Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR3599

Datum uitspraak2004-08-05
Datum gepubliceerd2004-10-11
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers15/030358-04
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank Haarlem heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Daarnaast heeft de rechtbank hem een contact- en straatverbod opgelegd. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en verkrachting van zijn ex-partner. Verdachte heeft deze misdrijven gepleegd op de dag volgende op de nacht waarin hij het slachtoffer en haar familie had laten weten het besluit van het slachtoffer om niet bij hem terug te keren te respecteren, en daarbij had beloofd hen niet meer lastig te zullen vallen.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: 15/030358-04 Uitspraakdatum: 19 augustus 2004 Tegenspraak VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 5 augustus 2004 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres] thans gedetineerd in Penitentiaire inrichting Utrecht - Huis van Bewaring Wolvenplein. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat 1. hij op 26 april 2004 te Beverwijk en ’s-Gravenhage en elders in Nederland opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft verdachte met dat opzet - die [slachtoffer] bij de bovenarm gepakt en - vervolgens doen plaatsnemen op de passagiersstoel van zijn auto en - is met die [slachtoffer] naar Den Haag gereden en - heeft een voor die [slachtoffer] zodanig bedreigende situatie doen ontstaan dat deze zich daaraan niet - durfde te onttrekken. 2. hij op 26 april 2004 te ’s-Gravenhage door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gehouden, en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden hierin dat verdachte: - die [slachtoffer] tegen haar wil in een slaapkamer heeft geduwd en - vervolgens die [slachtoffer] op een matras heeft geduwd en - vervolgens de broek en de onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft getrokken en - met kracht een arm van die [slachtoffer] heeft vastgehouden en - vervolgens de blouse en het t-shirt en de bh van die [slachtoffer] omhoog heeft getrokken en - de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft getrokken en - met zijn, verdachtes voet een been van die [slachtoffer] heeft klem gezet - op die [slachtoffer] is gaan liggen en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan verdachte onder meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4. Strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op: 1. Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven/beroofd houden 2. Verkrachting 5. Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar. 6. Motivering van sancties en van overige beslissingen Hoofdstraf Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en verkrachting van zijn ex-partner. Verdachte heeft deze misdrijven gepleegd op de dag volgende op de nacht waarin hij het slachtoffer en haar familie had laten weten het besluit van het slachtoffer om niet bij hem terug te keren te respecteren, en daarbij had beloofd hen niet meer lastig te zullen vallen. Verdachte en het slachtoffer zijn een relatie aangegaan toen het slachtoffer ongeveer 15 jaar en verdachte zelf 23 jaar was. Verdachte heeft -mede gelet op het leeftijdsverschil tussen verdachte en het slachtoffer- een groot overwicht op het slachtoffer uitgeoefend. De relatie, waaruit een kind is geboren, is de afgelopen jaren diverse malen verbroken, waarna in oktober 2003 het slachtoffer verdachte definitief heeft verlaten. Verdachte heeft niet kunnen aanvaarden dat het slachtoffer de relatie met hem niet langer wilde voortzetten. Verdachte is gewelddadig, respectloos en vernederend opgetreden tegen het slachtoffer. De gedragingen van verdachte hebben naast pijn ook gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer veroorzaakt. Het zijn zeer ernstige feiten, die bovenal een ernstige inbreuk vormen op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. De rechtbank neemt bij dit alles tevens in aanmerking dat door wisselende en op hoofdpunten onware verklaringen af te leggen verdachte er geen blijk van heeft gegeven inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelingen en berouw daarvan te hebben. Gelet op het vorenoverwogene, de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de grove schending van de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer in samenhang met de dreiging die naar het slachtoffer is uitgegaan door het brute, dwingende en egoïstische optreden van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Een gedeelte daarvan behoeft vooralsnog niet ten uitvoer te worden gelegd om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te begaan. Contact- en straatverbod De rechtbank zal verdachte in de vorm van een aan een voorwaardelijk strafdeel gekoppelde bijzondere voorwaarde verbieden om gedurende de proeftijd contact, zowel middellijk als onmiddellijk, op te nemen met het slachtoffer Verbeurdverklaring De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven goed, te weten een rode personenauto, type Opel Astra, met [kenteken], dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van dat goed, dat aan verdachte toebehoort, is begaan. 7. Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: Wetboek van Strafrecht artikelen: 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 242, 282 8. Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) MAANDEN. Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 8 (acht) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaar. Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien: – verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt; – verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd zal onthouden van ieder kontakt, middellijk of onmiddellijk, met [slachtoffer]. Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd: – 1 stuk personenauto met [kenteken], merk en type: Opel Astra, kleur rood Gelast de teruggave aan verdachte van: – 1 stuk GSM-toestel kleur blauw, merk en type: Nokia 3310 – 2 stuk sokken kleur zwart – 1 stuk ondergoed kleur blauw, blauw/wit gestreepte onderbroek – 2 stuk schoeisel kleur wit, merk: Nike, sport – 1 stuk broek kleur blauw, sport, lange pijpen 9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. Van Zutphen, voorzitter, mrs. Honig en Hol, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Groot-Clements, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 augustus 2004. Mrs. Hol en De Groot-Clemens zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.