Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR7937

Datum uitspraak2004-12-14
Datum gepubliceerd2004-12-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200407291/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 17 december 2003 heeft de gemeenteraad van Renkum het bestemmingsplan "Doorwerth, Tussen de Lanen" vastgesteld.


Uitspraak

200407291/2. Datum uitspraak: 14 december 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekers], gevestigd onderscheidenlijk wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder. 1.    Procesverloop Bij besluit van 17 december 2003 heeft de gemeenteraad van Renkum het bestemmingsplan "Doorwerth, Tussen de Lanen" vastgesteld. Bij besluit van 20 juli 2004, nr. RE2004.4746, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan. Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 30 augustus 2004, bij de Raad van State ingekomen op 31 augustus 2004, beroep ingesteld. Bij deze brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 november 2004, waar verzoekers vertegenwoordigd door onderscheidenlijk in de persoon van [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. E.T. de Jong, advocaat te Arnhem, zijn verschenen. Voorts zijn namens de gemeenteraad A.J. Borger en H.Th. Boersma, ambtenaren van de gemeente, en namens de stichting “Woningstichting Vivare” (hierna: Vivare) [projectleider], daar gehoord. 2.    Overwegingen 2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2.    Het plan beoogt door sloop en vervangende nieuwbouw de herontwikkeling van een woonwijk in Doorwerth mogelijk te maken. Het gebied wordt globaal omsloten door de Houtsniplaan, de W.A. Scholtenlaan, de Berkenlaan en de Patrijzenlaan.    Bij het bestreden besluit heeft verweerder het plan goedgekeurd. 2.3.    Verzoekers, gevestigd onderscheidenlijk woonachtig aan de [locatie 1], richten zich met hun verzoek, gelet op het verhandelde ter zitting, op de goedkeuring van de plandelen met de bestemmingen "Wonen", "Openbaar groen" en "Tuin", die zien op gronden langs een gedeelte van de Patrijzenlaan. Het gaat verzoekers daarbij meer in het bijzonder om het tegenover de woningen Patrijzenlaan 21 tot en met 27 mogelijk gemaakte appartementengebouw. Zij zijn van mening dat de plandelen ten onrechte zijn goedgekeurd en verzoeken schorsing hiervan.    Daartoe voeren zij allereerst als formeel bezwaar aan dat de stukken inzake de economische haalbaarheid van het plan niet bij het ontwerpplan ter inzage hebben gelegen. 2.3.1.    De Voorzitter stelt voorop niet te verwachten dat de Afdeling in de bodemprocedure in dit formele bezwaar aanleiding zal zien het bestreden besluit te vernietigen. Dit bezwaar dient te worden aangemerkt als een op zichzelf staande beroepsgrond die, om ontvankelijk te worden geacht door de Afdeling, als zienswijze moet zijn ingebracht bij de gemeenteraad. In hun zienswijze hebben verzoekers deze beroepsgrond evenwel niet genoemd. 2.4.    Voorts voeren verzoekers aan dat het plan in zoverre in strijd met artikel 6a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) is vastgesteld doordat het ontwerpplan afwijkt van het voorontwerp. Het plan is volgens hen in zoverre ten onrechte niet aan inspraak onderhevig geweest. 2.4.1.    De Voorzitter is niet gebleken van dusdanige wijzigingen dat gesteld zou moeten worden dat de inspraak betrekking heeft gehad op een geheel ander beleidsvoornemen dan het beleidsvoornemen dat ten grondslag ligt aan het (ontwerp)plan. Hij verwacht derhalve niet dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat het plan in zoverre in strijd met artikel 6a van de WRO is vastgesteld. 2.5.    Verzoekers stellen voorts dat ten onrechte niet is bezien of de financiële bijdrage die de gemeente levert aan de planontwikkeling, in overeenstemming is met het Europese recht. Verder is de Patrijzenlaan niet op de te verwachten verkeersaantrekkende werking van het appartementengebouw berekend en zijn er alternatieve plaatsen voor dit gebouw, aldus verzoekers. 2.5.1.    Verweerder acht het plan economisch uitvoerbaar en verwijst voorts naar het standpunt van de gemeenteraad op de ingebrachte zienswijzen. Het bezwaar inzake de vermeende staatssteun acht hij niet-ontvankelijk, aangezien dit niet in de zienswijze en bedenkingen is aangevoerd. 2.5.2.    Wat betreft de door verzoekers beweerde staatssteun stelt de Voorzitter voorop dat verzoekers in hun zienswijze en bedenkingen tegen de economische uitvoerbaarheid van het plan opkomen. Het bezwaar inzake de vermeende staatssteun is in dat verband als een nader ondersteunend argument te zien. Gelet hierop verwacht de Voorzitter niet dat de Afdeling in de bodemprocedure het beroep op dit punt niet-ontvankelijk zal verklaren. 2.5.3.    Het plangebied betreft een woonwijk met 294 (inmiddels gesloopte) verouderde portiekflats, in eigendom bij Vivare, een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet. Tussen de flats bevinden zich wegen en andere openbare voorzieningen, in eigendom bij de gemeente. Voor het gebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat voorziet in sloop van alle flats en nieuwbouw van 256 woningen in de vorm van eengezinswoningen en appartementengebouwen, waarvan een gedeelte in de categorie sociale huur. De verdeling van de woningen en de openbare voorzieningen over het plangebied zal wijziging ondergaan. In dat verband worden tussen de gemeente en Vivare diverse gronden met gesloten beurzen geruild.    Uit de stukken volgt voorts dat het gehele herstructureringsplan een investering van ongeveer 53,5 miljoen euro zal vergen. Onder dit bedrag vallen onder meer de stichtingskosten van de nieuwe woningen, aanleg van het “grijs en groen”, het straatmeubilair, de kosten van het sociaal plan, afboeking van de boekwaarde van de oude flatwoningen en de grond alsmede de sloopkosten. Het herstructureringsplan is voor een bedrag van ruim zes miljoen euro onrendabel. De gemeente draagt, aldus de stukken, een bedrag van per saldo ruim 1,8 miljoen euro bij in de investering ten behoeve van het openbaar gebied bij de woningen en appartementengebouwen. De gemeente heeft op 7 oktober 2003 een samenwerkingsovereenkomst met Vivare gesloten, waarin onder meer is vastgelegd dat Vivare volledig onder haar verantwoordelijkheid in opdracht van de gemeente het openbaar gebied zal aanleggen. 2.5.4.    De Voorzitter is er voorshands onvoldoende van overtuigd dat tegenover het door de gemeente per saldo bij te dragen bedrag van ruim 1,8 miljoen euro niet een zodanig reële tegenprestatie staat dat gesproken zou moeten worden van een steunmaatregel die ingevolge artikel 88, derde lid, van het EG-verdrag bij de Europese Commissie had moeten worden aangemeld. Daarbij acht hij van betekenis dat voldoende aannemelijk is geworden dat de gemeentelijke bijdrage ziet op kosten voor de herinrichting van bestaand en de aanleg van toekomstig openbaar gebied, waarvan niet onaannemelijk is dat deze redelijkerwijs ten laste van de gemeente behoren te komen. Een bedrag van 1,8 miljoen euro komt de Voorzitter voorshands in dit verband niet als onevenredig hoog voor. In de door verzoekers genoemde uitspraak van de Afdeling in zaak no. 200303711/1 (AB 2004/225) ziet hij onvoldoende overeenkomsten om tot een andersluidend oordeel te komen. 2.5.5.    Wat betreft de verkeersaantrekkende werking van de voorziene nieuwbouw en de gevolgen daarvan voor de Patrijzenlaan ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de Patrijzenlaan op het toekomstige verkeersaanbod is berekend. Daarbij heeft de Voorzitter onder meer betrokken dat in het door verzoekers bedoelde appartementengebouw aan de Patrijzenlaan naar verwachting niet meer dan 36 appartementen kunnen worden gebouwd en voorts dat het aantal woningen in het plangebied ten opzichte van de oude situatie met enkele tientallen zal afnemen. 2.5.6.    In het bestaan van alternatieve plaatsen voor het appartementengebouw aan de Patrijzenlaan kan verder op zichzelf geen grond worden gevonden voor het onthouden van goedkeuring aan het bestemmingsplan. Het karakter van de besluitvorming omtrent de goedkeuring brengt immers mee dat alternatieven daarbij in beginsel eerst aan de orde behoeven te komen indien blijkt van ernstige bezwaren tegen het voorgestane gebruik waarop het plan ziet. De Voorzitter ziet, gelet op het voorgaande, geen reden om aan te nemen dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat ernstige bezwaren in evengenoemde zin zich in dit geval niet voordoen. 2.6.    Gelet op al het voorgaande bestaat geen aanleiding om het bestreden besluit in zoverre te schorsen. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient te worden afgewezen. 2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat. w.g. Van Buuren    w.g. Bechinka Voorzitter    ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2004 371.