Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR3426

Datum uitspraak2004-11-26
Datum gepubliceerd2004-11-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
ZaaknummersC03/267HR
Statusgepubliceerd


Indicatie

26 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/267HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DIRECT SELECT B.V., gevestigd te Breda, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n NIPATEX B.V., gevestigd te Chaam, gemeente Alphen-Chaam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...


Conclusie anoniem

Rolnr. C03/267HR mr J. Spier Zitting 24 september 2004 Conclusie inzake Direct Select BV (hierna: DS) tegen Nipatex BV Inzet van de procedure en korte schets van het procesverloop 1. De inzet van deze procedure is een vordering ten belope van f 5967,85 die DS pretendeert te hebben op Nipatex ter zake van verrichte werkzaamheden. 2. Voor zover thans nog van belang heeft Nipatex aangevoerd dat als een overeenkomst tot stand zou zijn gekomen - hetgeen zij betwist - zulks is geschied met de - aan haar gelieerde en inmiddels failliet verklaarde - Panic BV. 3. De Kantonrechter te Tilburg heeft de vordering bij vonnis van 20 december 2001 toegewezen. 4. In appèl heeft de Rechtbank in haar tussenvonnis van 17 september 2002 DS te bewijzen opgedragen dat zij met Nipatex een overeenkomst heeft gesloten. 5. Na het horen van getuigen heeft de Rechtbank het bestreden vonnis vernietigd en de vordering afgewezen. 6. DS heeft zich tijdig van beroep in cassatie voorzien. Tegen Nipatex is verstek verleend. Bespreking van de klachten 7. Het eerste middel valt uiteen in vijf klachten. Het eerste onderdeel behelst een inleiding. 8. De onderdelen 2 en 3, gelezen in onderlinge samenhang, verwijten de Rechtbank te hebben miskend dat voorshands voldoende aannemelijk was dat DS met Nipatex had gecontracteerd. In dat verband wordt gewezen op: a. de door de Rechtbank vastgestelde feiten - rov. 3.3 van haar tussenvonnis -; b. een bij de getuigenverhoren overgelegde brief; c. de omstandigheid dat Nipatex als enig verweer tegen de factuur heeft ingebracht dat de gesprekken vrijblijvend waren; d. de verklaring van de getuige [betrokkene 1]. e. de omstandigheid dat door [betrokkene 1] namens Nipatex de antwoordkaart is teruggestuurd. 9. De onder 8 b en d genoemde omstandigheden zijn in dit verband al aanstonds zonder gewicht. Immers kon de Rechtbank daarvan in haar tussenvonnis niet uitgaan omdat zij toen nog niet bekend waren. 10. Ik loop vervolgens het belang van de vaststaande feiten vermeld in genoemde rov. 3.3 langs: ad a: het belang daarvan is mij niet duidelijk; ad b: dat namens Nipatex werd gereageerd op een ongevraagde mailing van DS legt, nu [betrokkene 1] directeur was van drie vennootschappen waaronder Nipatex en Panic, weinig gewicht in de schaal; ad c: zo deze omstandigheid van belang is, maakt zij duidelijk dat aannemelijk is dat het ging om een overeenkomst met Panic; ad d: de vraag aan wie DS een factuur stuurt, kan bezwaarlijk meebrengen dat voldoende aannemelijk is dat deze aan de juiste vennootschap is gericht; ad e: deze omstandigheid - waarop ook de onder 8 sub c weergegeven klacht de aandacht vestigt - is inderdaad een zekere aanwijzing voor de juistheid van het betoog van DS. 11. Reeds op grond van de in tegengestelde richting wijzende omstandigheden, hiervoor onder 10 c en e besproken, faalt de klacht. Allerminst kan worden gezegd dat voorshands voldoende aannemelijk was dat de door DS betrokken stelling juist was en nog minder dat onbegrijpelijk is dat de Rechtbank niet tot dat oordeel is gekomen. 12. Daar komt nog bij dat de Rechtbank heeft aangegeven dat het document waarop DS haar kaarten zet en dat door haar zelf is opgesteld door [betrokkene 1] is getekend namens Panic. Ook daarom is alleszins begrijpelijk waarom de Rechtbank er niet voorshands van uit is gegaan dat DS haar stellingen voorshands voldoende aannemelijk heeft gemaakt. 13. Voor zover onderdeel 1.4 meer of andere klachten bedoelt te vertolken dan hiervoor besproken, is het onbegrijpelijk. Het miskent in elk geval dat de bewijslast op DS rustte en dat op de hierboven aangegeven gronden alleszins begrijpelijk is dat en waarom de Rechtbank het bewijs van de (juistheid van de) stellingen van DS niet voorshands geleverd heeft geacht. 14. Onderdeel 1.5 valt in herhalingen en faalt op dezelfde gronden. 15. Middel II kant zich tegen het eindvonnis. De onderdelen 1 en 2 bevatten geen klacht. 16. Onderdeel 3 bouwt, als ik het goed zie, geheel voort op middel I. Het faalt op dezelfde gronden. 17. Onderdeel 4 berust op een misvatting. De aan Nipatex verstrekte bewijsopdracht ziet niet op de vraag met wie is gecontracteerd maar of is gecontracteerd. Dat Nipatex niet kan bewijzen dat geen overeenkomst tot stand is gekomen, betekent - uiteraard - niet dat de overeenkomst dús tussen Nipatex en DS totstand is gekomen. 18. Onderdeel 5 laboreert goeddeels aan hetzelfde euvel en stuit daarop af. Voor het overige ziet het eraan voorbij dat waardering van de getuigenverklaring(en) en de andere stukken is voorbehouden aan de feitenrechter. Onbegrijpelijk is het oordeel van de Rechtbank allerminst, alleen al niet omdat - ook volgens de verklaring van haar eigen directeur - in een van DS zelf afkomstig en door haar opgesteld stuk de naam van Panic is vermeld, terwijl deze directeur niet weet "hoe het kan dat Panic BV onderaan het schrijven is vermeld" (rov. 2.4 van het eindvonnis). 19. De onderdelen 6 en 7 bieden, voor zover al begrijpelijk, geen nieuwe gezichtspunten. Zij falen daarom eveneens. Conclusie Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, Advocaat-Generaal


Uitspraak

26 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/267HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DIRECT SELECT B.V., gevestigd te Breda, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n NIPATEX B.V., gevestigd te Chaam, gemeente Alphen-Chaam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: DS - heeft bij exploot van 7 augustus 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: Nipatex - gedagvaard voor de kantonrechter te Tilburg en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Nipatex te veroordelen om aan DS te betalen een bedrag van ƒ 5.967,85 , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2001 tot aan de dag der algehele voldoening. Nipatex heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 20 december 2001 de vordering toegewezen. Tegen dit vonnis heeft Nipatex hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Breda. Bij tussenvonnis van 17 september 2002 heeft de rechtbank beide partijen tot bewijslevering toegelaten. Na twee gehouden getuigenverhoren heeft de rechtbank bij eindvonnis van 23 april 2003 het vonnis van de kantonrechter van 20 december 2001 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van DS afgewezen. Beide vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft DS beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen Nipatex is verstek verleend. DS heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep. 3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Direct Select in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nipatex begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 26 november 2004.