Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR3677

Datum uitspraak2004-09-23
Datum gepubliceerd2004-10-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers20.002128.04
Statusgepubliceerd


Indicatie

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat: zij op of omstreeks 27 juli 2003 te Budel, gemeente Cranendonck, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 13 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemd middel als bestuurster van een auto van Belgiƫ naar Nederland vervoerd; Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of omstreeks 27 juli 2003 te Budel, gemeente Cranendonck, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 13 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.


Uitspraak

parketnummer: 20.002128.04 datum uitspraak: 23 september 2004 tegenspraak GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 19 december 2003 in de strafzaak onder parketnummer 01/027929-03 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1970, wonende te [adres], thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Het hoger beroep De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling terzake van hetgeen aan de verdachte bij inleidende dagvaarding is ten laste gelegd met betrekking tot materiaal bevattende MDMA en niet met betrekking tot amfetamine. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen. Het onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof zich niet kan verenigen met de bewezenverklaring door de eerste rechter. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat: zij op of omstreeks 27 juli 2003 te Budel, gemeente Cranendonck, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 13 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemd middel als bestuurster van een auto van Belgiƫ naar Nederland vervoerd; Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of omstreeks 27 juli 2003 te Budel, gemeente Cranendonck, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 13 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. De redengeving Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte als bovenvermeld is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. In het bijzonder acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de bij de verdachte aangetroffen pillen MDMA bevatten. Immers, het strafdossier houdt hieromtrent niet meer in dan dat de pillen zijn onderzocht met behulp van een zogenoemde ESA Opiaten/Amfetamine-test en dat deze test een positief eindresultaat heeft opgeleverd. Bij gebrek aan enig ander (ondersteunend) bewijs acht het hof dit onvoldoende om aan te nemen dat de pillen inderdaad MDMA bevatten. B E S L I S S I N G: Het hof: Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het als voormeld ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door Mr. De Vries-Leemans, als voorzitter Mrs. Huurman-van Asten en Van Beuge, als raadsheren in tegenwoordigheid van Mr. Kroes, als griffier. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 september 2004. Mr. Van Beuge is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G zaaknr.: 11 tijd : 14.45 verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1970, wonende te [adres], thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande Is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 19 december 2003 ter zake van: primair: "Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod"; veroordeeld tot: een geldboete van zevenhonderdvijftig euro subsidiair vijftien dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: dertien witte XTC-pillen en 1,3 gram speed;