
Jurisprudentie
AR5170
Datum uitspraak2004-08-25
Datum gepubliceerd2004-11-04
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/00215
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-11-04
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/00215
Statusgepubliceerd
Indicatie
Art. 21 RVV 1990; maximumsnelheid; Snelheidsmeting ter hoogte van invoegstrook in casu niet onbetrouwbaar en niet in strijd met de geldende voorschriften.
Uitspraak
WAHV 04/00215
25 augustus 2004
CJIB 19059742290
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Dordrecht
van 18 november 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 156,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen, wegwerkzaamheden (Bord A1) meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 26 februari 2003 om 21.40 uur op de Rijksweg A27 te Gorinchem met het voertuig met kenteken [kenteken].
3.2. In hoger beroep is niet in geding dat de betrokkene te snel heeft gereden. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat er sprake is van een procedurele dwaling doordat de snelheid ter hoogte van een invoegstrook is gemeten. Dit is volgens de gemachtigde niet toegestaan. De officier van justitie zou ter zitting van de kantonrechter hebben verklaard dat er duidelijke regels zijn met betrekking tot de meetpunten. Zo zouden meetpunten niet bij in- en uitvoegstroken, hellingen en dalingen geplaatst mogen worden.
3.3. Blijkens het zaakoverzicht van het CJIB heeft de verbalisant onder meer verklaard dat de meting is verricht ter hoogte van hectometerpaal 37.8 met een Gatso radarsnelheidsmeter. "De gereden snelheid stelde ik vast met behulp van een geijkte en voor de meting geteste en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel."
3.4. Blijkens het verweerschrift van de advocaat-generaal brengt het feit dat de gedraging kennelijk op een invoegstrook - parallel lopend aan de autosnelweg en daarvan deel uitmakend - is verricht, niet mee dat er geen betrouwbare meting heeft plaatsgevonden. Dit is door de gemachtigde van de betrokkene niet weersproken.
3.5. Voorzover het beroep van de gemachtigde ertoe strekt te betogen dat de beweerdelijk niet op de voorgeschreven wijze uitgevoerde meting zou behoren te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking, kan dit beroep niet slagen. Niet in geschil is immers dat de betrokkene op de onder 3.1. vermelde plaats en op het vermelde tijdstip te snel heeft gereden en dat zijn snelheid, blijkens zijn beroepschrift tegen de inleidende beschikking, ongeveer 100 km/h is geweest. Daarmee is de feitelijke betrouwbaarheid van de meting niet meer in het geding.
3.6. Voorts overweegt het hof dat de door de Adviescommissie verkeer van de Raad van Hoofdcommissarissen geformuleerde eisen ten aanzien van de meetplaats ertoe strekken te garanderen dat een correcte meting wordt verricht. Uit deze eisen blijkt niet dat meting bij een invoegstrook niet is toegestaan. De verklaring van de verbalisant dat hij de meting heeft verricht in overeenstemming met de voorschriften vindt hierin bevestiging. De stelling van de gemachtigde dat de meting in strijd met de voorschriften zou verricht mist derhalve feitelijke grondslag.
3.7. Het voorgaande in aanmerking nemende zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen, wat er zij van de toegepaste matiging van het bedrag van de sanctie.
3.8. Aangezien de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld is er geen aanleiding voor vergoeding van kosten.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

