
Jurisprudentie
AR3283
Datum uitspraak2004-09-29
Datum gepubliceerd2004-10-07
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers180052 / HA RK 04-235
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-10-07
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers180052 / HA RK 04-235
Statusgepubliceerd
Indicatie
Voorlopig deskundigenbericht gevraagd nadat in de bodemprocedure reeds was geoordeeld dat een deskundigenbericht niet nodig was. Verzoek afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
BESCHIKKING
van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
hierna te noemen: [eiseres],
procureur: mr. P.C. van As,
advocaat : mr. H.M. van Hout, te Haarlem,
- t e g e n -
de naamloze vennootschap
LEVOB SCHADEVERZEKERING N.V.,
statutair gevestigd te Amersfoort,
kantoorhoudende te Leusden,
verweerster,
hierna te noemen: Levob,
procureur: mr. J.J.W. Remme,
advocaat: mr. D.M. Bosscher, te Amsterdam.
1. Verloop van de procedure
1.1
[Eiseres] heeft ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. Daarbij is verzocht omtrent de in het verzoekschrift omschreven feiten en omstandigheden een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen.
1.2
Levob heeft een verweerschrift ingediend.
1.3
De zaak is behandeld ter terechtzitting van 18 augustus 2004. Ter zitting zijn verschenen:
- [eiseres] in persoon, vergezeld door mr. Van Hout;
- voor Levob: mr. Bosscher.
1.4
Tenslotte is de uitspraak bepaald op heden.
2. Vaststaande feiten
2.1
[Eiseres] is op 1 februari 1997 betrokken geweest bij een verkeersongeval te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer. Zij zat als passagier achterin een taxi die werd aangereden door een verzekerde van Levob. Levob heeft haar aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend.
2.2
Nadat in overleg tussen partijen reeds enige onderzoeken hadden plaatsgevonden, heeft [eiseres] Levob op 14 maart 2002 gedagvaard voor deze rechtbank. De rechtbank heeft bij vonnis van 2 april 2003 een deskundigenbericht door een psychiater bevolen. Na rapportage van de psychiater heeft de rechtbank in haar vonnis van 2 juni 2004 onder meer overwogen (onder 2.6):
"De rechtbank is daarom van oordeel dat [eiseres] vanaf het moment dat zij 32,5 uur per week werkt, in beginsel geen verlies van verdienvermogen (met inbegrip van economische kwetsbaarheid) meer heeft en dat nader arbeidsdeskundig onderzoek dus achterwege kan blijven."
In het vonnis is bepaald dat hoger beroep daartegen is toegelaten.
3. Beoordeling van het verzoek
3.1
In de onderhavige procedure heeft [eiseres] gevraagd om een voorlopig deskundigenbericht door een arbeidsdeskundige. Levob heeft zich daartegen verweerd. Op hetgeen Levob heeft aangevoerd zal, voorzover nodig, hierna worden ingegaan.
3.2
In het tussenvonnis van 2 juni 2004 is geoordeeld dat een onderzoek door een arbeidsdeskundige achterwege kan blijven. Uit het verzoekschrift blijkt dat [eiseres] het niet eens is met dit oordeel, dat uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven is en daarom als eindbeslissing dient te worden beschouwd.
3.3
Met het onderhavige verzoek vraagt [eiseres] de rechtbank derhalve om terug te komen op hetgeen zij in de bodemprocedure reeds heeft besloten. Daarvoor is een voorlopig deskundigenbericht niet de aangewezen weg, en ook is (een andere kamer van) de rechtbank niet de aangewezen instantie. Aangezien de rechtbank in het tussenvonnis heeft bepaald dat hoger beroep is toegelaten, kan [eiseres] hoger beroep instellen. Zij heeft ter terechtzitting aangekondigd dat ook te zullen doen. In een appelprocedure kan de vraag aan de orde gesteld worden of de rechtbank op goede gronden tot de beslissing heeft kunnen komen dat een onderzoek door een arbeidsdeskundige achterwege kan blijven, waarbij [eiseres] zal dienen te beargumenteren waarom de beslissing van de rechtbank niet juist is. De beslissing daarover is vervolgens aan het hof.
3.4
Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] in haar verzoek niet ontvangen kan worden. [Eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld worden in de kosten van deze procedure.
4. Beslissing
De rechtbank:
4.1
verklaart [eiseres] in haar verzoek niet-ontvankelijk;
4.2
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Levob begroot op € 241,-- voor verschotten en € 780,-- voor salaris van de procureur.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2004.

