedaan; 5. hij in de periode van 1 oktober 2003 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 5] en diens echtgenote en hun kinderen, met het oogmerk om die [benadeelde 5] en diens echtgenote en hun kinderen te dwingen iets te dulden en die [benadeelde 5] en diens echtgenote en hun kinderen vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 5] en huize [benadeelde 5] - ook 's avonds laat en 's nachts- telefonisch benaderd en daarbij muziek laten horen dan wel er het zwijgen toe gedaan; 6. hij in de periode van 12 juli 2000 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente en te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van mevrouw [benadeelde 6], met het oogmerk die [benadeelde 6] te dwingen iets te dulden en om die [benadeelde 6] vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 6], nadat haar moeder was overleden, telefonisch benaderd en daarbij piratenmuziek of vrolijke muziek of treurige muziek laten horen en gelach en gefluit heeft laten horen dan wel er het zwijgen toe gedaan; 7. hij in de periode van 7 maart 2004 tot 24 maart 2004, te Markelo, gemeente Hof van Twente, en te Eibergen wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander, te weten van mevrouw [benadeelde 7] en haar dochter [benadeelde 7a] en haar broer [benadeelde 7b], met het oogmerk die [benadeelde 7] en haar dochter en haar broer te dwingen iets te dulden en om die [benadeelde 7] en haar dochter en haar broer vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte daar toen telkens die [benadeelde 7] en diens dochter en diens broer, nadat op 5 maart 2004 de echtgenoot van mevrouw [benadeelde 7] was overleden, telefonisch benaderd en daarbij treurige muziek laten horen en er het zwijgen toe gedaan. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde levert op: wat betreft sub 1 tot en met 7, telkens het misdrijf: "belaging", strafbaar gesteld bij artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht; De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake van de tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarde van het opvolgen van de aanwijzingen van de reclassering, met aftrek van het voorarrest, en met toewijzing van de civiele vordering van [benadeelde 1] en [benadeelde 4] en oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel, en met verbeurdverklaring van mobiele telefoon en twee cassettebanden. De officier heeft gevorderd dat de twee telefoonrekeningen en een bankafschrift aan verdachte worden teruggegeven. De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen: Verdachte is blijkens zijn eigen verklaring sinds 1975 bezig geweest met het bellen van voor hem onbekende mensen. Aanvankelijk betrof het politiefunctionarissen en huisartsen, maar vanaf 1993 zocht verdachte zijn slachtoffers in rouwadvertenties. In een aantal gevallen achterhaalde hij de doodsoorzaak van de dierbare van zijn slachtoffers en stemde hij zijn telefoonterreur af op die gegevens. De enige verklaring die verdachte hiervoor kan noemen is het verwerken van de zelfmoord van zijn vader in 1988; het verdriet van anderen deed hem zijn eigen verdriet vergeten. Een aantal slachtoffers belde hij dagelijks. De familie [benadeelde 1] heeft verdachte, naar eigen zeggen, gedurende ruim tien jaren gebeld. Gelet op het doel van zijn telefoonterreur, het kwetsen van zijn slachtoffers, besefte verdachte wat hij zijn slachtoffers aandeed, maar ondanks dat ging hij er mee door. Verdachte is blijkens het psychiatrisch rapport van Hoekstra zwakbegaafd. Dat het voor een zwakbegaafde moeilijker is om de dood te verwerken dan voor een persoon die op normaal niveau functioneert maakt die verwerking nog niet onmogelijk. Het verstandelijk niveau van verdachte is de enige strafmatigende omstandigheid. Gelet op de ernst van de feiten en ter norminprenting is naar het oordeel van de rechtbank, een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur thans de meest passende straf. De rechtbank overweegt verder dat de onder verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoon en cassettebanden, vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, aangezien deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen de feiten zijn is begaan. Bij de verbeurdverklaring heeft de rechtbank op de voet van artikel 24 van het Wetboek van Strafrecht rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. Civiele vordering De rechtbank overweegt verder, dat [benadeelde 1] en [benadeelde 4], ter zake van respectievelijk feit 1 en 4, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partijen hebben gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot totaalbedragen van respectievelijk € 2.000,00 en € 1.016,99, bestaande uit kosten voor het wijzigen van het telefoonnummer en immateriële schade. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze niet gemotiveerd door verdachte betwiste vorderingen van de benadeelde partijen geheel gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht. Het verweer van de raadsman dat een vergoeding voor geleden immateriële schade niet zodanig eenvoudig is dat zij zich niet lenen voor behandeling in het strafgeding vindt geen steun in het recht. De hoogte van de schadebedragen kan door het ontbreken van vergelijkbare gevallen gecompliceerd zijn, maar de in casu gevorderde schadebedragen zijn dusdanig dat naar het oordeel van de rechtbank zeker geen sprake kan zijn van te hoge bedragen. De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door genoemde feiten is toegebracht. De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 57 van het Wetboek van Strafrecht. R E C H T D O E N D E: Verklaart bewezen, dat het tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan. Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld. Verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 maanden. Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op drie jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarde: De veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht. Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen mobiele telefoon en de twee cassettebanden. Veroordeelt verdachte, terzake van de bewezen feiten 1 en 4 tot betaling aan de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 4] van bedragen groot respectievelijk € 2.000,00 en € 1.016,99. Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering. Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten 1 en 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedragen groot € 2.000,00 en € 1.016,99, respectievelijk ten behoeve van de benadeelden [benadeelde 1] en [benadeelde 4], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van respectievelijk 40 en 20 dagen zal worden toegepast. Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen. Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; Gelast de teruggave van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: twee telefoonrekeningen en een bankafschrift, aan verdachte. Aldus gewezen door mr. Derks, voorzitter, mr. Teekman en mr. Beuving, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Jordaans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 juni 2004.