
Jurisprudentie
AR8291
Datum uitspraak2004-12-17
Datum gepubliceerd2004-12-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/00689
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-12-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/00689
Statusgepubliceerd
Indicatie
Niet stoppen voor rood licht; Het verweerschrift van de advocaat-generaal is na afloop van de aan de advocaat-generaal gegunde termijn ontvangen. Noch in de Awb noch in de WAHV is een sanctie gesteld op overschrijding van de in art. 19, tweede lid, WAHV genoemde termijn. Niet gebleken is dat de betrokkene door de termijnoverschrijding in enig rechtens te respecteren belang is geschaad. In casu is er geen reden om aan de termijnoverschrijding gevolgen te verbinden.
Uitspraak
WAHV 04/00689
17 november 2004
CJIB 89065283811
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage
van 5 april 2004
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 86,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 5 september 2003 op de Melis Stokelaan te 's-Gravenhage.
3.2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. De betrokkene stelt dat de waarneming van de verbalisant technisch onjuist is. Hiertoe stelt de betrokkene het volgende:
"Bijgaand doe ik u een situatie schets toekomen, waaruit u kunt opmaken dat een afstand van ruim 31 meter moet worden afgelegd, gemeten vanaf de stoplijn op de Melis Stokelaan, om links af te kunnen slaan naar de Lozerlaan. Bovendien moet de chauffeur snelheid verminderen om een bocht van 90 graden te maken. Verder kan ik u mededelen dat het verkeerslicht op de Lozerlaan na 4 seconden groenlicht begon uit te stralen nadat het verkeerslicht op de Melis Stokelaan roodlicht uitstraalt voor het linksafslaande verkeer."
Naar het hof begrijpt voert de betrokkene het verweer dat het verkeerslicht niet ruim vier seconden op rood heeft kunnen staan aangezien dan een aanrijding zou hebben plaatsgevonden tussen de auto van de betrokkene en het de Melis Stokelaan kruisende verkeer op de Lozerlaan.
3.3. De ambtsedig verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt - voor zover in deze zaak van belang en zakelijk weergegeven - in: "Gedragingsgegevens: Betr (het hof leest: betrokkene) reed ter hoogte van het kruispunt met de Melis Stokelaan door het voor hem haar reeds 4 seconden rood licht uitstralende e (het hof leest: verkeerslicht) en sloeg linksaf de Lozerlaan op en in de richting van de Erasmusweg. Ik had rechtstreeks zicht op het verkeerslicht."
3.4. Het aanvullend ambtsedig proces-verbaal d.d. 16 augustus 2004 houdt - voor zover in deze zaak van belang en zakelijk weergegeven - in:
"Op 5 september 2003 bevond ik mij, verbalisant, Zuidwijk in burger gekleed en in privé tijd op de Melis Stokelaan ter hoogte van de kruising met de Lozerlaan. Derhalve had ik rechtstreeks zicht op de hierboven genoemde kruising. Ik zag dat ik op dat moment ongeveer 3 meter van de kruising stond waar zich ook de verkeersinstallatie bevond.(....)
Ik zag dat de betrokkene het voor hem geldende rode verkeerslicht negeerde. Betrokkene reed komende vanuit de richting Melis Stokelaan en sloeg linksaf de Lozerlaan op. Of er op dat moment verkeer van links kwam kan ik mij niet herinneren. (....)
Wel ben ik, verbalisant Zuidwijk, op vrijdag 13 augustus 2004 omstreeks 11.30 ter plaatse gegaan om de verkeerssituatie aldaar nogmaals te bekijken.
Ik zag aldaar dat wanneer het verkeerslicht op de Melis Stokelaan om linksaf de Lozerlaan op te rijden op rood springt, het 7.47 seconden duurde voordat het eerste vlot optrekkende voertuig van links de kruising passeerde. Dit is gemeten met mijn persoonlijke stopwatch. Mijns inziens ruim tijd om de overkant te halen."
3.5. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de gedetailleerde verklaring van de verbalisant. In het bijzonder ziet het hof geen aanleiding te twijfelen aan de door de verbalisant afgelegde verklaring dat, wanneer het verkeerslicht op de Melis Stokelaan om linksaf de Lozerlaan op te rijden op rood springt, het 7.47 seconden duurt voordat het eerst vlot optrekkende voertuig van links de kruising passeert. Maar ook al zóu de veronderstelling van de betrokkene juist zijn, dat het verkeerslicht op de Lozerlaan na 4 seconden groen licht begint uit te stralen nadat het verkeerslicht op de Melis Stokelaan rood licht uitstraalt voor het links afslaande verkeer, dan doet deze omstandigheid aan dit oordeel niet af. Immers, het feit dat er geen aanrijding heeft plaatsgevonden leidt niet tot de conclusie dat de betrokkene niet het rode verkeerslicht heeft genegeerd. De mogelijkheid blijft bestaan dat er bijvoorbeeld geen verkeer aanwezig was, of dat het verkeer, dat inmiddels groen licht kreeg, heeft gewacht totdat de auto van de betrokkene was gepasseerd, alvorens door het groene licht te rijden. Naar de overtuiging van het hof is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
3.6. De betrokkene stelt verder dat de advocaat-generaal niet-ontvankelijk verklaard dient te worden nu deze het verweerschrift te laat heeft ingediend. Naar het hof begrijpt stelt de betrokkene zich op het standpunt dat op de informatie uit het verweerschrift geen acht mag worden geslagen.
3.7. Ingevolge art. 19, tweede lid, WAHV kan de advocaat-generaal binnen vier weken nadat het afschrift van het beroepschrift is verzonden, bij het gerechtshof een ondertekend verweerschrift indienen.
3.8. Uit de stukken blijkt dat het hof op 17 juni 2004 het afschrift van het beroepschrift van de betrokkene naar de advocaat-generaal heeft verzonden. De termijn om het verweerschrift in te dienen eindigde derhalve op 15 juli 2004. Op 16 juli 2004 is blijkens het daarop geplaatste stempel, een verzoek tot uitstel van de inzendtermijn van het verweerschrift binnengekomen bij de griffie van het hof. Het hof heeft de inzendtermijn van het verweerschrift vervolgens verlengd tot 13 augustus 2004. Op 17 augustus 2004 is, blijkens het daarop geplaatste stempel, het verweerschrift van de advocaat-generaal bij de griffie van het hof ontvangen.
3.9. Het hof stelt vast, dat noch in de Awb noch in de WAHV een sanctie is gesteld op overschrijding van de in art. 19, tweede lid, WAHV genoemde termijn. Het hof is van oordeel, dat niet is gebleken dat de betrokkene door de termijnoverschrijding is geschaad in enig rechtens te respecteren belang. Er is derhalve geen reden om in dit geval aan de termijnoverschrijding gevolgen te verbinden.
3.10. De betrokkene verzoekt om een kostenveroordeling tot een bedrag van Euro 525,-. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek om een kostenveroordeling afwijzen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om kostenveroordeling af.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

