
Jurisprudentie
AR7445
Datum uitspraak2004-12-02
Datum gepubliceerd2004-12-14
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/1405 WUV
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-12-14
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/1405 WUV
Statusgepubliceerd
Indicatie
Is betrokkene terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar omdat in de bestreden berekeningsbeschikking geen beslissing is opgenomen met betrekking tot vergoeding van extra te maken kosten, zodat in zoverre geen sprake is van een voor beroep/bezwaar vatbaar besluit als bedoeld in (artikel 1:3 van) de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1405 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiseres], wonende te [woonplaats] (Indonesiƫ), eiseres,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Onder dagtekening 24 december 2003, kenmerk JZ/I/80/2003/1076, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Tegen dit besluit heeft eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiseres zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 21 oktober 2004, alwaar partijen - verweerster met bericht van verhindering - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Bij berekeningsbeschikking van 30 september 2003 heeft verweerster de eiseres als weduwe van een vervolgde ingevolge de Wet toekomende periodieke uitkering over de jaren 2002 en 2003 (voorlopig) vastgesteld.
Eiseres heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt, aanvoerende dat het bedrag van haar periodieke uitkering te laag is nu zij in verband met haar verslechterde gezondheid extra kosten moet maken.
Bij het bestreden besluit heeft verweerster eiseres in haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat in de bestreden berekeningsbeschikking geen beslissing is opgenomen met betrekking tot vergoeding van extra te maken kosten, zodat in zoverre geen sprake is van een voor beroep/bezwaar vatbaar besluit als bedoeld in (artikel 1:3 van) de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerster heeft daaraan, ter voorlichting van eiseres, nog toegevoegd dat zij als weduwe van een vervolgingsslachtoffer geen aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van de Wet.
Gelet op de voorhanden gegevens - waaronder met name ook het ontbreken van een voorafgaande aanvraag terzake - is de Raad met verweerster van oordeel dat in de bestreden berekeningsbeschikking van 30 september 2003 niet is beslist over eventuele aanspraken op vergoeding van extra medische kosten. Hieruit volgt dat het bezwaar van eiseres tegen die beschikking terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Voorts is juist de mededeling van verweerster dat de Wet niet voorziet in de mogelijkheid om aan eiseres als weduwe van een vervolgde bijzondere voorzieningen te verstrekken. Blijkens het bepaalde in de artikelen 20 en 21 van de Wet is het verstrekken van voorzieningen gekoppeld aan met de vervolging in verband staande ziekten en/of gebreken, hetgeen betekent dat voorzieningen alleen aan de echtgenoot van eiseres toegekend hadden kunnen worden.
Het beroep van eiseres dient derhalve ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2004
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.

