Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR3473

Datum uitspraak2004-09-30
Datum gepubliceerd2004-10-07
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers02/5807 WUV
Statusgepubliceerd


Indicatie

Beroep is ingetrokken door zoon. De Raad ziet zich gesteld voor de vraag of de intrekking berust op enig wilsgebrek.


Uitspraak

02/5807 WUV U I T S P R A A K in het geding tussen: de erven van [betrokkene], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats], eisers, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Verweerster heeft onder dagtekening 27 september 2002, kenmerk JZ/Q60/2002/0697, ten aanzien van [betrokkene] (hierna: betrokkene), een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Tegen dit besluit heeft [[naam zoon]], wonende te [woonplaats], (hierna: [naam zoon]), namens betrokkene op de in het beroepschrift (met bijlagen) aangegeven gronden beroep ingesteld. Vervolgens heeft mr. C.C.J. Aarts, advocaat te Uden, zich als gemachtigde van betrokkene gesteld. Bij schrijven van 22 maart 2003 heeft Mimpen de Raad doen weten dat betrokkene is overleden op 15 februari 2003 en dat hij als zoon van de betrokkene het geding wil voortzetten. Het geding is vervolgens op naam van de erven van [betrokkene] voortgezet. Verweerster heeft een verweerschrift ingediend. Bij schrijven van 5 januari 2004 heeft [naam zoon] (namens eisers) meegedeeld op advies van mr. C.C.J.Aarts het beroep in te trekken, zodat de reeds voor 22 januari 2004 geplande zitting geen doorgang behoefde te vinden. Bij schrijven van 12 maart 2004 heeft [naam zoon] de Raad verzocht het beroep te heropenen, omdat de intrekking op een misverstand berustte. Bij brieven van 6 juli 2004 heeft hij de Raad vervolgens nog informatie doen toekomen. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 19 augustus 2004. Deze behandeling is, zoals tevoren aan partijen is meegedeeld, beperkt tot de vraag of het beroep, gelet op voormelde intrekking van het beroep, nog aanhangig is. Voor eisers is [naam zoon], daartoe ambtshalve opgeroepen, ter zitting verschenen. Verweerster heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M.S.K. van Gammeren, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING Volgens vaste rechtspraak van de Raad kan, tenzij er sprake zou zijn van wilsgebreken, een bevoegdelijk gedane intrekking van een beroep na het verstrijken van de beroepstermijn niet ongedaan worden gemaakt. De Raad stelt vast dat de brief van 5 januari 2004, waarbij het beroep is ingetrokken, is ondertekend door [naam zoon], namens eisers, zodat er sprake is van een bevoegdelijk gedane intrekking. De Raad ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of de intrekking berust op enig wilsgebrek bij [naam zoon]. [naam zoon] heeft ter zitting meegedeeld dat hij het besluit tot intrekking heeft moeten nemen omdat mr. Aarts voornoemd, zich had teruggetrokken en hij zelf vanwege zijn lichamelijke gezondheidstoestand zich niet in staat achtte de voor 22 januari 2004 geplande zitting bij te wonen. De Raad merkt allereerst op dat, afgezien daarvan dat de zitting ook doorgang had kunnen vinden zonder de aanwezigheid van [naam zoon] - immers hij was voor die zitting niet opgeroepen om in persoon aanwezig te zijn -, [naam zoon] onder boven- genoemde omstandigheden had kunnen volstaan met een verzoek om uitstel. De Raad stelt voorts vast dat hem niet is gebleken dat er sprake is geweest van enig wilsgebrek bij [naam zoon]. Voor zover gesproken zou kunnen worden van dwaling, dat wil zeggen de afwezigheid van een juiste voorstelling van zaken, berust die geheel op bij in de persoon van [naam zoon] gelegen factoren, welke voor zijn rekening dienen te blijven. Uit het vorenstaande vloeit voort dat de intrekking van het beroep niet ongedaan kan worden gemaakt. De Raad acht tenslotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten. Beslist wordt derhalve als volgt. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het beroep vervallen. Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 30 september 2004. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) L. Karssenberg.