Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP8163

Datum uitspraak2004-07-06
Datum gepubliceerd2004-07-06
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersRolnr: 417650/04-11300
Statusgepubliceerd


Indicatie

Eiser vraagt om wedertewerkstelling bij de Nederlandse Hartstichting tegelijkertijd met dit kort geding dient tussen partijen nog een procedure, waarin de Nederlandse Hartstichting vraagt om de arbeidsovereenkomst met eiser te ontbinden. Op 28 juli 2004 14.00 uur wordt een comparitie van partijen gehouden om te bezien welke mogelijkheden er voor beide partijen zijn en of niet alsnog in der minne tot een oplossing kan worden gekomen.....


Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector kanton – locatie ‘s-Gravenhage Rolnr: 417650/04-11300 6 juli 2004 Vonnis ex art 254 Rv. in de zaak van: [ ] [eiser], [adres], verder ook te noemen eiser, gemachtigde: mr. R.G. Prakke, tegen de stichting Nederlandse Hartstichting gevestigd te ‘s-Gravenhage, verder ook te noemen gedaagde, gemachtigde: mr. C.J. Hagen, vrijwillig verschenen. Procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding en de conclusie van antwoord tevens pleitaantekeningen, beiden met producties, alsmede van de pleitaantekeningen van eiser. Door eiser is ter griffie ook nog een videoband gedeponeerd. Tegelijkertijd met dit kort geding heeft tussen partijen een procedure ex art. 7:685 BW ge-diend, waarin partij [eiser] als verweerder is opgetreden. Het kort geding strekt tot wedertewerkstelling van [eiser] bij de Nederlandse Hart-stichting. In beide procedures heeft op 15 juni 2004 een mondelinge behandeling plaats gevonden. De uitspraak is bepaald op heden. De beschikking ex art. 7:685 BW wordt aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan onverbre-kelijk deel uit. Beoordeling De beschikking ex art 7: 685 BW bevat de afwijzing van het verzoek van de Nederlandse Hartstichting om de arbeidsovereenkomst met eiser te ontbinden. Aldus is een situatie ontstaan die er toe zal dienen te leiden dat eiser weer tot het werk wordt toegelaten. Gelet op deze situatie, acht de kantonrechter het gewenst, alvorens te beslissen, om op zeer korte termijn een comparitie van partijen te houden om te bezien welke mogelijkheden er voor beide partijen zijn en of niet alsnog in der minne tot een oplossing kan worden gekomen. Beslissing De kantonrechter: Gelast partijen, desgewenst vergezeld van hun gemachtigden en onder medeneming van alle ter zake dienende bescheiden, om voor de kantonrechter te verschijnen op: 28 juli 2004 te 14:00 uur in een der kamers op de eerste etage van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage (melden bij balie C). Houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema kantonrechter te ‘s-Gravenhage en in aanwe-zigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2004.