
Jurisprudentie
AR5079
Datum uitspraak2004-11-03
Datum gepubliceerd2004-11-03
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200402042/1
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-11-03
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200402042/1
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij besluit van 11 december 2001 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken (hierna: de Minister) een verzoek van [verzoeker], namens het Skrjabin Genootschap, tot subsidieverlening afgewezen.
Uitspraak
200402042/1.
Datum uitspraak: 3 november 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant] te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2004 in het geding tussen:
appellant
en
de Minister van Buitenlandse Zaken.
1. Procesverloop
Bij besluit van 11 december 2001 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken (hierna: de Minister) een verzoek van [verzoeker], namens het Skrjabin Genootschap, tot subsidieverlening afgewezen.
Bij besluit van 3 juni 2002 heeft de Minister het daartegen door [verzoeker], namens het Skrjabin Genootschap, gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 3 februari 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant beweerdelijk namens het Skrjabin Genootschap ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 maart 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brieven van 29 maart, 19 april en 1 mei 2004. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 19 mei 2004 heeft de Minister van antwoord gediend.
Na afloop van het vooronderzoek zijn van partijen nadere stukken ontvangen. Afschriften hiervan zijn aan de wederpartij toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 september 2004, waar appellant in persoon, en de Minister, vertegenwoordigd door mr. F. Sevriens, gemachtigde, en J. Peters, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat de Vereniging het Skrjabin Genootschap met ingang van 1 november 1994 is ontbonden en dat het beweerdelijk namens de Vereniging ingestelde beroep derhalve niet-ontvankelijk is. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd biedt geen grond dit oordeel voor onjuist te houden.
Evenzeer terecht heeft de rechtbank overwogen dat het betoog dat de Stichting Muziekcentrum Oosterleek, als rechtsopvolger van de Vereniging als eiseres moet worden aangemerkt, geen doel treft, omdat van een dergelijke rechtsopvolging niet is gebleken.
De Afdeling voegt hier nog aan toe dat ook appellant als persoon niet in zijn beroep ontvangen kan worden, omdat hij niet de subsidieaanvraag heeft gedaan en de afwijzing daarvan zich ook niet tot hem richt, zodat hij in die hoedanigheid geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.
2.2. Het hoger beroep is derhalve ongegrond en de aangevallen uitspraak dient met verbetering van gronden bevestigd te worden.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.
w.g. Claessens w.g. Van Meurs-Heuvel
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op3 november 2004
47-424.

