Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR4312

Datum uitspraak2004-09-30
Datum gepubliceerd2004-11-24
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsArnhem
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 04/27816
Statusgepubliceerd


Indicatie

Indienen stukken / termijn / comparitie. Nu verweerder niet in staat is gebleken tijdig de op de procedure betrekking hebbende stukken over te leggen, is de rechtbank evenmin gebleken dat verweerder bedoelde stukken ten tijde van het nemen van het bestreden besluit wél voorhanden heeft gehad. Beroep gegrond.


Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage Nevenzittingsplaats Arnhem Vreemdelingenkamer Registratienummer: Awb 04/27816 Datum uitspraak: 30 september 2004 Uitspraak ingevolge artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in de zaak van A, geboren op [...] 1977, van Marokkaanse nationaliteit, eiseres, tegen DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN, (Visadienst), verweerder. Het procesverloop Op 1 april 2004 heeft eiseres bij de Nederlandse vertegenwoordiging te Rabat een visum voor kort verblijf gevraagd. Bij besluit van 1 april 2004, bekendgemaakt op 2 april 2004, heeft de Nederlandse vertegenwoordiging te Rabat namens verweerder de aanvraag niet ingewilligd. Eiseres heeft daartegen op 6 april 2004 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 14 mei 2004 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Op 8 juni 2004 heeft eiseres beroep ingesteld tegen dit besluit. Op 27 september 2004 heeft een comparitie als bedoeld in artikel 8:44 van de Awb plaatsgevonden. Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. De beoordeling 1. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:69 van de Awb, dient de rechtbank het bestreden besluit — de motivering waarop dit besluit berust daaronder begrepen — te toetsen aan de hand van de tegen dat besluit aangevoerde beroepsgronden. 2. Ingevolge artikel 8:31 van de Awb kan de rechtbank, indien een partij niet voldoet aan de verplichting - voor zover thans van belang - stukken over te leggen, daaruit de gevolgtrekkingen maken die haar geraden voorkomen. 3. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij brieven van 19 juli 2004 en 19 augustus 2004 is verzocht de op de procedure betrekking hebbende stukken in tweevoud in te zenden. De rechtbank stelt voorts vast dat de daartoe gestelde termijnen zijn verstreken zonder dat de gevraagde stukken werden ontvangen. Bij brief van 9 september 2004 is verweerder opgeroepen te verschijnen ter comparitie op 27 september 2004. Daarbij is verweerder gelast inlichtingen te verstrekken door te voldoen aan het verzoek de stukken over te leggen. Verweerders gemachtigde is verschenen, maar heeft de gevraagde stukken niet overgelegd. De rechtbank heeft verweerder vervolgens in de gelegenheid gesteld de stukken uiterlijk op 30 september 2004, 9.00 uur, over te leggen. De stukken werden echter niet ontvangen. 4. Nu verweerder niet in staat is gebleken (tijdig) de op de procedure betrekking hebbende stukken over te leggen, is de rechtbank evenmin gebleken dat verweerder bedoelde stukken ten tijde van het nemen van het bestreden besluit wél voorhanden heeft gehad. Het bestreden besluit ontbeert derhalve een zorgvuldige voorbereiding en dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. 5. Gezien het voorgaande bestaat aanleiding het onderzoek met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb te sluiten en onmiddellijk uitspraak te doen. Tevens bestaat aanleiding voor vergoeding van het griffierecht en een proceskostenveroordeling. De beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 322,00, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als de rechtspersoon die deze kosten dient te voldoen aan eiseres; - wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon om aan eiseres € 136,00 te betalen ter vergoeding van het door haar betaalde griffierecht. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2004 in tegenwoordigheid van mr. J.C.D. Crezée als griffier. de griffier de rechter w.g. Crezée w.g. Derksen Voor eensluidend afschrift, de griffier van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, Verzonden: 30 september 2004 ?